psychiatrie en ouderen

Gerontopsychiatrie
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3,4

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Gerontopsychiatrie

Slide 1 - Tekstslide

Doel
De student kan voorkomende psychiatrische aandoeningen bij ouderen, zoals depressie, angststoornissen, dementie, en psychotische stoornissen beschrijven

Slide 2 - Tekstslide

Wat is gerontopsychiatrie?


 Het woord bestaat uit twee delen: 
geronto(logie) en psychiatrie.

Slide 3 - Tekstslide

Gerontologie
Gerontologie is de wetenschap die zich bezighoudt met het ouder worden. Ze onderzoeken welke invloed ouder worden heeft op de volgende aspecten:
  • Biologische aspect; het lichamelijke verouderingsproces
  • Psychische aspecten; gedragsverandering vanaf de 40e levensjaar. Hoe beleef je het ouder worden, wat doet het met jou als je lichamelijk of geestelijk achteruitgaat e.d.
  • Sociale aspecten; hoe functioneert de oudere in de samenleving. Daarbij kun je denken aan wonen, werken, hobby's, welzijn
  • Geriatrie; de geriatrie richt zich op ouderen met meerdere aandoeningen tegelijk. De aandoeningen zijn veelal een combinatie tussen lichamelijke, geestelijke en sociale problemen.

Slide 4 - Tekstslide

Psychiatrie
Het woord psychiatrie komt van het Griekse woord psyché, dat geest betekent.
Dat samen geeft...
Bij gerontopsychiatrische aandoeningen is er sprake van geestelijke of mentale problemen die gepaard gaan met gedragsproblemen. Deze problemen zijn in de ouderdom ontstaan. Ze waren in de jongere jaren dus nog niet aanwezig. De reden dat ouderen kwetsbaarder worden heeft onder anderen te maken met de draagkracht en draaglast die ouderen hebben.



Slide 5 - Tekstslide

Veel voorkomende ziektebeelden

Depressie, schizofrenie en borderline
Een depressie is een veel voorkomend probleem binnen de ouderenzorg. Als zorgverlener kom je tijdens je werk regelmatig in aanraking met depressieve ouderen. Er zijn ook minder bekende ziektebeelden in de gerontopsychiatrie, denk aan zorgvragers met schizofrenie of borderline.
Schizofrenie en borderline worden vaak geassocieerd met jongeren, maar het kan zich ook op latere leeftijd ontwikkelen. 








Slide 6 - Tekstslide

Drie meest voorkomende problemen

• Angst
• Vergeetachtigheid
• Onrust


Slide 7 - Tekstslide

1. Angst
Cognitieve functies nemen af, dat roept verschillende emoties op bij de oudere. Angst en onzekerheid, omdat ouderen het gevoel hebben grip op het leven te verliezen. De oudere wordt geconfronteerd met:
• Verlies van partner of naasten en vrienden
• Verandering in het leven: met pensioen gaan, verhuizen naar een kleinere woning
• Lichamelijke klachten krijgen, de mobiliteit gaat achteruit
• Geheugen en concentratie verminderd, angst voor dementie

Angst kan zo overheersen dat het dagelijks leven daardoor beïnvloed wordt en dat ouderen
geen activiteiten gaan ondernemen.



Slide 8 - Tekstslide

2. Vergeetachtigheid
Vergeetachtigheid en dementie worden vaak in één adem genoemd en dat is niet terecht. Het overkomt iedereen wel eens dat je niet op de naam kan komen van iemand. Of dat je je niet meer kan herinneren waar je je autosleutels hebt neergelegd.

Hersenen zijn kwetsbaar voor veranderingen. Ze hebben veel zuurstof en energie nodig om goed te kunnen functioneren. Als je ouder wordt zal de zuurstof opname afnemen en het energielevel verminderen. In de hersenen zie je dat mede daardoor cognitieve functies achteruitgaan. Informatieverwerking gaat trager en concentratievermogen neemt af. Omdat de informatie niet altijd meer goed verwerkt wordt, niet goed wordt opgeslagen, is vergeetachtigheid een probleem dat bij het normale proces van ouder worden hoort


Slide 9 - Tekstslide

test
  • jullie krijgen zo een slide te zien met meerdere voorwerpen.
  • deze blijft 30 seconden zichtbaar.
  • daarna krijgen jullie 2 minuten om zoveel mogelijk voorwerpen op te schrijven vanuit je geheugen.
  • noteer het voorwerp en de kleur.
  • wacht met opschrijven totdat de ik dat zeg (eerlijke test is het leukst).

