In de volgende tabel staan al een aantal
argumenten uit alinea 4 en 5 van bron 2 en bijbehorende
tegenargumenten uit reacties in bron 3.
Vul de ontbrekende argumenten en tegenargumenten in. Citeer daarvoor steeds een zin of zinsgedeelte uit alinea 4 of 5 van bron 2 en uit reacties uit bron 3.
Noteer de cijfers uit de tabel op je antwoordblad en zet daarachter én het citaat én de alinea of de reactie waar dit citaat vandaan komt.
Let op: Gebruik voor ieder argument of tegenargument een ander citaat. Niet alle reacties kunnen worden gebruikt.