Schaakles 3, groep 1

Schaakles 3, groep 1
1 / 54
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 54 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Schaakles 3, groep 1

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

TACTIEK!
Laten we om te beginnen een verfrissende combinatie uit de
wedstrijdpraktijk bekijken!

Slide 3 - Tekstslide

Afleiding is het thema.
Maar niet als 'ontspanning'!
Let op het hoofdkenmerk:
de zwarte koning staat bijna mat!
OPGAVE:
Wat is de enige verdediger en
probeer die af te leiden!

Slide 4 - Tekstslide

Afleiding is het thema.
Maar niet als 'ontspanning'!
OPGAVE:
Wat is de enige verdediger en
probeer die af te leiden!
OPLOSSING:
1.Tc8! Dc8: (veld h4 is niet meer te dekken...)
2.Dh4+ Kg8 3.Dh7 mat.

Slide 5 - Tekstslide

Nog een mooi voorbeeld.
'Delection' is het Engelse woord
voor 'afleiding', dat het boek hanteert.
Kijk eens goed op welke VELDEN 
wit MAT zou KUNNEN geven.
OPGAVE: 
Probeer de sterkste verdediger 
AF TE LEIDEN en MAT te geven!

Slide 6 - Tekstslide

Nog een mooi voorbeeld.
OPLOSSING:
Velden f6 maar ook g7 dienen zich aan voor mat.
Met
1.Te8!!  worden zowel Dd8 als Tg8 'afgeleid'.
-  1..Te8: 2.Dg7 mat
-  1..De8: 2.Df6+ Tg7 3.Dg7 mat

Slide 7 - Tekstslide

Nog enige oefenstellingen!  
(Ook al gaat het niet over tenten.)  
Evenals de vorige keer krijg je de gelegenheid om je tactische kunnen wat op te schroeven.
Probeer zoveel mogelijk van de volgende stellingen op te lossen.
- zet een lastige stelling eens op het bord voor een beter overzicht
- beter 3 stellingen goed oplossen dan 10 vluchtig !
- het is steeds wit die aan zet is 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Wanneer strategisch en wanneer tactisch spelen?
Een lastige, dit!  Er spelen oa mee:
- wat is je speelstijl?
- is er genoeg tijd om zuiver te rekenen (tactisch) of niet?
- wat is er NODIG, in deze stelling?
- een voorbeeld volgt, waarin STRATEGIE en TACTIEK elkaar afwisselen!

Slide 13 - Tekstslide

Zwart aan zet.
Strategie en ruilen:
zwart rekent op de kracht van zijn loperpaar 
in het eindspel en ruilt de dames af.
Vragen: 
- Welk zwart stuk staat na de ruil
der dames het minst actief? 
- Hoe kun je dit stuk verbeteren?

Slide 14 - Tekstslide

Antwoorden:

- de loper van g7 deed niet veel
- met 2..Lf8 krijgt deze medewerker 
   een nieuwe toekomst; vooral velden
   d6 (dekt pion e5) en c5, valt pion f2 aan(!) lonken.

Slide 15 - Tekstslide

Er volgde nu:

3.Pf3 met aanval op pion e5?
Zwart
3..Ld6 
4.Ta5  Hernieuwde aanval op de pion. Probleempje: f7-f6 kan niet...
Vraag: gaat zwart deze pion dus verliezen of is er meer aan de hand?

Slide 16 - Tekstslide


Het stond zo:                                         Na 2 zetten:


Vraag: gaat zwart deze pion dus verliezen of is er meer aan de hand? 
Antwoord:
Als wit de e pion neemt, gaat zijn paard verloren: 3..Tb1+ 4.Kh2 Kg7  (zo verliep de partij verder-zie het diagram!) en nu faalt
5.Pe5: op f7-f6!

Slide 17 - Tekstslide

Het verdere verloop was:
5.g3 Dreigt nu wél Pf3xe5.  
5..Kf6 en de verdediging sluit!
6.Ld5 Le6 
Zwart wil best de sterke Ld5 ruilen.
7.c4 Tc1 Pion c4 blijkt zwakker dan e5 is geweest!
8.Kg2 Tc2

Slide 18 - Tekstslide

Na 8..Tc2 stond het zo:
Zwart heeft veel bereikt.
Vraag: wat is nu zijn beste zet?

Slide 19 - Tekstslide

De TACTIEK moet nu prevaleren!
Vraag: wat is nu zijn beste zet? Hiervoor moest even
GEREKEND worden. De varianten zijn niet moeilijk:
Antwoord: 
Le6xd5! met winst van materiaal:
- e4xd5 dan Tc2xc4
- Pe1xc2 dan Ld5xe4+
- c4xd5 dan Tc2-e2 en pion e4 valt
In plaats daarvan speelde zwart (minder sterk) Tc2-c3, wat we als meer STRATEGISCH kunnen zien.
Zwart wilde de stelling 'vasthouden', met het idee dat wit vanzelf in de fout zou gaan. Onjuist, zoals bleek!

Slide 20 - Tekstslide

Het beslissende moment 
uit deze partij zien we hier:
Wit is aan zet en ziet zijn paard 
aangevallen.
Vraag: wat is zijn sterkste zet?