Slide 10 - Tekstslide

start



begin nu met schrijven...



Slide 11 - Tekstslide

timer
0:30

Slide 12 - Tekstslide

controle...

Slide 13 - Tekstslide

hoeveel had je er goed?

Slide 14 - Open vraag

Transities; 
Transities: een ingrijpende verandering in het leven. Ouderen krijgen hier veel mee te maken
Bijv. 
  • overgang naar andere levensfase
  • Life-events als overlijden partner, scheiding, verhuizing
  • verandering van rol
  • verandering in het verloop van ziekte
  • verandering in zorgbehoefte

Slide 15 - Tekstslide

Coping
Omgaan met ingrijpende verandering wordt coping genoemd
Het is de manier waarop mensen zich aanpassen aan stressvolle situaties zoals transities. ( coping is afgeleid van "to cope with" )

Slide 16 - Tekstslide

Coping-strategieën
Er zijn verschillende strategieën:
  • Probleemgerichte coping: Je probeert het probleem op te lossen.
  • Emotiegerichte coping: Je probeert de gevoelens die door het probleem worden veroorzaakt, te veranderen.
  • Actieve coping: Je wil de situatie aanpakken.
  • Passieve coping: Je bent afwachtend en laat de situatie over je heen komen.

Slide 17 - Tekstslide

Angstoornis
We spreken pas van een angststoornis als
• de angst buitensporig is
• de angst zo hevig is dat deze als bijna onverdraaglijk wordt ervaren
• de angst leidt tot vermijding van normale dagelijkse handelingen

Slide 18 - Tekstslide

Feiten en cijfers
  • De meest voorkomende psychiatrische stoornis bij ouderen is een angststoornis.  
  • 17,1% van de mannen en 21,5% van de vrouwen van 55 jaar en ouder heeft lichteangstklachten.Waaronder valangst. 1 op de 10 heeft een angststoornis.
  • Angststoornissen komen op latere leeftijd veel vaker voor dan depressie (1.7%) en dysthymie (3-5%) (Beekman, & Heeren, 2001). Onder de leeftijd van 80 komen angststoornissen vaker voor dan dementie. Bij ouderen kunnen angststoornissen een iets andere verschijningsvorm aannemen dan bij jongere doelgroepen. De angst richt zich dan specifiek op een onderwerp dat vaker voorkomt in de latere levensfase.


Slide 19 - Tekstslide

verschillende soorten
Gegeneraliseerde angststoornis
Sociale angststoornis
Paniekstoornis 
 fobie 

Slide 20 - Tekstslide

Behandeling
cognitieve therapie

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Stemmingsstoornis bij ouderen. 
Depressie;
Bipolaire stoornis;
Een dysthyme stoornis; is een chronische variant van de depressieve stoornis met een iets ander beloop en klachtenpatroon.

Slide 23 - Tekstslide

Algemene omschrijving 
  • Iedereen voelt zich wel eens somber, door een ongeluk of verlies, zo’n situatie noemt men ook wel “down” of “depri”.
  • Depressie is wanneer er sprake is van een abnormaal sombere stemming die langere tijd aanhoudt​
  • Er is sprake van onvermogen om te genieten​
  • Door de sombere stemming is een sociaal functioneren vrijwel onmogelijk​




Slide 24 - Tekstslide

Depressie bij ouderen
  • Ouderen genezen minder snel van hun depressie
  • 15-20 % van de ouderen heeft een lichte vorm van depressie. Een ernstige vorm komt voor bij 2-3 procent van de ouderen.
  • 9 % van de jongeren heeft last van depressie

Slide 25 - Tekstslide

Verschillende oorzaken

  • Kan worden veroorzaakt door situaties waarin ouderen terecht komen​. 
  • Bezig zijn met de dood. 
  • Verlies partner en/of weggaan van huis​. 
  • Krijgen van een ziekte. 




