Schizofrenie

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
Anatomie Fysiologie PathologieMBOStudiejaar 2-4

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 7 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Wat zegt de DSM-5 over schizofrenie?
• Schizofrenie wordt in de DSM-5 gedefinieerd als een psychotische stoornis met:

Wanen
Hallucinaties
Gedesorganiseerd denken en spreken
Ernstig chaotisch of katatoon gedrag
Negatieve symptomen (zoals emotionele vervlakking of motivatieverlies)

Slide 3 - Tekstslide

• Duur: Symptomen moeten minimaal 6 maanden aanwezig zijn, waarvan één maand met actieve symptomen.

• Impact: De symptomen moeten een duidelijke verslechtering veroorzaken in sociale, beroepsmatige of andere belangrijke levensgebieden.

• Uitsluitingen: Stoornis mag niet beter verklaard worden door middelengebruik, een somatische aandoening of een andere psychische stoornis.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Tekstslide

Verschillende soorten schizofrenie
Niet iedereen met schizofrenie heeft dezelfde klachten. De ene persoon heeft meer last van hallucinaties, de andere juist van wanen. Er zijn dan ook verschillende soorten schizofrenie. Elke soort heeft een eigen combinatie van kenmerken.
Paranoïde schizofrenie: je hebt vooral last van nare wanen en hallucinaties. Die wanen kunnen over allerlei dingen gaan. Bijvoorbeeld dat je achtervolgd wordt, of dat er iets mis is met je lichaam.

Gedesorganiseerde schizofrenie: je hebt vooral problemen met denken en voelen. Het lukt niet om dingen te plannen bijvoorbeeld. Ook praat je soms onduidelijk. Anderen begrijpen je dan niet goed.
Katatone schizofrenie: je hebt vooral problemen met bewegen. Soms zit je bijvoorbeeld heel lang stil in dezelfde houding. Of je beweegt juist heel veel, terwijl dat niet nodig is.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

22q11-deletiesyndroom
Het 22q11-deletiesyndroom is een aandoening die al bij de  is. Door het syndroom mis je een stukje van je genen. Hierdoor kun je een fijne bouw hebben, een lang en smal gezicht, en een schisis: een spleet in je gehemelte.
De precieze klachten en hoe erg deze zijn, verschillen per persoon. Je kunt bijvoorbeeld last krijgen van problemen met praten, je ontwikkeling en je gedrag. Zo heb je meer kans op autismespectrumstoornissen (ASS) of een psychose. Ook kun je problemen krijgen met je hart.
Mogelijk heb je minder hormonen dan nodig is. Daardoor kun je kleiner zijn dan de meeste mensen. En je kunt ernstig zwaar worden (obesitas)
Ook heb je meer kans op suikerziekte, een te trage schildklier en te weinig calcium in je lichaam. Deze aandoeningen geven soms weinig klachten, maar kunnen later wel veel problemen veroorzaken.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Wanen 
zijn valse overtuigingen die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Iemand met wanen gelooft bijvoorbeeld dat ze worden achtervolgd of dat ze een beroemdheid zijn, ondanks bewijs van het tegendeel
Hallucinaties
zijn valse zintuiglijke waarnemingen. Dit betekent dat iemand dingen ziet, hoort, ruikt, voelt of proeft die er in werkelijkheid niet zijn. Een veelvoorkomende hallucinatie is het horen van stemmen terwijl er niemand in de buurt is.




Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Leroy durft zijn kamer niet meer op te gaan. Hij verteld dat er demonen ronddwalen die in hem willen kruipen en hem willen bezitten. Hij vertelt dat ze boos naar hem kijken, om hem heen dansen en wachten op een geschikt moment om toe te slaan.
A
Leroy heeft last van wanen
B
Leroy heeft last van hallucinaties
C
Leroy heeft teveel televisie gekeken
D
Leroy heeft last van mutisme.

Slide 21 - Quizvraag

Joep denkt achtervolgd te worden door de CIA. Hij sluit zich op in zijn huis en heeft alle elektrische apparaten het huis uitgedaan omdat de CIA d.m.v. straling ook zijn gedachten kan lezen.
A
Joep heeft last van wanen
B
Joep heeft last van hallucinaties
C
Joep heeft mutisme
D
Joep heeft last van afasie

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Video

Roy heeft zijn televisie kapot gegooid. ‘Ik moest dit wel doen, anders vindt de aliens mij’, aldus Roy. Hij geeft aan dat ze hem via zijn televisie op kunnen sporen en hij wil niet dat ze hem vinden.

A
Roy heeft een waan
B
Roy heeft een hallucinatie

Slide 24 - Quizvraag

Je bent een potje aan het schaken met Adriaan, een man van 57 jaar. Hij was ooit nationaal kampioen bij de junioren in het schaken. Na tien minuten schudt hij zijn hoofd en wil weg. Na tien minuten is hij nog niet terug. Als je hem zoekt, ligt hij op bed met zijn ogen dicht. Hij is moe, zegt hij.
A
Adriaan heeft last van negatieve symptomen
B
Adriaan heeft last van positieve symptomen

Slide 25 - Quizvraag

Bas komt met grote, opengesperde ogen naar je toe lopen en zegt: ‘Jullie praten via de krant over mij, toch? Jullie hebben me vannacht ook ingestraald, dat heb ik gevoeld.’ Hij kijkt je wantrouwend aan.
A
Bas ervaart positieve symptomen
B
Bas ervaart negatieve symptomen
C
Bas ervaart een verminderd bewustzijn
D
Bas ervaart tremoren

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video