Slide 21 - Tekstslide

Het beslissende -tactische!- moment 
uit deze partij zien we hier:
Vraag: wat is zijn sterkste zet? NIET Pd3-e1 wegens Ld6-c5!
Antwoord:     Wit lette goed op en greep zijn kans:
c4-c5! Td2xd3
c4xd6+ c7xd6
Ta7 Dreigt Ld5-c6 met stukwinst!
.....  Td3-c3
Ld5xf7! Ke7xf7       Ta7xd7+   Kf7-e6     Td7-g7   Ke6-f6   Tg7-d7  en remise.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Hogeschool van de Combinatie!
Dan nu een fraaie tactische schermutseling uit een
WK tweekamp tussen Anand en Gelfand, zo'n 20 jaar geleden.
Anand, met wit, laat zich niets wijsmaken als er 'zomaar' een
paard kan worden geslagen!

Slide 24 - Tekstslide

Zwart is aan zet.
Natuurlijk liet Gelfand nu Ph5 
niet zomaar instaan. Hij had het naar f6 kunnen
terugtrekken.
Maar hij speelde:
1..Df6 Laten we eens rustig bekijken, wat de gevolgen van 2.g4xh5 zijn.

Slide 25 - Tekstslide

Er is dus 1..Df6 gespeeld.
Tot zwarts verrassing volgde nu tóch
2.g4xh5
Eerste beschouwing:
Het is niet zo moeilijk in te zien dat zwart 
na 2.gh dan wel een P kwijt is, maar hiervoor een
T terug krijgt met 2..Df6xf3:+ en vervolgens Df3xh1.
Echter, heeft wit daarna nog 'iets' achter de hand?! 
Zo niet, dan kan hij het P beter niet slaan.  OPGAVE: Wat is wit van plan na
 2..Df3:+ 3.Kc2 Dh1:       TIP: Zet de bereikte stelling op. Kijkt een stuk beter.

Slide 26 - Tekstslide

Tot zover zijn wij
inmiddels ook gekomen.
Maarrr... wat heeft Anand
op dit moment gezien,
dat Gelfand had gemist?

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Ten slotte...
Wat verwonderde ik me erover dat Gelfand, 
een wereldtopper, wel naar 17.Df4 Dg1 had 
gekeken, maar NIET naar 17.Df2!
Ach ja, dat is voor ons allen ook wel bemoedigend:
ook de allerbesten zien het niet steeds goed en missen zelfs 
'eenvoudige' dingen!

Slide 29 - Tekstslide

??!
Wat moet 
dit nu?

Slide 30 - Tekstslide

??!
Deze chaotische foto bevat 
een aantal spannende 
stellingen.
Wit is steeds aan zet en wint met een
combinatie. Probeer ze maar eens op
te lossen!

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Toreneindspelen 
Er zijn:
- strategische toreneindspelen die een goede inschatting en een 
  bepaald PLAN vereisen
- tactische toreneindspelen die een verrassing inhouden
   (die dan wel moet worden gezien!)
Beide gaan we nu belijken.

Slide 33 - Tekstslide

STRATEGIE
TORENEINDSPEL 1
Wit is aan zet.
Vraag: Wat is er in wits voordeel,
behalve dat hij een pion meer heeft?

Slide 34 - Tekstslide

Wit is aan zet.
Antwoord:
- zijn pion is al op de voorlaatste rij
-  de zwarte koning is afgesneden over 2 lijnen

Slide 35 - Tekstslide

Wit is aan zet.
Vraag:
Hoe moet wit spelen om te winnen?
Probeer deze stelling eens zo goed mogelijk uit te spelen met elkaar!

Slide 36 - Tekstslide

Mogelijke uitwerkingen.
Er zijn wel 2 manieren om te winnen!
De eerste methode bestaat uit verdringen van de 
zwarte toren van de c lijn, door het veld c8 te bezetten:
1.Ta1 Kf7 2.Ta8 Tc1 (2..Ke6 dan 3.Ke8 Th2! 4.Ta6+! en wint)
3.Tc8 Td1 4.Kc7 Tc1+ 5.Kb6 
Zwart heeft enkel nog schaakjes, maar de witte koning nadert de toren 
en promoveert dan snel. Het is uit.

Slide 37 - Tekstslide

De kenmerkende momenten in 3 
stellingen!

Slide 38 - Tekstslide

Mogelijke uitwerkingen.
Er zijn wel 2 manieren om te winnen!
De tweede methode bestaat uit 
het bouwen van een brug!
Het gaat zo:
1.Tf4! De bedoeling van deze mysterieuze torenzet blijkt al gauw:
1..Tc1 2.Ke7 Te1+ 3.Kd6 Td1+ 4.Ke6 
(als 4..Td2 dan 5.Tf5! en Td5 met winst)  4..Te1+ 5.Kd5 Td1+ en nu
6.Td4!  en de doortocht van de pion is eindelijk voor elkaar.