Slide 26 - Tekstslide

Mogelijke oorzaken
  • Bij een depressie is er een tekort aan neurotransmitterstof waardoor hersenen trager werken​
  • Ouderen maken deze stof minder aan​
  • Bijzondere levensgebeurtenissen kunnen aanleiding geven tot depressie​
  • Een tekort aan “leuke” dingen beleven en doen



Slide 27 - Tekstslide

Wat houdt een bipolaire stoornis in?

Slide 28 - Open vraag

Bipolaire stoornis. 
  • Een bipolaire stoornis kan erfelijk zijn. Als een van de ouders deze stoornis heeft, is de kans 10% tot 15% hoger. 
  • Er kunnen ook bepaalde dingen zijn die een manische of depressieve bui uitlokken. Bijvoorbeeld een gebrek aan slaap, het gebruik van drugs, of veel stress door een heftige gebeurtenis. Zoals problemen met relatie of werk. Of het overlijden van een dierbare. Maar een belangrijke positieve gebeurtenis kan ook een bui uitlokken. Zoals de geboorte van een  kindje.
  • Je kunt de stoornis ook krijgen als je vaak langer dan 2 weken erg somber bent. Sommige vrouwen krijgen na de bevalling van hun kindje een psychose of worden erg somber. Dit kan een eerste teken zijn van een bipolaire stoornis.


Slide 29 - Tekstslide

schizofrenie
Er kan sprake zijn van schizofrenie als een persoon één langdurige psychose of meerdere psychosen heeft gehad en na de psychose niet meer functioneert zoals hij daarvoor deed. 

Slide 30 - Tekstslide

Late Onset Schizofrenie
Bij het ziektebeeld schizofrenie wordt vaak gedacht aan jongvolwassenen, over ouderen en schizofrenie wordt minder gesproken. Toch zie je dat dit ziektebeeld ook bij ouderen kan ontstaan. Deze vorm van schizofrenie noem je LOS (Late Onset Schizofrenie). De eerste symptomen komen voor het zestigste levensjaar tot uiting.
Deze vorm komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen, omdat bij vrouwen de oestrogeenspiegel daalt. Uit onderzoek is gebleken dat een hoge oestrogeenspiegel kwetsbare jongvolwassenen beschermt tegen het ontstaan van deze ziekte.
Op het moment dat de oestrogeenspiegel daalt, verdwijnt die bescherming en kan deze ziekte bij een oudere alsnog tot uiting komen.




Slide 31 - Tekstslide

Symptomen
De symptomen bij ouderen met schizofrenie verschillen met de symptomen die jongeren met schizofrenie hebben.

 Ouderen met schizofrenie hebben minder last van denkstoornissen en gevoelsafvlakking. Ze hebben wel meer last van sociaal isolement en vooral meer hallucinaties. Met name visuele hallucinaties komen meer voor dan gehoorhallucinatie.

Bij ouderen komt ook vaak de partitiewaan voor. Ze hebben dan de overtuiging dat mensen, voorwerpen of stralen door vloeren, muren en lampen het huis binnen kunnen komen. Bij deze vorm van wanen zie je dat de oudere angstig of geagiteerd is.


Slide 32 - Tekstslide

symptomen
Positieve symptomen

Wanen: Overtuigingen of gedachten die niet overeenkomen met de werkelijkheid, waarbij de persoon zelf in het middelpunt staat.
Bijvoorbeeld iemand met een paranoïde waan denkt dat hij continu wordt gevolgd. Iemand met een betrekkingswaan denk dat alle nieuwsberichten speciaal voor hem bedoeld zijn.
Hallucinaties: Bij hallucinaties ervaart iemand dingen die er niet zijn, zoals stemmen, kleuren of geuren. Iemand ziet of hoort dingen die er in de werkelijkheid niet zijn.
Verward denken: Gedachtegangen zijn totaal niet logisch meer. Iemand begint aan één stuk door te praten of reageert helemaal niet goed op vragen. Zo'n persoon is niet ontvankelijk voor sturing in gedachten. Er is geen touw aan vast te knopen.

Negatieve symptomen
Verwaarlozing van zichzelf, werk en sociale contacten
Weinig energie en vlakke emoties
Weinig concentratie en onbegrijpbaar voor de omgeving.

