NK, Kapitel 9, les 4, week 11, pers.vnw in 3e naamval

Willkommen,
heute ist Montag
der 23. Oktober 
Willkommen liebe Schüler
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Willkommen,
heute ist Montag
der 23. Oktober 
Willkommen liebe Schüler

Slide 1 - Tekstslide

Lernziel(e)
1. Je weet wat een persoonlijk voornaamwoord is en wat het              betekent als deze in de 3e naamval staat.

Slide 2 - Tekstslide


Studiewijzer periode 2

Slide 3 - Tekstslide

Programma:
Deel 1:
- nakijken huiswerk
- uitleg nieuwe grammatica
- zelfstandig werken grammatica

Deel 2:
-oefening spreekvaardigheid
-zelfstandig werken grammatica

Slide 4 - Tekstslide

Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?
Was haben wir in der letzten Stunde gemacht?

Slide 5 - Tekstslide

Huiswerk nakijken
1. Maak van Kapitel 9, D Lesen
    Aufgabe 14 en 15 in je boek
2. Leer de woorden van K9 Nl-Du

Slide 6 - Tekstslide

Aufgabe 14

Slide 7 - Tekstslide

Aufgabe 15
Hanno
Das ist ein interessanter Artikel! Ich fand es immer selbstverständlich, dass ich im Supermarkt einkaufen kann. Ich wusste nicht, dass es das noch gar nicht so lange gibt. Ich kann mir echt nicht vorstellen, wie das damals war. Es hat bestimmt ewig gedauert, bis man alles eingekauft hatte, was man so brauchte.

Slide 8 - Tekstslide

Aufgabe 15
lillybitz
Ich bin kein Fan von Supermärkten! Es ist doch viel schöner, wenn man in ein kleines Geschäft geht, in dem es zum Beispiel nur Backwaren gibt. Das ist auch nicht so anonym und der Kunde kann ein nettes Gespräch mit der Verkäuferin führen. Das macht doch Spaß! Ich finde es auch nicht schön, wenn die Ware noch nicht ausgepackt ist und man sie sich aus dem Karton nehmen muss.


Slide 9 - Tekstslide

Aufgabe 15
love_gita
Ich bin froh, dass es Supermärkte gibt – sie sind so praktisch! Ich sehe alle Waren im Regal stehen, so habe ich einen guten Überblick. Wenn ich etwas kaufen will, lege ich es einfach in meinen Einkaufswagen und bezahle am Ende an der Kasse. Oft sind die Preise in Supermärkten auch ziemlich niedrig, jedenfalls im Vergleich zu anderen Geschäften. Wenn man nicht so viel Geld hat, ist das super!

Slide 10 - Tekstslide

Het persoonlijk voornaamwoord in de derde naamval

Slide 11 - Tekstslide

Het persoonlijk voornaamwoord:
vervangt een persoon, personen, dieren of voorwerpen

de man = hij
Marieke = zij
mijn ouders = zij  mv



Slide 12 - Tekstslide

Het persoonlijk voornaamwoord
1e naamval (onderwerp)
Nederlands                                               Duits
ik                                                                   ich
jij                                                                   du
hij/zij/het, men,  wie                           er/sie/es, man, wer
wij                                                                wir
jullie                                                            ihr
zij/U                                                            sie/Sie
                                              



Slide 13 - Tekstslide

Wie kent nog de voorzetsels met de 4e nv?
DOGBUF

Slide 14 - Tekstslide

DOGBUF

Slide 15 - Tekstslide

voorzetsels die de 3e naamval  krijgen:
aus                         uit
bei                          bij
mit                         met
nach                     naar (bij steden, landen)
seit                        sinds
von                        van / door (bij personen)
zu                          naar (bij personen)



Slide 16 - Tekstslide

Het persoonlijk voornaamwoord
3e naamval  (meewerkend voorwerp)
"met jij is het altijd leuk"
-> met jou = meewerkend voorwerp, 
in het Duits: Mit du -> mit dir

Slide 17 - Tekstslide

Zelfstandig aan het werk
1. Maak van Kapitel 9, E Grammatik
    Aufgabe  18, 19,  en 21 boek
2. Klaar?  Leer de Grammatik A van K9 via slim stampen. 





Slide 18 - Tekstslide


Kurze Pause

Slide 19 - Tekstslide

Sprechfertigkeit ( max. 25 min)
1. Wir machen zusammen: Aufg. 28, 29, 30, 32

2. Ihr macht selber Aufgabe 31

Slide 20 - Tekstslide

Lesefertigkeit HM21/ HM23
              Ohne Handy voll am Arsch
            von
            Florian Buschendorff

Slide 21 - Tekstslide

Zelfstandig aan het werk: K8
1. Maak van Kapitel 8, A Sehen
    Aufgabe 1 + 2 online
2. Maak van Kapitel 8, B Wortschatz
    Aufgabe 3, 4, 5, 6, 7, 10\
3. Schrijf de woorden van K8 Niederländisch -Deutsch linker      kolom in je schrift (de laars t/m moeten)





Slide 22 - Tekstslide

Hausaufgaben
1. Maak van Kapitel 9, E, Grammatik, Aufg. 18, 19, 21 boek
2. F, Sprechen, Aufg.  31 online

3. Leren: Lernliste NL-DU (Seite 132-133)








Slide 23 - Tekstslide

Kijk nu terug naar de lesdoelen:
Je weet wat een persoonlijk voornaamwoord is en wat het betekent als deze in de 3e naamval staat.

Slide 24 - Tekstslide

ich
du
er
sie
es
wir
ihr
sie
wer
Sie
Koppel de persoonlijke voornaamwoorden in de 1e en 3e
ihr
mir
dir
euch
uns
ihnen
Ihnen
wem
ihm
ihm

Slide 25 - Sleepvraag