Cijfers/getallen les 1

Welkom!
Ga rustig op je plek zitten en leg je boek en leesboek op tafel

Leg je huiswerk op de hoek van je tafel (opdracht 2, 5 en 6A op bladzijde 122 - 123)
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Ga rustig op je plek zitten en leg je boek en leesboek op tafel

Leg je huiswerk op de hoek van je tafel (opdracht 2, 5 en 6A op bladzijde 122 - 123)

Slide 1 - Tekstslide

Cijfers en getallen 

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?
- Wat weet je nog?
- Huiswerk bespreken
- Theorie
- Oefenen
- Werken aan de opdracht 


Aan het einde van de les heb je de spellingsregels geleerd hoe je cijfers juist schrijft. 

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk bespreken
opdracht 2, 5 en 6A op bladzijde 122 - 123

Slide 4 - Tekstslide

Theorie 
Cijfers en getallen 

Slide 5 - Tekstslide

Cijfers en getallen   
Getallen in letters of cijfers:
  • In zinnen en langere teksten schrijf je getallen tot en met twintig, tientallen, en ronde getallen met honderd, duizend, miljard, enzovoort, in letters ->
    Er waren meer dan zevenhonderd mensen.
    Ze was de duizendste klant 
  • Cijfers als het gaat om een datum, jaartal, temperatuur, gewicht, maat, bedrag of snelheid ->
    Wordt het weer 40 graden deze zomer?
  • Als er andere cijfers in dezelfde zin staan, gebruik dan voor alle getallen cijfers ->
    100 jaar keer 365 dagen is 36.500 dagen.
  • Soms worden cijfers en letters gecombineerd bij getallen met miljoen en miljard ->
    Die voetballer is 20 miljoen euro waard. 

Slide 6 - Tekstslide

Cijfers en getallen
Getallen voluit schrijven:
  • Getallen in letters schrijf je aan elkaar 
  • Alleen na het woord duizend en voor én na miljoen en miljard komt een spatie ->
    negen miljard 
  • Bij klinkerbotsing schrijf je een trema, geen koppelteken ->
    tweeënhalf 


Slide 7 - Tekstslide

Cijfers en getallen
Samenstelling met cijfers en getallen:
  • een samenstelling met een getal in letters schrijf je volgens de regels voor samenstellingen
  • na een getal in cijfers schrijf je een koppelteken -> 22-jarige 
  • Als een woord na een cijfer een samenstelling is, dan komt er een spatie tussen het getal en de samenstelling -> 4 meiherdenking 

Slide 8 - Tekstslide

Oefenen

Slide 9 - Tekstslide

Werken aan de opdracht
Wat? Maak opdracht 2, 3 en 5 op bladzijde 120 
Hoe? Zelfstandig en stil
Tijd? Tot het einde van de les (het is huiswerk voor 02/04)
Vragen? Steek je hand op en ik kom bij je langs
Klaar? Lees verder in je leesboek of maak ander huiswerk
timer
10:30

Slide 10 - Tekstslide

Huiswerk
Voor 2 april 2025 moet opdracht 2, 3 en 5 op bladzijde 120 af zijn.

Schrijf dit op in je plenda! 

Slide 11 - Tekstslide