nakijken H3

nakijken H3
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

nakijken H3

Slide 1 - Tekstslide

vraag 3.03
a. Koolhydraten
    Eiwitten
    Vezels
    Vitamines
    Vet 
b. Hierdoor kan je lichaam goed functioneren. 

Slide 2 - Tekstslide

vraag 3.04
Nee, uitleg: 
- Ontbijten geeft je energie
- Ontbijten levert voedingsstoffen.
- Ontbijten helpt je stoelgang.
- Ontbijten houdt je op gezond gewicht.
- Ontbijten is lekker en gezellig.

Slide 3 - Tekstslide

vraag 3.05
volwaardig
Bewerkt

Slide 4 - Sleepvraag

vraag 3.08
a. 250 gram groenten
b. 200 gram fruit
c. Elke soort groenten en fruit bevat andere voedingsstoffen. Door te variëren, krijg je verschillende voedingsstoffen binnen.  
d. Gebruik seizoensproducten, zoals aardbeien in de zomer. Eet niet te veel vlees, maar meer plantaardig, 
e. Ongezouten noten leveren gezonde vetten, die helpen je bloedvaten gezond te houden. 
f. Zalm, haring of sardientjes. 
g. Calcium en vitamine B12

Slide 5 - Tekstslide

waarom is vruchtensap niet aan de schijf van vijf toegevoegd? (vraag 3.09)
A
zit veel suiker in
B
zitten teveel vezels in
C
is bewerkt voedsel
D
zit teveel zout in

Slide 6 - Quizvraag

waarom is witte rijst niet toegevoegd aan de schijf van vijf? (vraag 3.09)
A
er zit teveel zout in
B
er zitten teveel koolhydraten in
C
er zitten weinig vezels in
D
er zit te weinig calcium in

Slide 7 - Quizvraag

vraag 3.10
Voedselvergiftiging voorkomen.
Noem minimaal 3 dingen.

Slide 8 - Woordweb

vraag 3.11
Kopen
Door al in de winkel te letten op voedselveiligheid, heb je minder kans op voedselinfecties. Koop bederfelijke producten als laatste en zet ze bij thuiskomst meteen in de koelkast. Let er goed op dat de verpakking heel is. 
Scheiden
Door bij de voorbereiding hygiënisch te werk te gaan, voorkom je de kans op kruisbesmetting. Zorg dat bereid eten niet in contact komt met producten die nog rauw zijn. En gebruik apart keukengerei voor gaar en rauw vlees en vis. 
Wassen
Door je handen goed te wassen, verwijder je bacteriën en virussen, ook schadelijke. Was je handen altijd voor het eten en voor het bereiden van voedsel, maar ook na het aanraken van rauw vlees en na toiletbezoek. 
Verhitten
Door eten goed te verhitten dood je bacteriën en virussen. Verhit vooral vlees, kip, eieren, vis en schaal- en schelpdieren goed. Schep je eten tussendoor om als je het opwarmt in de magnetron, om de hitte te verdelen. 
Bewaren
Door boodschappen en maaltijdrestjes gekoeld te bewaren, bederven ze minder snel. Bacteriën vermeerderen zich minder snel bij een lagere temperatuur. Bewaar bederfelijke producten daarom in de koelkast op 4 °C.

Slide 9 - Tekstslide

vraag 3.12
wit

rood
blauw
bruin
geel
groen

Slide 10 - Sleepvraag

vraag 3.13
a. In veel landen is het kraanwater niet geschikt is om te drinken. Je kunt daar dus ziek worden van ijsklontjes. 
b. Als het water niet geschikt is om te drinken, kun je ook beter fruit eten dat je kunt schillen of pellen.
c. Maximaal 24 uur.
d. Ouderen hebben een zwakker immuunsysteem.
e. Maximaal 2 dagen.
f. 4 graden celsius.

Slide 11 - Tekstslide

In welke 2 situaties is het belangrijk om een etiket te lezen van een voedingsmiddel? (vraag
A
bij een voedselallergie
B
als je producten wilt vergelijken met elkaar
C
als je wilt weten tot wanneer het houdbaar is
D
als je wilt weten hoe je het moet bewaren

Slide 12 - Quizvraag

vraag 3.15
a -->
b. gekoeld bewaren (max. 7 graden)

Slide 13 - Tekstslide

vraag 3.24
a. Sterke botten en tanden
    Spieren en nieren goed werken 
    Verdediging tegen bacteriën en virussen. 
b. Ga elke dag tussen 11:00 uur en 15:00 een half uur naar buiten. 
    Eet gezond. In vette vis zit bijvoorbeeld vitamine D. 

Slide 14 - Tekstslide

TGT
Te Gebruiken Tot is bij........
A
Kort houdbare producten
B
Lang houdbare producten

Slide 15 - Quizvraag

TGT of THT?
A
TGT
B
THT

Slide 16 - Quizvraag

TGT of THT?
A
TGT
B
THT

Slide 17 - Quizvraag

vraag 3.27

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide