Reden, mening, argument


Reden, mening, argument
en de signaalwoorden die daarbij horen
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les


Reden, mening, argument
en de signaalwoorden die daarbij horen

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een reden?
  1. Verklaart waarom iemand iets zegt/ waarom iemand iets doet
  2. Je zegt/ doet iets en legt direct uit waarom
  3. Wat je doet/ zegt = een FEIT

Signaalwoorden: want, omdat, daarom

* Ik kan niet trainen de komende tijd, want ik heb een blessure.

Slide 2 - Tekstslide

Let op bij een reden?
  1. Verklaart waarom iemand iets zegt/ waarom iemand iets doet
  2. Je zegt/ doet iets en legt direct uit waarom
  3. Wat je doet/ zegt = een FEIT
Signaalwoorden: want, omdat, daarom

Kan ook zonder signaalwoord--> bedenk het er zelf bij!!!!

* Haal jij wat blaadjes bij de conciërge. Ze zijn op.

Slide 3 - Tekstslide

Mening:
  1. wat iemand vindt
  2. Subjectieve tekst
  3. Mening wordt (bijna altijd) gevolgd door argumenten

Ik vind, mijn mening is, volgens mij  

Slide 4 - Tekstslide

Argument: 
Uitleggen waarom je iets vindt. 

Je gebruikt daarvoor ARGUMENTEN

Signaalwoorden bij argument zijn:
omdat, want, immers

Slide 5 - Tekstslide

Signaalwoorden bij reden, mening en argument:
Signaalwoorden zijn hetzelfde: want, omdat, daarom

HOE HERKEN JE HET VERSCHIL?

mening/argument: 
Je hebt een keuze,
je kunt iets anders vinden.
Reden: 
Het is gewoon zo!

Slide 6 - Tekstslide

Elif vindt het leuk om verhalen te schrijven, ............ ze daar al haar fantasie in kwijt kan
A
omdat
B
want
C
terwijl
D
blijkbaar

Slide 7 - Quizvraag

Volgens de buurman is de bank niet veilig. Hij bewaart ............ zijn geld in zijn sokken.
A
want
B
omdat
C
daarentegen
D
daarom

Slide 8 - Quizvraag

Wat is in deze zin het argument?
Deniz vindt open vragen prettiger, want van meerkeuze vragen raakt hij in de war
A
Deniz vindt open vragen prettiger
B
in de war
C
van meerkeuze raakt hij in de war
D
geen idee

Slide 9 - Quizvraag

Mening of feit en leg uit waarom.
Dat is echt een toffe film!

Slide 10 - Woordweb

Mening/feit/argument of.............
Volgens mij kunnen we beter iets anders verzinnen als verjaardagscadeau, want een platina ring gaat ons veel geld kosten.
A
mening
B
mening en feit
C
feit
D
argument

Slide 11 - Quizvraag

Mening/ feit of argument?
Dit vind ik heerlijke soep. Er zitten balletjes in en veel groente.

Slide 12 - Open vraag

Wat betekent :
van de wijs brengen?

Slide 13 - Woordweb

niet weg te denken
uit de school klappen
van oudsher
een uiltje knappen
met een stalen gezicht
vroeger al en nog steeds
een geheim doorvertellen
heel belangrijk, je kunt het niet missen
zonder emotie
even kort slapen

Slide 14 - Sleepvraag

hunkeren
overtuigd zijn
smeken 
veroordelen 
opzien
naar
om
tegen
van
tot

Slide 15 - Sleepvraag

Einde 

Slide 16 - Tekstslide