Slide 39 - Tekstslide

De 3 kenmerkende stellingen zijn:

Slide 40 - Tekstslide

TORENEINDSPEL 2
Zwart is aan zet
Hier weet zwart zich uit de problemen 
te redden als volgt:
1..Ta8+ 2.Kd7 Ta7+ 3.Kd6 Ta6+ 4.Kd5 Ta5+ 5.Kc6 Ta6+
(niet 5..Te5 6.Kd7 Td5+ 7.Ke6 met winst)
6.Kb7  Anders blijft zwart maar schaak geven.
6..Te6! en de pion valt. Remise!

Slide 41 - Tekstslide

TORENEINDSPEL  1 + 2
VRAAG:  Wat zijn de voornaamste verschillen tussen 1 en 2 ?

Slide 42 - Tekstslide

TORENEINDSPEL  1 + 2
ANTWOORD: 

- in stelling 1 is wit aan zet en in stelling 2 zwart, wat natuurlijk gunstig is
   voor de verdediger
- in stelling 1 staat de zwarte K afgesneden over 2 lijnen;
   in stelling 2 slechts over 1 lijn; ook gunstig voor de verdediger
- de zwarte toren staat in stelling 1 veel beter dan in 2, want hij heeft:
  VOLDOENDE SCHAAKAFSTAND tov de witte koning!

Slide 43 - Tekstslide

TORENEINDSPEL  1 + 2


ALGEMEEN:
VRAAG:      Waarom vergelijken we deze stellingen zo precies?
ANTWOORD:  Door op de specifieke kenmerken (als bijv. de positie van de koning en de 
toren, hoe ver is de pion opgerukt? enz.)
kun je een inschatting maken van de kansen en van de volgen aanpak.
! Zo kun je soms VAN TEVOREN inschatten of je wel of niet wilt AFWIKKELEN naar dat
specifieke TORENEINDSPEL !

Slide 44 - Tekstslide

TACTIEK
TORENEINDSPEL 3
Zwart aan zet

Dit is uit de partij:
Bernstein - Smyslov, Groningen 1946
Smyslov zag een aardige tactische wending en
speelde:
1..b2  Tot zijn verbazing volgde er
2.Tb2:
VRAAG:  Probeer eens te bedenken wat wits bedoeling was. Kost dit niet gewoon een toren?!

Slide 45 - Tekstslide

TACTIEK
TORENEINDSPEL 3
Zwart aan zet

Dit is uit de partij:
Bernstein - Smyslov, Groningen 1946
ANTWOORD:
Nee! Op 1..b2 2.Tb2:!! redt wit zich verrassend met
2..Th2+ 3.Kf3! Tb2: en het is PAT!
In feite volgde er in de partij 
2..Kg4 Dit bekijken we in de volgende slide.

Slide 46 - Tekstslide

De 2e stelling ontstond uit de beginstand door:
1..b2 2.Tb2: Kg4 en nu
3.Kf1!  Hier werd tot REMISE besloten.
WAAROM? 
Na bijv. 3..Th1+ 4.Kg2 of 3..Kf3 4.Ta3+  komt zwart niet verder. Hoewel?!

Slide 47 - Tekstslide

3.Kf1!  -en stelling 1 is ontstaan- werd tot REMISE besloten.
Maar is dat wel zo duidelijk voor ons? Er had bijv. kunnen volgen:
 3..Kf3 4.Ta3+  Kg4 en we hebben stelling 2 bereikt.

VRAAG: Mag wit nu torens ruilen of verliest hij dan het pionneneindspel?
Probeer dit eens uit te werken.

Slide 48 - Tekstslide

Nog een voorbeeld:
Wit speelde in stelling 1:
1.Kf4  Hij heeft weinig anders, want 
- pion f5 is gepend en
- als Ta8 speelt, valt pion a7          Er volgde nu:
1..Kf7      Een slimme zet.   Stelling 2 is bereikt.
OPGAVE:  Bedenk hoe wit nu de fout in ging en het remise werd.

Slide 49 - Tekstslide

1..Kf7      Een slimme zet.   Stelling 2 is bereikt.
OPGAVE:  Bedenk hoe wit nu de fout in ging en het remise werd.
OPLOSSING:     Het motief is je inmiddels misschien bekend: pat!
1.Th8? Ta7:!!
2.Th7+  'Torenwinst!', moet wit gedacht hebben. Maarrr...
2..Kf6! 3.Ta7: Pat!

Slide 50 - Tekstslide

OPGAVE: Hoe wint wit wél in deze stelling?


Slide 51 - Tekstslide

OPGAVE: Hoe wint wit wél in deze stelling?
Oplossing: 
Na 1.f6! heeft zwart geen goede zet meer:
- op 1..Kf6: volgt 2.Tf8+ en a7-a8D
- op 1..Ke6 of 1..Kg6 beslist 2.Te8+ of Tg8+ en a7-a8D
- tenslotte wint na 1..Ta1(2, 3, 4 of 6) wél de ons nu bekende wending:
  2.Th7! Ta7: 3.Th7+ en torenwinst.


Slide 52 - Tekstslide

Slide 53 - Tekstslide

TERUGBLIK
Hoe vond je het vanavond?

Slide 54 - Tekstslide