Slide 33 - Tekstslide

persoonlijkheid stoornis
Een PS houdt in dat iemands persoonlijkheidskenmerken zeer star zijn en het gedrag duidelijk afwijkend is. Hierdoor hebben mensen met een PS moeite met aanpassen aan veranderende omstandigheden, waardoor zij minder goed sociaal en emotioneel functioneren. 

Slide 34 - Tekstslide

uiting
Kan pas later tot uiting komen door verandering situatie zoals verlies partner

Slide 35 - Tekstslide

Borderline Persoonlijkheidsstoornis (BPS)
 Als je een borderline persoonlijkheidsstoornis hebt, vertoon je sterke stemmingswisselingen en voel je je erg instabiel. Je kunt opeens heel kwaad zijn en het andere moment weer heel vrolijk of somber. Je kunt impulsief reageren. Iemand met borderline is ontzettend bang om in de steek gelaten te worden.

Slide 36 - Tekstslide

Ps: borderline
Ouderen met een antisociale of borderline PS vertonen vaak een afname van agressief en impulsief gedrag. Op latere leeftijd toont men meer passief-agressieve gedragingen, verslavingsgedrag of depressieve uitingen. 

Slide 37 - Tekstslide

dementie
  • is een combinatie van syndromen
  • daarom heet het dementie syndroom
  • syndroom met cognitieve en/ of gedragsmatige symptomen waarbij het dagelijks functioneren is verstoord.
  • voorbeelden: Alzheimer, vasculaire dementie, FTD, Lewy Body.

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

veel voorkomende symptomen
Vergeetachtigheid, Problemen met dagelijkse handelingen
Kwijtraken van spullen, Taalproblemen, Slecht inschattings- en beoordelingsvermogen, Terugtrekken uit sociale situaties , Onrust en slaapproblemen, Desoriëntatie in tijd en plaats, Verandering van persoonlijkheid en gedrag: onrustig, bozig, angstig, achterdochtig, apathisch, Ongeremd zijn, ongepaste opmerkingen maken, Depressief, Incontinentie, vermagering, etc...

Slide 40 - Tekstslide

jullie hebben nu gebruik gemaakt van.....?
A
werk geheugen
B
permanent geheugen
C
automatisch geheugen
D
selectief geheugen

Slide 41 - Quizvraag

werk geheugen
(maximaal) 7 voorwerpen.
(maximaal) 1 minuut opgeslagen.
is te trainen naar meer opslag.
bij belangrijke zaken wordt het opgeslagen in het permanente geheugen.

Slide 42 - Tekstslide

4 stadia van dementie

Slide 43 - Tekstslide

bedreigde ik
Fase 1, de bedreigde ik: Proberen het gevoel van angst en onveiligheid te verminderen. Daarnaast beroep doen op vaardigheden die niet achteruit zijn gegaan, de cliënt informeren over de concrete werkelijkheid om hem heen (realiteit oriëntatie).

Slide 44 - Tekstslide

verdwaalde ik
Fase 2, de verdwaalde ik: Houvast bieden, de dagelijkse leefomgeving structureren. Verder zoveel mogelijk aansluiten bij de interesses en behoeften van de cliënt.

Slide 45 - Tekstslide

verborgen ik
Fase 3 de verborgen ik: Aanbod aansluiten op de directe zintuiglijke behoeften (warmte, rust, prettige sfeer) en beleving (warm/koud, honger/dorst, pijn) van de cliënt. Verder rustige, prikkelarme leefomgeving creëren.

Slide 46 - Tekstslide

verzonken ik
Fase 4 de verzonken ik: Inspelen op de lichamelijke behoeften, lichamelijk contact maken (koesteren), praten (zacht, rustig - de woorden zijn niet belangrijk), prettige zintuiglijke prikkels aanbieden.

Slide 47 - Tekstslide

delier
een acute stoornis in bewustzijn en aandacht.
bijkomende stoornissen in taal, geheugen of waarneming.
wordt uitgelokt door een lichamelijk disbalans (blaas- of longontsteking).
genezen door onderliggende oorzaak aan te pakken.


Slide 48 - Tekstslide

vandaag behandeld
zorgvragers met:
  • dementie
  • depressie
  • delier

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Video

afsluiting

Slide 51 - Tekstslide