Overal 3v P4.4 : kracht en snelheidsverandering

4.4 Kracht en snelheidsverandering
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

4.4 Kracht en snelheidsverandering

Slide 1 - Tekstslide

4.4 kracht en snelheidsverandering

Terugblik 4.1 t/m 4.3 (5 min)
Instructie 4.4 incl. vragen (15 a 20 min)
Huiswerk (15 min)

Slide 2 - Tekstslide

Wat is de eenheid van Arbeid?
A
Newton(N)
B
Joule (J)

Slide 3 - Quizvraag

Leerdoelen 4.4
Je kunt:
- uitleggen hoe je een stoot krijgt
- een stoot uitrekenen
- uitleggen hoe massa de snelheidsverandering na een stoot beïnvloedt
- werken met de formule voor stoot en beweging

Slide 4 - Tekstslide

Kracht en snelheidsverandering 4.4

Een tijdje kracht zetten
Om je snelheid te vergroten kun je:
Een grotere kracht uitoefenen.
De kracht gedurende een langere tijd uitoefenen.

Slide 5 - Tekstslide

Kracht en snelheidsverandering 4.4

Stoot
De combinatie van de kracht en de tijd waarin je de kracht uitoefent heet stoot.


Slide 6 - Tekstslide

Kracht en snelheidsverandering 4.4

formule
Stoot = F. ∆t
Stoot is de stoot in newtonseconde (Ns)
F is de kracht in Newton (N)
∆t is de tijd dat de kracht werkt in seconde (s)
 ∆t = delta t = eindtijd - begintijd



Slide 7 - Tekstslide

Kracht en snelheidsverandering 4.4

Massa en stoot
Bij een gelijke stoot krijgen zware voorwerpen een kleinere snelheidsverandering dan lichte voorwerpen.




Slide 8 - Tekstslide

Kracht en snelheidsverandering 4.4

Frits slaat met een gemidelde kracht van 2000N tegen een boksbal. Met een videoopname zie je dat hij de bal slechts 0,050 S raakt.
a. Bereken de stoot die Frits uitoefent.
fo
 

Stoot = F. ∆t
F = 2000N??
∆t = 0,050 s
Stoot = 2000 x 0,050 = 100 Ns

Slide 9 - Tekstslide

Gordon heeft een massa van
80 kg en Giada 60 kg. Ze duwen elkaar met gelijke kracht weg.
Wat kan je zeggen over de snelheid na de stoot?
A
Gordon heeft een grotere snelheid.
B
Giada heeft een grotere snelheid.
C
ze hebben allebei dezelfde snelheid

Slide 10 - Quizvraag

De formule van stoot is
A
= m*a
B
= F*t
C
= m*g
D
= F*s

Slide 11 - Quizvraag

Kracht en snelheidsverandering 4.4

Snelheidsverandering vanuit stilstand




formule
F. ∆t = m . ∆v
F is de kracht in Newton (N)
∆t is de tijd dat de kracht werkt in seconde (s)
M is de massa van het voorwerp in kilogram (kg)
∆v is de snelheidsverandering die het voorwerp              ondergaat. (eindsnelheid – beginsnelheid) in meter per seconde (m/s)
 

Slide 12 - Tekstslide

Kracht en snelheidsverandering 4.4

Wegrijdende trein
Een trein met een massa van 50.000 kg heeft een motor die een kracht kan uitoefenen van 40 kN.
Bereken hoelang het duurt voor de trein vanuit stilstand een snelheid bereikt van 100 km/h.
 




fo
 

Slide 13 - Tekstslide

Kracht en snelheidsverandering 4.4

Wegrijdende trein
Een trein met een massa van 50.000 kg heeft een motor die een kracht kan uitoefenen van 40 kN. Bereken hoelang het duurt voor de trein vanuit stilstand een snelheid bereikt van 100 km/h.
fo
 

F. ∆t = m . ∆v
Fmotor = 40.000 N
∆t = ??
m = 50.000 kg
∆v = 100 km/h / 3,6 = 27,8 m/s
40.000 x ∆t = 50.000 x 27,8
∆t = 50.000x 27,8 / 40.000 = 35 s
Antwoord de trein doet er 35 seconde over.

Slide 14 - Tekstslide

Kracht en snelheidsverandering 4.4

Frits slaat met een gemiddelde kracht van 2000N tegen een boksbal. Met een video-opname zie je dat hij de bal slechts 0,050 s raakt.
De massa van de boksbal is 80kg.
b. Bereken de snelheid die de boksbal krijgt na de klap.

fo
 

F. ∆t = stoot = m.v
Stoot = 100Ns 
 m= 80kg
v = stoot/m 
v= 100/80 = 1,25 m/s

Slide 15 - Tekstslide

43: Geef de formule verandering van snelheid beweging.

Slide 16 - Open vraag

Bij een botsing rijdt een auto met 50 km/h tegen een boom. De massa van de auto is 1200 kg. De kreukelzone van de auto is 1,2 m.
Hoe groot is de stoot?
Geef een berekening en vermeld het juiste antwoord( 1 decimaal) + eenheid.

Slide 17 - Open vraag

Kracht en snelheidsverandering 4.4

Het stoppen van een voorwerp
Als je een bal stopt zal de eindsnelheid kleiner zijn dan de beginsnelheid.
Voor de snelheidsverandering geef je dan de beginsnelheid op.

fo
 

Slide 18 - Tekstslide

Kracht en snelheidsverandering 4.4

Huiswerk
40, 43, 45 en 47



fo
 

Slide 19 - Tekstslide