Eerste les 3 basis combi klas

Nederlands
1. Welkom 
2. Regels & verwachtingen
3. PTA
4. Classroom
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Nederlands
1. Welkom 
2. Regels & verwachtingen
3. PTA
4. Classroom

Slide 1 - Tekstslide

Voorstellen
Meneer Buijvoets - Nederlands
Mevrouw Yilanci - Duits
Mevrouw Orban - Taaldocent
Meneer Peters - Directeur




Slide 2 - Tekstslide

Regels & verwachtingen
1. Je bent op tijd. 
2. Je hebt je spullen in orde: boek, pen, schrift, chromebook & oplader.
3. Zitten volgens de vaste plattegrond
4. Actief meeschrijven met uitleg

Slide 3 - Tekstslide

Classroom
Code:

q7s4ufp

Slide 4 - Tekstslide

PTA
1. Kijk & luisteren 
2. Taalverzorging H1 - H3 
3. Leesvaardigheid H1 - H4
4. Presenteren
5. Fictiedossier
6. E-mail schrijven

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

Instructie 
1. Opdracht samen doornemen
2. Bepaal inleiding - middenstuk - slot
3. Begin met Mijn naam is ... 

Slide 7 - Tekstslide

Aan de slag
Wat?
E-mail schrijven
Hoe?
Zelfstandig
Vragen?
Stel ze aan een docent
Tijd?
20 min 
Klaar?
Nieuws lezen (NOS, NU, AD, RTL)
timer
20:00

Slide 8 - Tekstslide

Volgende keer
1. E-mail afmaken, bespreken en verbeteren.
2. Herhalingsopdracht PV + OW - Taalverzorging. 

Slide 9 - Tekstslide

Planning
1. E-mail afmaken
2. E-mail bespreken
3. Uitleg PV + OW 
4. Werkblad PV + OW 

Slide 10 - Tekstslide

Aan de slag
Wat?
E-mail schrijven
Hoe?
Zelfstandig
Vragen?
Stel ze aan een docent
Tijd?
5 min 
Klaar?
Vraag aan docent om werkblad 2
timer
5:00

Slide 11 - Tekstslide

Op welke manier heb je jezelf voorgesteld?

Slide 12 - Open vraag

Hoe heb je aangegeven dat je reageert op de oproep en waarom je het leuk lijkt om DJ te zijn?

Slide 13 - Open vraag

Noem de twee redenen of voorbeelden waarom jij geschikt bent als DJ

Slide 14 - Open vraag

Wat is je artiestennaam?

Slide 15 - Open vraag

Welke twee nummers zou je draaien op het feest en waarom?

Slide 16 - Open vraag

Hoe heb je aangegeven dat je hoopt dat je gekozen wordt als DJ

Slide 17 - Open vraag

Hoe heb je de mail afgesloten?

Slide 18 - Open vraag

Welkom
1. Mededeling cijfer NE
2. Herhaling PV + OW
3. Afmaken werkblad 1 
4. Bespreken werkblad 1 
5. Start werkblad 2
6. Bespreken werkblad 2

Slide 19 - Tekstslide

Persoonsvorm
Persoonsvorm is altijd een werkwoord. Een werkwoord is iets wat je kan doen, bijvoorbeeld: fietsen, lopen, werken of drinken.

Je vindt de persoonsvorm door de zin van tijd te veranderen. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm. 

VB: Ik loop naar school ---> Ik liep naar school

Slide 20 - Tekstslide

Onderwerp
Het onderwerp voert het werkwoord uit of het werkwoord doet iets met het onderwerp. 


Je vindt het onderwerp door de vraag te stellen: wie/wat + pv = ow

VB: 
1. Ik loop naar school. Wie loopt naar school? Ow = ik
2. De MediaMarkt sluit vanavond om 20.00 's avonds. Wie sluit? Ow = De MediaMarkt

Slide 21 - Tekstslide

Aan de slag
Wat?
Werkblad 1 
Hoe?
Zelfstandig
Vragen?
Stel ze aan een docent
Tijd?
10 min 
Klaar?
Vraag aan docent om werkblad 2
timer
10:00

Slide 22 - Tekstslide

Enkelvoudige zin
Een zin met één persoonsvorm en één onderwerp.

De leerlingen uit 4T zijn niet op school. Zij zijn op kamp naar Limburg. 

Slide 23 - Tekstslide

Samengestelde zin
Een zin met twee of meer persoonsvormen en onderwerpen.

De leerlingen uit 4T zijn niet op school, want zij zijn op kamp in Limburg.

Slide 24 - Tekstslide

Aan de slag
Wat?
Werkblad 2 
Hoe?
Zelfstandig
Vragen?
Stel ze aan een docent
Tijd?
10 min 
Klaar?
Aantekeningen Nederlands leren
timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

Welkom
1. Bespreken cijfer NE
2. PTA bekijken
3. Oefenen met leesvaardigheid
4. Bespreken tekst

Slide 26 - Tekstslide

Welkom
1. Ga rustig zitten op je vaste plek
2. Tekst vapen bespreken
3. Lesdoelen 
4. Aantekeningen maken
5. Tekst over Liefde  
timer
10:00

Slide 27 - Tekstslide

LESDOELEN

1. Ik kan de hoofdzaken benoemen bij teksten.
2. Ik kan de hoofdzaken scheiden van de bijzaken.
3. Ik kan de hoofdgedachte benoemen bij teksten. 

HOOFDZAKEN EN HOOFDGEDACHTE IN EEN TEKST 

Slide 28 - Tekstslide

Aantekeningen 
Onderwerp = waar de tekst over gaat. Je schrijft dit zo kort mogelijk op. 

