JRB § 5.5 Een land in ontwikkeling


  •  .....
  • iPad op tafel;
  • boek op tafel;
  • pen op tafel
  • rekenmachine op tafel.

Voor dat de les begint leg je je
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les


  •  .....
  • iPad op tafel;
  • boek op tafel;
  • pen op tafel
  • rekenmachine op tafel.

Voor dat de les begint leg je je

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 5.5
Een land in ontwikkeling

Slide 2 - Tekstslide

Programma
  1. Hoe was het ook al weer... paar vragen
  2. Leerdoelen
  3. Beetje uitleg 
  4. Weer een paar vragen
  5. Zelfstandig aan het werk

Slide 3 - Tekstslide

Terugblik

Slide 4 - Tekstslide

Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking daalt als..
A
De bevolking sneller groeit dan het nationaal inkomen
B
Het nationaal inkomen sneller groeit dan de bevolking

Slide 5 - Quizvraag

Welvaart is:
A
de mate waarin in behoeften kan worden voorzien
B
de situatie waarbij ondernemingen goederen maken die mensen willen hebben
C
als 'armoede de wereld uit is'
D
als iedereen een hoog inkomen heeft

Slide 6 - Quizvraag

Hoe noemen we het inkomen wat alle mensen bij elkaar verdienen?
A
internationaal inkomen
B
maximale inkomen
C
nationaal inkomen
D
hoogste inkomen

Slide 7 - Quizvraag

Wat is bbp?
A
bruto buitenlands product
B
bruto binnenlands product
C
het nationaal inkomen

Slide 8 - Quizvraag

Een vicieuze cirkel is
A
niet te doorbreken
B
te doorbreken met ontwikkelingshulp
C
iets dat vanzelf overgaat
D
een cirkel die niet helemaal rond is.

Slide 9 - Quizvraag

Een grondstoffenfonds is een instelling die
A
grondstoffen koopt
B
grondstoffen verkoopt
C
de prijs van een grondstof controleert
D
de prijs van een grondstof stabiel maakt door de aan-en verkoop van een grondstof

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de ruilvoet?
A
een verslechtering of verbetering van de handel
B
de verhouding tussen de export- en de importprijs
C
een toename of afname van de buffervoorraad
D
de verhouding tussen landbouw en industrie

Slide 11 - Quizvraag

Sleep naar het juiste gevolg.
Prijs stijgt
Prijs daalt
Vraag daalt
Aanbod daalt
Aanbod stijgt
Vraag stijgt

Slide 12 - Sleepvraag

I: De enige manier om de welvaart te vergelijken is via het inkomen per hoofd van de bevolking.
II: Ontwikkelingslanden hebben hun armoede te danken aan een slechte infrastructuur.
A
1 is juist, 2 is onjuist
B
1 is onjuist, 2 is juist
C
Beide zijn juist
D
Beide zijn onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Programma
  1. Hoe was het ook al weer... paar vragen
  2. Leerdoelen
  3. Beetje uitleg 
  4. Weer een paar vragen
  5. Zelfstandig aan het werk

Slide 14 - Tekstslide

Leerdoelen §5 
- Ik kan uitleggen welke invloed de lonen en de staatsschuld hebben op de ontwikkeling van ontwikkelingslanden
- Ik kan de jaarlijkse aflossing en rente berekenen bij schulden (RT%)

Slide 15 - Tekstslide

Lage lonen in ontwikkelingsland
Lonen laag --> goedkoop produceren --> export stijgt --> werkgelegenheid stijgt

Maar veel werk wordt gedaan door kinderen --> daardoor geen scholing --> analfabetisme --> ook later geen goed betaalde baan

Slide 16 - Tekstslide

Multinationals
  • Grote bedrijven vestigingen in veel landen
  • Ze gaan ook naar ontwikkelingslanden, want lage lonen
  • Daardoor verdienen gezinnen daar inkomen door multinationals

Slide 17 - Tekstslide

Multinational
Een multinational is een bedrijf dat in meerdere landen gevestigd is.

Bijvoorbeeld: 
Shell
ING
Adidas
H&M Aldi
Aegon

Slide 18 - Tekstslide

Overheid ontwikkelingsland heeft weinig geld door:
- inkomens zijn laag, dus minder belasting
- multinationals betalen weinig belasting
- grote uitgaven door de import

Gevolg
- Er is geen of weinig geld voor voorzieningen, infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg
- Financiële problemen

Slide 19 - Tekstslide

Wereldbank (IMF)
Ontwikkelingslanden besluiten vaak om geld te lenen. Niet altijd kunnen ze geld lenen bij andere (rijke) landen. Ze kunnen dan wel terecht bij de wereldbank.

