Cijfers en getallen les 1

Welkom!
Ga rustig op je plek zitten en leg je boek en leesboek op tafel

Leg je huiswerk op de hoek van je tafel (opdracht 2 en 5 op bladzijde 128)
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Ga rustig op je plek zitten en leg je boek en leesboek op tafel

Leg je huiswerk op de hoek van je tafel (opdracht 2 en 5 op bladzijde 128)

Slide 1 - Tekstslide

Cijfers en getallen 

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?
- Huiswerk bespreken
- Theorie
- Werken aan de opdracht 


Aan het einde van de les heb je de spellingsregels geleerd hoe je cijfers juist schrijft. 

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk bespreken
 opdracht 2 en 5 op bladzijde 128 

Slide 4 - Tekstslide

Theorie 
Cijfers en getallen 

Slide 5 - Tekstslide

Cijfers en getallen   
Getallen in letters of cijfers:
  • In zinnen en langere teksten schrijf je getallen tot en met twintig, tientallen, en ronde getallen met honderd, duizend, miljard, enzovoort, in letters ->
    Er waren meer dan zevenhonderd mensen.
    Ze was de duizendste klant 
  • Cijfers als het gaat om een datum, jaartal, temperatuur, gewicht, maat, bedrag of snelheid ->
    Wordt het weer 40 graden deze zomer?
  • Als er andere cijfers in dezelfde zin staan, gebruik dan voor alle getallen cijfers ->
    100 jaar keer 365 dagen is 36.500 dagen.
  • Soms worden cijfers en letters gecombineerd bij getallen met miljoen en miljard ->
    Die voetballer is 20 miljoen euro waard. 

Slide 6 - Tekstslide

Cijfers en getallen
Getallen voluit schrijven:
  • Getallen in letters schrijf je aan elkaar 
  • Alleen na het woord duizend en voor én na miljoen en miljard komt een spatie ->
    negen miljard 
  • Bij klinkerbotsing schrijf je een trema, geen koppelteken ->
    tweeënhalf 


Slide 7 - Tekstslide

Cijfers en getallen
Samenstelling met cijfers en getallen:
  • een samenstelling met een getal in letters schrijf je volgens de regels voor samenstellingen
  • na een getal in cijfers schrijf je een koppelteken -> 22-jarige 
  • Als een woord na een cijfer een samenstelling is, dan komt er een spatie tussen het getal en de samenstelling -> 4 meiherdenking 

Slide 8 - Tekstslide

Werken aan de opdracht
Wat? Maak opdracht 4, 5 en 7 op bladzijde 126 
Hoe? Zelfstandig en stil
Tijd? Tot het einde van de les (het is huiswerk voor 27/03)
Vragen? Steek je hand op en ik kom bij je langs
Klaar? Lees verder in je leesboek of maak ander huiswerk
timer
10:30

Slide 9 - Tekstslide

Huiswerk
Voor 27 maart 2025 moet opdracht 4, 5 en 7 op bladzijde 126 af zijn.

Schrijf dit op in je plenda! 

Slide 10 - Tekstslide