Kernreactie

Kernreacties
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Kernreacties

Slide 1 - Tekstslide

Halveringstijd

Slide 2 - Tekstslide

Halveringstijd

Slide 3 - Tekstslide

halveringstijd
elke instabiele isotoop heeft een andere halveringstijd

Slide 4 - Tekstslide

§ 3.3 Atoomkernen en straling


Leerdoel:

Atoomkernen en straling: je weet het verschil tussen een alfa, beta en gamma straler. 

Slide 5 - Tekstslide

Het Atoom

Slide 6 - Tekstslide

Periodiek Systeem

Slide 7 - Tekstslide

Isotopen:

Een isotoop wordt vaak aangeduid met twee nummers.

Bovenste nummer is het massa getal. Het vertelt hoeveel nucleonen (deeltjes) er in de kern zitten.

Onderste is het atoom nummer. Dit geeft aan hoeveel protonen het atoom heeft en dus welk welk atoom het is

Slide 8 - Tekstslide

Verschillende soorten straling

Als een atoom vervalt ontstaat er gammastraling

Dit is net als licht elektromagnetische straling

Als een atoomkern vervalt ontstaan er ook stralingsdeeltjes, dit zijn:
- Alfa straling
- Beta straling





Slide 9 - Tekstslide

Soorten kernstraling

- Alfa straling 

- Bètastraling

- Gammastraling

Slide 10 - Tekstslide

Alfa straling
Deze bestaat altijd uit 2 protonen en 2 neutronen.

Als een alfa deeltje wegschiet uit de kern mist het oude atoom dus twee protonen. Er ontstaat een nieuw atoom het nieuwe atoomnummer is dan -2.

Voorbeeld: Je hebt Uranium 238 met 92 protonen in de kern, dit veranderd naar thorium 234 met 90 protonen
92 protonen - 2 protonen = 90 protonen



Slide 11 - Tekstslide

Bèta straling
Ontstaat  uit een neutron
die zich opsplitst in een
elektron en een proton.

Een bètadeeltje ontstaat vaak bij een teveel aan neutronen. Een neutron splits zichzelf dan in een proton en een elektron. Het elektron wordt uit de kern geschoten. In de kern is dan 1 extra proton ontstaan. Dus veranderd de stof.




Slide 12 - Tekstslide

Bètastraler C-14
C
14
6
8ste neutron
14
6
14
7
C
N + 
proton (blijft in de kern)
elektron 
(wordt uit de kern geschoten)
β

Slide 13 - Tekstslide

Stralingsdeeltjes
Stralingsdeeltjes kun je net als isotopen ook aangeven met een nummer

Het bovenste nummer is het massa getal. Het vertelt hoeveel nucleonen (deeltjes) er in de kern zitten.

Het onderste is de lading van het alfa of beta deeltje. De geladen deeltjes in een kern van een atoom zijn altijd protonen deze zijn positief + Je kan ook lading hebben van een elektron, deze zijn negatief -





Slide 14 - Tekstslide

Stralingsdeeltjes

Slide 15 - Tekstslide

Kernreactievergelijking

Het vervallen van C14




Het ontstaan van C14

Slide 16 - Tekstslide

Bèta-plus en Bèta-min verval
In Isotoop kan een te kort of 
juist een overschot hebben 
aan neutronen







Slide 17 - Tekstslide

Bèta-min verval

Slide 18 - Tekstslide

Bèta-plus verval

Slide 19 - Tekstslide

notatie van deeltjes 

Slide 20 - Tekstslide

vervalvergelijkingen
voor een vervalvergelijking geldt massabehoud en ladingbehoud: 
de som van massagetallen en atoomnummers links en rechts van de pijl zijn gelijk

Slide 21 - Tekstslide

Isotopenkaart
Welk type verval past bij verschillende isotopen?

Slide 22 - Tekstslide

Isotopenkaart
Welk type verval past bij verschillende isotopen?

Slide 23 - Tekstslide

maak deze opdrachten, 
overleggen mag als het niet lukt
timer
5:00

Slide 24 - Tekstslide

energie bij kernreacties 
Bij het verval wordt een beetje massa omgezet in de energie

Met deze formule kun je berekenen hoeveel energie er vrjkomt

       
E = Energie in joule (J)
m = massa in kg
c = de lichtsnelheid (                  m/s)                                     voorbeeld: opdracht 76
E=mc2
3.0108

Slide 25 - Tekstslide

keuze
-Opdrachten van paragraaf 4
-Samenvatting en opdrachten van kopie 
- maken volgende opdrachten:


Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video