Omrekenen

Vak: Rekenen
Hoofdstuk: 10.2  Omrekenen
1.
Lesopening
2. 
Lesdoel
3.
Mini-check
4. 
Uitleggen
5. 
Zelfstandig werken
6.
Refleсtie
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenBasisschoolGroep 5

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Vak: Rekenen
Hoofdstuk: 10.2  Omrekenen
1.
Lesopening
2. 
Lesdoel
3.
Mini-check
4. 
Uitleggen
5. 
Zelfstandig werken
6.
Refleсtie

Slide 1 - Tekstslide

2. Lesdoel 
Aan het eind van deze les:
 
- kun je eenheden omrekenen naar de juiste eenheid.


Slide 2 - Tekstslide

Wat is de afkorting van kilogram?
A
kilo
B
gram
C
g
D
kg

Slide 3 - Quizvraag

Wat is de afkorting van gram?
A
g
B
gr
C
gram
D
kilo

Slide 4 - Quizvraag

1 kilogram is hoeveel gram?
A
1
B
10
C
100
D
1000

Slide 5 - Quizvraag

Welke eenheden worden het meest gebruikt?
A
Kilogram, gram, milligram
B
Hectogram, gram, centigram
C
Decigram, gram, centigram
D
Kilogram, gram, centigram

Slide 6 - Quizvraag

Wat weegt ongeveer 1 kilogram?
A
Een boek
B
Een nootje
C
Een appel
D
Een paperclip

Slide 7 - Quizvraag

Lengte 
De lengte van een figuur geeft aan hoe lang dat figuur of voorwerp is
Soms hebben ze het ook wel over afstand.

Bijvoorbeeld:
  • De Lengte van de woonkamer is 7 meter. 
  • De afstand tussen Oosterhout is 5 km.
Gewicht omrekenen

Slide 8 - Tekstslide

Welk gewicht hoort bij welk product?
1 kilo
1 gram
200 gram
1000 kg

Slide 9 - Sleepvraag

Wat weegt 1 kg?
A
1,5 liter cola
B
pak suiker
C
koffiepads
D
zak chips

Slide 10 - Quizvraag

Hoeveel kilogram is 1000 gram?
A
1
B
10
C
100
D
1000

Slide 11 - Quizvraag

Wat geeft deze weegschaal aan?
A
112 kg
B
11,2 kg
C
112 g
D
11,2 g

Slide 12 - Quizvraag

Wat geeft deze weegschaal aan?
A
70 kg
B
80 kg
C
75 kg
D
76 kg

Slide 13 - Quizvraag

Wat is het zwaarst?
A
1 kg appels
B
1000 g sinaasappels
C
2 kg limoenen
D
1 kg suiker

Slide 14 - Quizvraag

Hoeveel wegen de pakjes champignons samen?
(Meer antwoorden zijn mogelijk)
A
1000 g
B
1 kg
C
500 g
D
250 g

Slide 15 - Quizvraag

Rekenen in de praktijk 
Zandkoekjes maken en bakken! 


















Slide 16 - Tekstslide

Wat zijn de ingrediënten voor zandkoekjes?
A
Bloem, eieren, melk, zout, boter en olijfolie
B
1 pak meel voor pannenkoeken, yoghurt eieren, zout, boter en olijfolie
C
Poedersuiker, boter, Zeeuwse bloem, ei, zout, citroenrasp
D
Ik weet het niet, ik heb het nog nooit gemaakt

Slide 17 - Quizvraag

Lengte 
De lengte van een figuur geeft aan hoe lang dat figuur of voorwerp is
Soms hebben ze het ook wel over afstand.

Bijvoorbeeld:
  • De Lengte van de woonkamer is 7 meter. 
  • De afstand tussen Oosterhout is 5 km.
Lengte omrekenen

Slide 18 - Tekstslide

Lengte 
De lengte van een figuur geeft aan hoe lang dat figuur of voorwerp is
Soms hebben ze het ook wel over afstand.

Bijvoorbeeld:
  • De Lengte van de woonkamer is 7 meter. 
  • De afstand tussen Oosterhout is 5 km.
Inhoud omrekenen

Slide 19 - Tekstslide

5. Zelfstandig werken
 Maak je in studiemeter een oefening in "meten en meetkunde" 


timer
12:00

Slide 20 - Tekstslide

6. Reflectie
Hoe ging de les?
Heb je nog vragen of vind je nog iets lastig? 

Lesdoelen: 

- kun je eenheden omrekenen naar de juiste eenheid?

Slide 21 - Tekstslide

8. Huiswerk
Huiswerk:
Vrijdag 21 maart
10.2 opdracht 10 t/m 18
Studiemeter

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide