Rekenen les 7 D1 Paragraaf 1.6

                                                          Welkom!


Vak: Rekenen mbo niveau 4
Blok 1 les 7
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1-4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

                                                          Welkom!


Vak: Rekenen mbo niveau 4
Blok 1 les 7

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Hoofdstuk 1 Grootheden en eenheden
Paragraaf 1.6 Referentiematen

Domein 1
Toets 1
Domein 2
Toets 2
Domein 3
Toets 3
Domein 4
Toets 4
Domein 5
Examen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lezen H1


Groep: PBSD 

Vak: Nederlands blok 1

Docent: mevrouw K. van Zaalen

Les 1
Les 2
Les 3
Les 4
Les 5
Les 6
Les 7
Les 8
Les 9
Les 10
Introductie
Par. 1.1
Par. 1.2
Par. 1.3
Par. 1.4
Par. 1.5
Par. 1.6
Par. 1.7
TOETS
Nabespreken
Wat gaan we doen?
Starten
Opstarten van de les
Kennis activeren
Uitleg par. 1.6 Referentiematen
Kennis trainen
Maken (selectie van) opdrachten par. 1.6
Kennis checken
Nabespreken (selectie van) opdrachten par. 1.6
Kennis toetsen
Toetsen examenopdracht met toelichting
Afronden
Beantwoorden van individuele vragen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Gewicht en lengte schatten 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Aan het werk via de korte route
  • Blijf ingelogd in Google.
  • Maak de opdrachten van par. 1.6.
  • Meld je tijdig voor de examenopdracht!
Voortgang
Ik beoordeel je opdracht en voorzie die van een cijfer en persoonlijke feedback. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Schatten

Leerdoelen


  • Ik kan antwoorden schatten.
  • Ik kan antwoorden controleren door vooraf het antwoord te schatten.



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Een vrouw verliest per dag tussen de 40 en 120 haren.
Hoeveel haren verliest ze tenminste voor ze vijftig jaar is?


A
Ongeveer 7500 haren.
B
Ongeveer 75 000 haren.
C
Ongeveer 750 000 haren.
D
Ongeveer 7 500 000 haren.

Slide 7 - Quizvraag

Schatten
50 haren x 400 dagen x 50 jaar = 
ongeveer 1 000 000 haren

Precies
40 x 365 x 50 = 730 000 haren



Een man rookt iedere week voor € 18,00 aan sigaretten.
Wat kost zijn rookverslaving hem tenminste per jaar?


Een man geeft € 18,00 per week uit aan sigaretten. Wat is hij minimaal per jaar kwijt aan zijn rookverslaving?
A
€ 600,00
B
€ 700,00
C
€ 800,00
D
€ 900,00

Slide 8 - Quizvraag

Schatten
50 weken x € 20 = € 1.000 

Precies
52 x € 18 = € 936,00 


Verhoudingstabellen

Leerdoelen


  • Ik kan rekenen met verhoudingstabellen.



Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




aantal
        3
      33
prijs in €
        6
       ?
Doe dat ook onder de streep!
Wat doe je boven de streep?
A
€ 18,00
B
€ 66,00
C
€ 99,00
D
€ 198,00

Slide 10 - Quizvraag

Boven de streep vermenigvuldig je met 11. Doe dat ook onder de streep.

3 x 11 = 33
6 x 11 = € 66,00 



aantal
      12
     144
prijs in €
       8
       ?
Doe dat ook onder de streep!
Wat doe je boven de streep?
A
€ 1,50
B
€ 18,00
C
€ 96,00
D
€ 1152,00

Slide 11 - Quizvraag

Boven de streep vermenigvuldig je met 12. Doe dat ook onder de streep.

12 x 12 = 144
8 x 12 = € 96,00 



aantal
     250
     12,5
prijs in €
       ?
       25
Doe dat ook onder de streep!
Wat doe je boven de streep?
A
€ 5,00
B
€ 50,00
C
€ 367,50
D
€ 500,00

Slide 12 - Quizvraag

Boven de streep vermenigvuldig je 12,5 met 20. Doe dat ook onder de streep.