Hoofdgedachte = is een samenvatting van de tekst in één volledige zin. 

Iedere tekst is opgebouwd uit: inleiding - kern - slot 

Slide 29 - Tekstslide

Aantekeningen
Hoofdzaken kun je vaak vinden:

  • in de inleiding en het slot van een tekst
  • in de belangrijkste zin van een alinea (kernzin), vaak te vinden in de eerste of laatste zin!
  • Tussenkopjes kunnen je ook helpen om de hoofzaken te vinden

Slide 30 - Tekstslide

Doel van de tekst
De schrijver wil
Voorbeeld van tekstsoort
Informeren
Dat je iets te weten komt
Nieuwsartikel, verslag, schoolboek
Instrueren (iets leren of uitleggen)
Dat je weet hoe je iets moet doen
Recept, handleiding 
Activeren (iets laten doen)
Je overhalen om iets te doen
Uitnodiging, advertentie, reclametekst
Overtuigen (mening geven)
Dat je zijn mening overneemt
Betoog, recensie, review
Amuseren (vermaken)
Je vermaken
Leesboek, stripverhaal, gedicht

Slide 31 - Tekstslide

Welkom
1. Herhalen theorie 
2. Tekst over Liefde  
3. Tekst nakijken

Slide 32 - Tekstslide

Onderwerp

Onderwerp -> waar de hele tekst over gaat, beschreven in één of een paar woorden  (dus geen hele zin).

Onderwerp vinden -> de titel, de eerste alinea, de tussenkopjes en de plaatjes (verkennend lezen)

Slide 33 - Tekstslide

Titel en tussenkopjes
Titel -> vetgedrukte regel boven een tekst. De titel noemt het onderwerp of geeft een aanwijzing voor onderwerp.

Tussenkopje -> titel van een tekstgedeelte

Slide 34 - Tekstslide

Tekstdoel:
Informeren - > lezer informatie over iets uit de werkelijkheid geven.
Voorbeelden: nieuwsbericht, verslag, studieboek, (achtergrond)artikel, folder

Slide 35 - Tekstslide

Tekstdoel:

Amuseren - > de lezer vermaken, zijn vaak verzonnen gebeurtenissen.
Voorbeelden: roman, strip, cartoon

Slide 36 - Tekstslide

Tekstdoel:

Instrueren  - > de lezer vertellen hoe je iets moet doen
Voorbeelden: instructie, recept, bijsluiter

Slide 37 - Tekstslide

Tekstdoel:
Overtuigen  - > de schrijver wil dat de lezer het met hem eens is 
Voorbeelden: betoog, review, filmbespreking

Slide 38 - Tekstslide

Tekstdoel:
Activeren  - > de schrijver wil dat de lezer iets gaat doen. Voorbeelden: reclamefolder, advertentie, uitnodiging, affiche, flyer

Slide 39 - Tekstslide

de lezer iets nieuws vertellen
de lezer vermaken of laten lezen voor zijn plezier
de lezer overhalen iets te doen
de lezer uitleggen hoe iets zit of hoe je iets doet
een mening geven en uitleggen waarom die mening waar is
informerende tekst
amuserende tekst
activerende tekst
instruerende tekst
overtuigende tekst

Slide 40 - Sleepvraag

Wat is het verschil tussen een feit en een mening?

Slide 41 - Open vraag

Feiten en meningen
Feit -> iets wat zo is, dat staat vast. Dingen die je kunt controleren, of onderzocht zijn.
  • Het is nu twaalf uur.
  • In deze chocoladereep zit suiker.
Mening -> iets wat iemand vindt. Ook wel: standpunt, oordeel, opinie, opvatting
  • Het is al laat.
  • Chocolade is lekker.

Slide 42 - Tekstslide

Aan de slag
Wat?
Tekst lezen + opdrachten maken
Hoe?
Zelfstandig
Vragen?
Stel ze aan een docent
Tijd?
15 min 
Klaar?
Nieuws lezen (NOS, NU, AD, RTL)
timer
15:00

Slide 43 - Tekstslide

Welkom
1. Ga rustig zitten op je plek
2. Online werkboek
3. Tekst over Kauwgom
4. Tekst bespreken

Slide 44 - Tekstslide

Aan de slag
Wat?
Tekst lezen + opdrachten maken
Hoe?
Zelfstandig
Vragen?
Stel ze aan een docent
Tijd?
20 min 
Klaar?
Online oefenen H2 Lezen
timer
20:00

Slide 45 - Tekstslide

Welkom
1. Ga rustig zitten op je plek
2. Nieuwe theorie
3. Oefentekst
4. Bespreken

Slide 46 - Tekstslide

Lesdoelen 
  • ik weet dat een tekst op verschillende manieren kan beginnen;
  • ik kan manieren van inleiden benoemen;
  • ik kan manieren van inleiden herkennen in een tekst.

Slide 47 - Tekstslide

Slide 48 - Tekstslide

Manieren van inleiden
Inleiding
- deskundige introduceren
- een belangrijke vraag stellen (over het onderwerp)
- een probleem noemen
- anekdote (= kort grappig verhaaltje)
- een samenvatting geven
- de aanleiding van het schrijven noemen
- standpunt innemen

Slide 49 - Tekstslide

Aan de slag
Wat?
Tekst lezen + opdrachten maken
Hoe?
Zelfstandig
Vragen?
Stel ze aan een docent
Tijd?
20 min 
Klaar?
Online oefenen H2 Lezen
timer
20:00

Slide 50 - Tekstslide