Cursus 1 §6 Inleiding, middenstuk en slot

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

  • Herhaling vorige les
  • Leerdoelen 
  • Opdracht tekstdoelen
  • Paragraaf 4 afmaken
  • Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Er volgen nu wat herhalingsvragen

Slide 3 - Tekstslide

Alle teksten hebben een inleiding - middenstuk - slot
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Kies het juiste woord:

In een inleiding / middenstuk / slot van een tekst
maak je kennis met het onderwerp van de tekst.
A
inleiding
B
middenstuk
C
slot

Slide 5 - Quizvraag

Hoe noemen we de zin waarin het belangrijkste van de alinea staat?

Slide 6 - Open vraag

Uit hoeveel alinea’s bestaat een inleiding?
A
altijd uit één alinea
B
altijd uit twee alinea's
C
soms uit één alinea, soms uit meerdere alinea’s
D
altijd uit meerdere alinea's

Slide 7 - Quizvraag

  • Je kunt kenmerken van een inleiding, middenstuk en slot benoemen.
  • Je kunt de kenmerken van een inleiding, middenstuk en slot herkennen in een tekst.
Lesdoelen

Slide 8 - Tekstslide

is het eerste deel van een tekst
Je maakt kennis met het onderwerp van de tekst. 

  • De lezer nieuwsgierig maken naar de rest van de tekst; vaak gebeurt dat met een voorbeeld of grappig verhaaltje (anekdote). 

  • Bestaat uit één of twee alinea's. 
De inleiding

Slide 9 - Tekstslide

  • In het middenstuk staat de meeste informatie over het onderwerp. 
  • Dit tekstgedeelte bestaat uit meerdere alinea's (losse stukjes tekst). 
  • Elke alinea behandelt een ander deel van het onderwerp (deelonderwerp).
Het middenstuk
is het grootste gedeelte van de tekst

Slide 10 - Tekstslide

  • Het laatste deel van een tekst is het slot. 
  • Ook dit kan uit één of meer alinea’s bestaan. 

  • Het belangrijkste van de tekst wordt kort herhaald.
  • Of er wordt vooruitgekeken naar de toekomst. 

Letop! Niet alle teksten hebben een duidelijke inleiding of slot. Bijvoorbeeld nieuwsberichten in een krant.
Het slot
is het laatste stuk van de tekst

Slide 11 - Tekstslide



LEES DE TEKST

Slide 12 - Tekstslide

  • Wat: Cursus 1 paragraaf 6 opdracht 1 t/m 3 blz. 37/38 maken. Schrijf de antwoorden in je schrift. 
  • Hoe: individueel
  • Hulp: boek, buren, mevrouw de Vries
  • Tijd: 15 min.
  • Uitkomst: bespreken
  • Klaar: lees verder in je leesboek 
timer
15:00

Slide 13 - Tekstslide

Waaraan zie je dat dit de inleiding van de tekst is? Er zijn twee goede antwoorden.
A
Het stukje tekst bestaat uit vier zinnen.
B
Er staat waar het over gaat: je bed opmaken is ongezond.
C
Je weet nu alles over huisstofmijten.
D
Je wilt weten waarom je bed opmaken ongezond is.

Slide 14 - Quizvraag

In het middenstuk van een tekst...
A
...staat vaak veel informatie over het onderwerp (hoe, waarom of wat e.d.)
B
...wordt het belangrijkste van de tekst nog een keer herhaald.
C
..staat waarom je nieuwsgierig wordt om verder te lezen
D
...wordt het onderwerp van de tekst ingeleid.

Slide 15 - Quizvraag

In het slot van een tekst...
A
...staat vaak veel informatie over het onderwerp (hoe, waarom of wat e.d.)
B
...wordt het belangrijkste van de tekst nog een keer herhaald.
C
..staat waarom je nieuwsgierig wordt om verder te lezen
D
...wordt het onderwerp van de tekst ingeleid.

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide

  • Herhaling vorige les
  • Leerdoelen 
  • Uitlegvideo
  • Opdracht vervloekt of toeval?
  • Paragraaf 6 afmaken
  • Afsluiting

Slide 18 - Tekstslide

Welk stukje tekst past het best bij de inleiding?
inleiding
Dat komt doordat er stukje goud zitten in apparaten, zoals computers en mobieltjes.
Gooien we zomaar goud in de vuilnisbak?
Het is dus beter om apparaten niet gewoon in de vuilnisbak te gooien.

Slide 19 - Sleepvraag

Welk stukje tekst past het best bij het middenstuk?
middenstuk
Dat komt doordat er stukje goud zitten in apparaten, zoals computers en mobieltjes.
Gooien we zomaar goud in de vuilnisbak?
Het is dus beter om apparaten niet gewoon in de vuilnisbak te gooien.

Slide 20 - Sleepvraag

Welk stukje tekst past het best bij het slot?
slot
Dat komt doordat er stukje goud zitten in apparaten, zoals computers en mobieltjes.
Gooien we zomaar goud in de vuilnisbak?
Het is dus beter om apparaten niet gewoon in de vuilnisbak te gooien.

Slide 21 - Sleepvraag

  • Je kunt kenmerken van een inleiding, middenstuk en slot benoemen.
  • Je kunt de kenmerken van een inleiding, middenstuk en slot herkennen in een tekst.
Lesdoelen

Slide 22 - Tekstslide

Uitlegfilmpje!

Slide 23 - Tekstslide

Tekst Toetanchamon

Slide 24 - Tekstslide

  • Wat: Lees de strookjes. Deze strookjes vormen samen één tekst. Leg de alinea's op de juiste volgorde en beantwoord daarna de vragen op het werkblad. 
  • Hoe: individueel of in tweetallen (zacht overleggen)
  • Hulp: boek, buren, mevrouw de Vries
  • Tijd: 15 min.
  • Uitkomst: bespreken
  • Klaar: Maak opdracht 4 en 5 blz. 39/40. 
timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

Welk stukje tekst past het best bij de inleiding?
inleiding
Aparte fobieën zijn bijvoorbeeld angst om je te wassen, angst om te leren en angst voor het cijffer 8.
Van hoogtevrees en angst voor spinnen heb je vast weleens gehoord, maar ken je ook deze bijzondere fobieën?
Zo'n fobie blijkt dus erg lastig te zijn. Gelukkig kunnen mensen er iets aan doen.

Slide 26 - Sleepvraag

Welk stukje tekst past het best bij het middenstuk?
middenstuk
Aparte fobieën zijn bijvoorbeeld angst om je te wassen, angst om te leren en angst voor het cijffer 8.
Van hoogtevrees en angst voor spinnen heb je vast weleens gehoord, maar ken je ook deze bijzondere fobieën?
Zo'n fobie blijkt dus erg lastig te zijn. Gelukkig kunnen mensen er iets aan doen.

Slide 27 - Sleepvraag

Welk stukje tekst past het best bij het slot?
slot
Aparte fobieën zijn bijvoorbeeld angst om je te wassen, angst om te leren en angst voor het cijffer 8.
Van hoogtevrees en angst voor spinnen heb je vast weleens gehoord, maar ken je ook deze bijzondere fobieën?
Zo'n fobie blijkt dus erg lastig te zijn. Gelukkig kunnen mensen er iets aan doen.

Slide 28 - Sleepvraag