12,5 x 20 = 250
25 x 20 = € 500

Paragraaf 1.6. Referentiematen

Leerdoelen


  • Ik kan schattingen maken van referentiematen.



Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies





Hoeveel kilometer per uur fietst de gemiddelde Nederlander?



Referentiemaat?
Een referentiemaat is een maat die je uit je hoofd moet weten.
A
10 km/h
B
16 km/h
C
22 km/h
D
28 km/h

Slide 14 - Quizvraag

tussen de 15 en 18 km/h



Hoeveel kilometer per uur wandelt de gemiddelde Nederlander?


Referentiemaat?
Een referentiemaat is een maat die je uit je hoofd moet weten.
A
5 km/h
B
8 km/h
C
11 km/h
D
14 km/h

Slide 15 - Quizvraag

C tussen de 4 en 6 kilometer per uur




Hoeveel inwoners telt Nederland sinds 2024?


Referentiemaat?
Een referentiemaat is een maat die je uit je hoofd moet weten.
A
16 miljoen
B
17 miljoen
C
18 miljoen
D
19 miljoen

Slide 16 - Quizvraag

C Sinds 2024 telt Nederland 18 miljoen inwoners.



Als Maria 15 km/h fietst, hoe lang doet ze dan over een fietstocht van 24 kilometer?


A
66 minuten
B
76 minuten
C
86 minuten
D
96 minuten

Slide 17 - Quizvraag

D 60 : 15 x 24 = 96 minuten



Als Roger 5 kilometer per uur wandelt, hoe lang doet hij dan over een wandeling van 6,5 kilometer?


A
58 minuten
B
1 uur en 8 minuten
C
1 uur en 18 minuten
D
1 uur en 28 minuten

Slide 18 - Quizvraag

C 60 : 5 x 6,5 = 78 minuten 
    78 minuten = 1 uur en 18 minuten

afstand:   5 km        1 km          6,5 km
tijd:          60 min     12 min       78 min

Aan het werk via de basisroute
  • Maak de opdrachten van par. 1.6.
 

timer
30:00

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Paragraaf 1.6 Oefenen voor het examen
Bij het maken van je examen kijken examinatoren niet alleen naar of je het juiste antwoord op de vraag kan geven. Zij willen ook weten hoe je tot dat antwoord bent gekomen. Dat kan je laten zien door een berekening te maken en die op te schrijven. Dat oefenen we bij het maken van de wekelijkse examenopdrachten. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Examenopdracht
Hakim loopt een marathon over een 
afstand van 42,195 km. Op het bord
staat zijn eindtijd.

Bereken de gemiddelde snelheid van
Hakim in meter per seconde. Rond je 
antwoord af op één decimaal.  
timer
10:00

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Hoe schrijf je dat op bij je examen?
Bereken eerst de afstand in meters                                                                                                             : 7518
42,195 km = 42195 m

Bereken dan de tijd in seconden
02:05:18 uur = (2 x 3600 =) 7200 + (5 x 60 =) 300 + 18 = 7518 seconden

Bereken dan de afstand in meters per seconden                                                                                       : 7518
7518 : 7518 = 1
42195 : 7518 = 5,61...

Rond af op één decimaal
5,61 = 5,6 m/s





afstand in m
      42195
          ?
tijd in sec
       7518
          1
Wat weet je al?
Je weet de afstand van een marathon.
Die is 42,195 km.

Je weet de gelopen tijd.
Die is 2:05:18.

Slide 22 - Tekstslide

Zet de gegevens in een tabel. Doe dan boven de streep wat je onder de streep doet. Of andersom.

Heb je je leerdoelen gehaald?
Leerdoelen
  • Ik kan schattingen maken met referentiematen.
                                                                                                                                                                                                                                                                         Toets domein 1!
                                                                                                                      
  Volgende week

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies