Communicatiemodel

Wat is volgens jou
'communicatie'
1 / 38
volgende
Slide 1: Woordweb
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Wat is volgens jou
'communicatie'

Slide 1 - Woordweb


Het communicatiemodel
Het wat?

Slide 2 - Tekstslide

Wat viel je op aan de vorige slide?

Slide 3 - Open vraag

Slide 4 - Tekstslide

Waarom denk we daar uitgebreid aandacht aan besteden?

Slide 5 - Woordweb

De DEFINITIE
Een activiteit van een zender die de bedoeling heeft om naar een of meer ontvangers al dan niet m.b.v. een medium een boodschap over te dragen teneinde bij die ontvangers iets te bewerkstelligen

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Belangrijke begrippen in communicatie: 
De zender
Zender = degene die communiceert

Dit kan een persoon, een bedrijf of de overheid zijn, 
en deze zender wil iets duidelijk maken 

Slide 8 - Tekstslide

Belangrijke begrippen in communicatie: 
De zender
Zender = degene die communiceert 

De zender heeft:
een bepaald wereldbeeld:
bepaalde normen, ideeën, ervaringen over bijvoorbeeld wat normaal of abnormaal is.

Slide 9 - Tekstslide

Bijvoorbeeld: wat vind jij normale omgangsvormen?

Slide 10 - Woordweb

Belangrijke begrippen in communicatie: 
De zender
Zender = degene die communiceert, een persoon, een bedrijf of de overheid, hij wil daarmee iets duidelijk maken 

De zender heeft:
een bepaald wereldbeeld:
bepaalde normen:
bepaalde waarden:
geld, vrienden, mooie kleding
Wat vind je waardevol/belangrijk?

Slide 11 - Tekstslide

Wat vind jij waardevol en mooi?

Slide 12 - Woordweb

Onthoud!
Wereldbeeld
Normen
Waarden
Dat bepaalt hoe jij communiceert.

Slide 13 - Tekstslide

Belangrijke begrippen in communicatie: 

De boodschap:
dat wat de zender aan de ontvanger wil overbrengen: 
het idee of de gedachte 

Slide 14 - Tekstslide

De boodschap wil je gaan delen
Als tekst? Als beeld? Als geluid? Als geur? 
Je verpakt je boodschap in een medium.
Het medium bepaalt mede hoe de boodschap overkomt.
Vaak is het medium gesproken taal maar vaak ook niet...

Slide 15 - Tekstslide

De media

Slide 16 - Tekstslide

Welke media herken je?

Slide 17 - Woordweb

Welke media herkent jouw cliënt?

Slide 18 - Woordweb

Belangrijke begrippen in communicatie: medium
Medium of boodschapdrager = het hulpmiddel waarmee de boodschap wordt overgebracht.
Van stem tot vlag!

Slide 19 - Tekstslide

🍆 of 🍑

Wat als de ontvanger van je appje jouw aubergine niet snapt? NOS

Slide 20 - Tekstslide

Belangrijke begrippen in communicatie: 
de ontvanger
En verdulleme! Net als de zender hebben ook zij last van:
1 normen
2 waarden
3 ideeën ..

Slide 21 - Tekstslide

Ontvanger :
voor wie de boodschap bedoeld is.
 
Heeft eigen wereldbeeld, normen en waarden, mogelijkheden...

Daarmee filtert hij/zij de boodschap van de zender.
 

Slide 22 - Tekstslide

Formuleren versus Interpreteren

of

Slide 23 - Tekstslide

 Resultaat: ruis 

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Belangrijke begrippen in communicatie: Feedback
Reactie op de boodschap; verbaal of non-verbaal 
= directe communicatie

Slide 26 - Tekstslide

Non-verbale informatie:

gezicht
stem
houding
...

Slide 27 - Tekstslide

Hoeveel % van de informatie die wij binnen halen is non-verbaal?
A
40%
B
20%
C
100%
D
80%

Slide 28 - Quizvraag

Non-verbale informatie: 40%

Verbale informatie: 60%


Mits beeld en geluid overeenkomt!

Slide 29 - Tekstslide

 Alleen hij zei dat hij van jou houdt.
Hij alleen zei dat hij van jou houdt.
Hij zei alleen dat hij van jou houdt.
Hij zei dat alleen hij van jou houdt.
Hij zei dat hij alleen van jou houdt.
Hij zei dat hij van alleen jou houdt.
Hij zei dat hij van jou alleen houdt.
Hij zei dat hij van jou houdt alleen....

Slide 30 - Tekstslide

Wat betekent verbaal / non verbaal als je iemand wilt begrijpen?
Wat is ervoor nodig?

Slide 31 - Woordweb

Regels in communicatie
Communicatieregels zijn cultuurgebonden
Geschreven taal veel regels aan vorm en spelling
Gesproken taal heeft minder strenge regels
Non-verbale communicatie: krachtig maar weinig regels

Slide 32 - Tekstslide

Belangrijke begrippen in communicatie: 
rollen en setting
Waar je bent, (met) wie je bent, bepaalt mede je communicatie.


Slide 33 - Tekstslide

Pro
Direct en persoonlijk

Er is tweerichtingsverkeer

Ontvanger kan meteen 
reageren




 

Mondelinge communicatie 1 : 1
Con
Zender bereikt een klein publiek

Er kunnen onduidelijkheden ontstaan 
(je kunt niet terugbladeren)

Ruis 

Feedback

Slide 34 - Tekstslide

Schriftelijke communicatie
Pro

Boodschap kan duidelijk worden geformuleerd

Zender kan een groot publiek bereiken

Ontvanger leest boodschap op een geschikt moment

Geschreven tekst kun je bewaren

Con

Geen directe respons
 
Het is minder persoonlijk

Je moet de taal wel kennen

Je moet de lettertekens begrijpen

Je hebt context nodig, die je zelf moet opzoeken, je kunt er niet naar vragen

Slide 35 - Tekstslide

Wat kan cliënten beperken in hun communicatie?

Slide 36 - Woordweb

Hoe kun jij daar het beste op inspelen?

Slide 37 - Woordweb

Opdracht
Beschrijf via de STAR methode een situatie waarin jij te maken hebt met een cliënt die:
- niet begreep wat jij bedoelde
- die op een andere manier dan jij communiceert 
Beschrijf de situatie, jouw taak, jouw aanpak en het resultaat. Reflecteer op het resultaat: hoe zou je het een volgende keer aanpakken? 

Slide 38 - Tekstslide