De gouden eeuw

Welke eeuw is de gouden eeuw van Nederland?
1 / 29
volgende
Slide 1: Open vraag
GeschiedenisBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

Welke eeuw is de gouden eeuw van Nederland?

Slide 1 - Open vraag

Wat is ons land dan?

Slide 2 - Open vraag

Welke stad is de belangrijkste van Europa?

Slide 3 - Open vraag

Wat voor soort mensen wonen er veel in Amsterdam?

Slide 4 - Open vraag

Waren wonen de kooplieden?

Slide 5 - Open vraag

Wat hebben deze huizen?

Slide 6 - Open vraag

Wat doen de dienstmeisjes?

Slide 7 - Open vraag

Wat hebben de meeste kooplieden?

Slide 8 - Open vraag

Waarmee verdienen de kooplieden zoveel geld?

Slide 9 - Open vraag

Hoe komen ze hier aan?

Slide 10 - Open vraag

Waar bewaren de kooplieden hun koopwaar?

Slide 11 - Open vraag

Waar zijn veel kooplieden lid van?

Slide 12 - Open vraag

Wat betekent VOC

Slide 13 - Open vraag

Wat doet de VOC?

Slide 14 - Open vraag

Wat nemen ze mee uit Oost-Indië (noem er 6)?

Slide 15 - Open vraag

Wat doen de kooplieden met deze specerijen?

Slide 16 - Open vraag

Welke schepen worden gemaakt op de scheepswerven in de haven?

Slide 17 - Open vraag

Waarom is de reis naar Oost-Indië gevaarlijk (noem er 3)?

Slide 18 - Open vraag

Hoe noem je mensen die matrozen zoeken als er te weinig zeelieden zijn?

Slide 19 - Open vraag

Welke kunstenaars zijn er in de gouden eeuw (noem er 3)?

Slide 20 - Open vraag

Wat maken schilders in hun atelier?

Slide 21 - Open vraag

Noem een wereldberoemde schilder uit de gouden eeuw.

Slide 22 - Open vraag

Schepen van de VOC zijn echte kunstwerken. Wat hebben zij aan de voorkant van het schip?

Slide 23 - Open vraag

Noem een voorbeeld van een instrument dat wetenschappers uitvinden.

Slide 24 - Open vraag

Wat heeft Christiaan Huygens uitgevonden?

Slide 25 - Open vraag

Waar gaan zieke mensen in de 17e eeuw naar toe?

Slide 26 - Open vraag

Wat laat het bestuur van Amsterdam bouwen voor arme mensen (noem er 2)?

Slide 27 - Open vraag

Wie wonen er in een weeshuis (noem er 2)?

Slide 28 - Open vraag

Wie deelt er water en brood uit?

Slide 29 - Open vraag