  • Gunstige voorwaarden
  • Bijvoorbeeld lagere rente of langere looptijd

Slide 20 - Tekstslide

Opdrachten maken
 

  • Opdracht 1 tot en met 5 in tweetallen  vanaf bladzijde 62
  • 7 minuten de tijd
  • Klaar? --> verder met de andere opgave van 5.5


timer
7:00

Slide 21 - Tekstslide

Hoe kan een land zich ontwikkelen?
Kleine ondernemers in ontwikkelingslanden kunnen meestal niet bij gewone banken lenen. De banken zijn er niet zeker van of ze de lening kunnen terugbetalen. 

Daarom verstrekken hulporganisaties vaak een microkrediet.

Een microkrediet is een kleine lening die verstrekt wordt aan kleine ondernemers in ontwikkelingslanden die niet kunnen lenen bij gewone banken. 

Slide 22 - Tekstslide

Microkrediet
Een microkrediet is een kleine lening die verstrekt wordt aan kleine ondernemers in ontwikkelingslanden die niet kunnen lenen bij traditionele banken. ​

  • kunnen helpen om de economische ontwikkeling van die landen te verbeteren. ​
  • worden verstrekt door hulporganisaties. Maar ook de overheid en banken werken eraan mee. ​




Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Hoe zet het ook alweer bij een lening

Lening bestaat uit aflossing en rente
Voorbeeld: een land leent € 5 miljoen tegen een rente van 2%. De lening moet binnen 20 jaar afbetaald zijn.

- De aflossing per jaar is dan € 5 miljoen delen door 20 jaar = € 250.000 per jaar
- De rente per jaar is dan € 5 miljoen delen door 100 x 2% = € 100.000 per jaar
- Per jaar moet het land dan € 250.000 aflossing + 100.000 rente = € 350.000 betalen aan de bank

Slide 25 - Tekstslide

vervolg programma
  1. Hoe was het ook al weer... paar vragen
  2. nakijken opdrachten
  3. Beetje uitleg 
  4. Weer een paar vragen
  5. Zelfstandig aan het werk

Slide 26 - Tekstslide

Check

Slide 27 - Tekstslide

Een bedrijf met verschillende vestigingen in verschillende landen noem je een:
A
Groothandel
B
Transportbedrijf
C
Multinational
D
Exportbedrijf

Slide 28 - Quizvraag

In ontwikkelingslanden is er slechte                                die nodig is voor vervoer en communicatie. Een probleem is dat regeringen vaak                                zijn.
Door hoge                                zijn ontwikkelingslanden vaak veel geld kwijt aan rente en aflossing. Arme landen zitten in een                                        waardoor ze moeilijk uit de armoede komen.



infrastructuur
corrupt
schulden
vicieuze cirkel

Slide 29 - Sleepvraag

Hieronder staan een aantal uitspraken. Geef aan of de uitspraak juist of onjuist is door elke uitspraak naar juist of onjuist te slepen.
  

Juist
Onjuist
In een ontwikkelingsland is het inkomen per hoofd van de bevolking laag.
In een ontwikkelingsland is de werkloosheid laag.
Ontwikkelingslanden hebben een snelle bevolkingsgroei.

Slide 30 - Sleepvraag

Zelfstandig aan het werk 
timer
15:00
Opdracht:  
Maak nu zelfstandig vanaf bladzijde 62 opdracht 1 tot en met 10 
 Schrijf de volledige antwoorden in je boek, inclusief formule bij een berekening!
Hulp nodig? In deze volgorde: 
1. Boek
2. Klasgenoot
3. Docent
Je krijgt 15 minuten de tijd
Klaar? 
Lees de blauwe stukjes nog eens door. 
Daarna help je een klasgenoot.

Slide 31 - Tekstslide

vervolg programma
  1. Hoe was het ook al weer... paar vragen
  2. nakijken opdrachten
  3. Beetje uitleg 
  4. Weer een paar vragen
  5. Zelfstandig aan het werk

Slide 32 - Tekstslide

Zelfstandig aan het werk 
timer
15:00
Opdracht:  
Maak nu zelfstandig vanaf bladzijde vanaf bladzijde 62 opdracht 1 tot en met 10
 Schrijf de volledige antwoorden in je boek, inclusief formule bij een berekening!
Hulp nodig? In deze volgorde: 
1. Boek
2. Klasgenoot
3. Docent
Je krijgt 15 minuten de tijd
Klaar? 
Lees de blauwe stukjes nog eens door. 
Daarna help je een klasgenoot.

Slide 33 - Tekstslide

Huiswerkagenda
13 maart                          H5 §5 opgaven  1 tot en met 10, leren H5
14 maart                          Proef op de som in S3, boven de Gymzaal
20 maart                      H5 §6 opgaven 1 tot een met 10
21 maart                       H5 §7 opgaven 1 tot en met 10

Slide 34 - Tekstslide