Afweersysteem deel 2

Afweersysteem deel 2
  1. Je kunt uitleggen wat het ABO-bloedgroepensysteem is
  2. Je kunt het bloedtransfusieschema van het ABO-systeem verklaren
  3. Je kunt uitleggen wat het resusbloedgroepensysteem is
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
AnatomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Afweersysteem deel 2
  1. Je kunt uitleggen wat het ABO-bloedgroepensysteem is
  2. Je kunt het bloedtransfusieschema van het ABO-systeem verklaren
  3. Je kunt uitleggen wat het resusbloedgroepensysteem is

Slide 1 - Tekstslide

Wat is het meest getransplanteerde weefsel over de hele wereld?
A
Bloed
B
Longen
C
Hart
D
Lever

Slide 2 - Quizvraag

Antigenen
Het lichaam beschouwt lichaamsvreemde membraaneiwitten als antigenen.
Het immuunsysteem gaat er antistoffen tegen maken

Slide 3 - Tekstslide

Orgaantransplantaties
Men gebruikt organen waarvan zoveel mogelijk membraaneiwitten hetzelfde zijn als de ontvanger. Hoe meer vreemde membraaneiwitten er zijn, des te heftiger is de afweerreactie en des te groter is het afstotingsgevaar.

Slide 4 - Tekstslide

Rode bloedcellen hebben aan de buitenkant bepaalde membraaneiwitten. Deze heten bloedantigenen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quizvraag

Bloedtransfusie
Transplantatie van het vloeibare bloed wordt bloedtransfusie genoemd. Een bloedtransfusie is alleen mogelijk wanneer de ontvanger geen antistoffen heeft tegen de bloedantigenen van de donor.

Slide 6 - Tekstslide

ABO- bloedgroepsysteem en resusbloedgroep
Er zijn minstens honderd verschillende bloedantigenen bekend. Ze bepalen iemands bloedgroep. Bij een bloedtransfusie zijn twee bloedgroepen heel belangrijk: ABO bloedgroep en resusbloedgroep

Slide 7 - Tekstslide

bloedgroepen en resusziekte
https://www.sanquin.nl/over-bloed/bloedgroepen/rhesusfactor

Korte uitleg over bloedgroepen en resusziekte in een filmpje




Slide 8 - Tekstslide

Wat bepaalt welke bloedgroep je hebt?
De AB0 bloedgroep wordt bepaald door een suikerstructuur op je rode bloedcellen. Bij de ene suikerstructuur heb je bloedgroep A, bij de andere bloedgroep B. Bij bloedgroep 0 ontbreken deze suikerstructuren. Bij bloedgroep AB heb je allebei de suikerstructuren op je rode cellen.

Slide 9 - Tekstslide

Wat bepaalt welke bloedgroep je hebt?
Naast de AB0 bloedgroep is er nog een bloedgroep belangrijk voor bloedtransfusies, de Rhesus D bloedgroep (afgekort RhD), voorheen ook wel de rhesusfactor. Zit deze bloedgroep op je rode bloedcellen, dan ben je RhD positief. Ontbreekt de bloedgroep, dan ben je RhD negatief. Stel je hebt zowel bloedgroep A als RhD op je rode cellen, dan ben je A RhD positief, in de volksmond A positief.


Slide 10 - Tekstslide

Het bijzondere van de ABO-bloedgroepensysteem
Elk mens heeft vanaf zijn geboorte al antistoffen tegen de bloedantigenen die hij of zij zelf niet heeft

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Wanneer antistoffen klontering van het gedoneerde bloed veroorzaken heet dit met een moeilijk woord:

Slide 13 - Open vraag

Resusbloedgroep
Rode bloedcellen hebben nog een tweede soort bloedantigeen op hun celmembraan. Het resusantigeen (RH-antigeen), ook wel D-antigeen genoemd. 
Rh+ = resusantigeen aanwezig
Rh- = resusantigeen niet aanwezig

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht
Zoek op in de theorie wat met anti -D profylaxe wordt bedoeld en wanneer dit word toegepast en wanneer niet

Klassengesprek nabespreken

Slide 15 - Tekstslide

Zijn de lesdoelen behaald? 

Slide 16 - Tekstslide