SEMANA 14- MARTES 1-4-25

SEMANA 14- MARTES 1-4-25
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

SEMANA 14- MARTES 1-4-25

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué día es hoy?
La fecha de hoy en español

Hoy es ....

Slide 3 - Tekstslide

Aquí el profe puede simplemente escribir la fecha de hoy en la pizarra para ir más rápido. Creo que es bueno incluir esto  para despertar la curiosidad. 
¿QUÉ TIEMPO HACE HOY?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LESDOELEN

  1. Ik kan vertellen wat ik wel leuk en niet leuk vind.

  2. Ik weet wat de praktische opdracht (PO) inhoud.

  3. Ik heb iemand gekozen om samen te werken.

  4. Ik ben begonnen met de voorbereiding van deel 1.

I.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡HABLAMOS!

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ME GUSTA/N - NO ME GUSTA/N
Om aan te geven dat je iets leuks vindt of ergens van houdt, gebruik je in het Spaans het werkwoord gustar. 


ME GUSTA LA MÚSICA
ME GUSTA BAILAR
ME GUSTAN LOS TOMATES

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TRABAJAMOS
timer
5:00

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
5:00

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PRAKTISCHE OPDRACHT
PERIODO 3

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PARTE 1
Video-indeling

1. Preséntate - Stel jezelf en je familie voor (havo/ vwo)
1.1 - ¿Quién eres y qué haces? - Wie ben je en wat doe je? (Bijv. Ik sport, ik dans...)
a. Nombre y apellido - Naam en achternaam
b. Edad - Leeftijd
c. ¿Dónde vives? - Waar woon je?
d. ¿Dónde estudias? - Waar zit je op school?
e. ¿Con quién vives? - Met wie woon je?
f. ¿Cómo es tu familia? - Hoe is je familie?
g. Describe a 3 familiares - Beschrijf 3 familieleden (zowel hun karakter als uiterlijk) HAVO
g.Describe a 5 familiares – Beschrijf 5 familieleden (zowel karakter als uiterlijk) VWO
h. Di lo que te gusta y lo que no te gusta - Vertel wat je leuk vindt en wat niet 










Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PARTE 2

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EJEMPLOS

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¡MANOS A LA OBRA!
TWEETALLEN OF DRIETALLEN?
TRABAJAMOS EN LA PARTE 1
timer
15:00

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PRÓXIMA CLASE
BESCRIJVING VAN PO MEENEMEN 
LAPTOP CON BATERÍA MEENEM
CUADERNO + BOLI MEENEMEN

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LESDOELEN

  1. Ik kan vertellen wat ik wel leuk en niet leuk vind.

  2. Ik weet wat de praktische opdracht (PO) inhoud.

  3. Ik heb iemand gekozen om samen te werken.

  4. Ik ben begonnen met de voorbereiding van deel 1.

I.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

MARTES 8-4-25

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

¿Qué día es hoy?
La fecha de hoy en español

Hoy es ....

Slide 25 - Tekstslide

Aquí el profe puede simplemente escribir la fecha de hoy en la pizarra para ir más rápido. Creo que es bueno incluir esto  para despertar la curiosidad. 
¿QUÉ TIEMPO HACE HOY?

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ME GUSTA/N - NO ME GUSTA/N
Om aan te geven dat je iets leuks vindt of ergens van houdt, gebruik je in het Spaans het werkwoord gustar. 


ME GUSTA LA MÚSICA
ME GUSTA BAILAR
ME GUSTAN LOS TOMATES

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maakt een zin

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PO "MI VIDA"

1: LOTUS, IRS, KATHELIJKNE
2: JAMES, QUINT, FINN
3: LUCA, ANTHONY, MATTEO
4: TIES, RENZO, MATHEO
5: HADASSA, DELISA
6: YANA, SAMARA, GIUILIO
7: TIM; LUCAS
8: CYRIL, DEAN, KAJ
9: SOFIE, LINDSY, NORA
10: SAVANNAH, SARAH, ROOS
11: CAITHLYNN, QUINTIN, ANISSA

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PARTE 1
Video-indeling

1. Preséntate - Stel jezelf en je familie voor (havo/ vwo)
1.1 - ¿Quién eres y qué haces? - Wie ben je en wat doe je? (Bijv. Ik sport, ik dans...)
a. Nombre y apellido - Naam en achternaam
b. Edad - Leeftijd
c. ¿Dónde vives? - Waar woon je?
d. ¿Dónde estudias? - Waar zit je op school?
e. ¿Con quién vives? - Met wie woon je?
f. ¿Cómo es tu familia? - Hoe is je familie?
g. Describe a 3 familiares - Beschrijf 3 familieleden (zowel hun karakter als uiterlijk) HAVO
g.Describe a 5 familiares – Beschrijf 5 familieleden (zowel karakter als uiterlijk) VWO
h. Di lo que te gusta y lo que no te gusta - Vertel wat je leuk vindt en wat niet 










timer
30:00

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

PARTE 2
timer
30:00

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lessonup
Hacer ejercicios

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent gustar?
A
leuk vinden
B
houden van
C
lekker vinden
D
alle drie

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Of het gusta of gustan moet zijn, hangt af van:
A
de persoon die iets mooi/leuk/lekker vindt
B
wat het onderwerp van de zin mooi/leuk/lekker vindt

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De woordvolgorde in zinnen met gustar kan:
A
op één manier
B
op twéé manieren

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In een ontkennende zin zet je no:
A
voor "me, te, le"
B
tussen "me, te, le" en gustar

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

LET OP!
Je gebruikt "gustar" in het enkelvoud als er 
een heel werkwoord na het werkwoord "gustar"staat.
- Me gusta ir a las tiendas -

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EJERCICIO
Koppel de vormen van het werkwoord "gustar" met 
de persoonlijke voornaamwoorden

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El verbo gustar
Sleep het Spaanse woord naar de Nederlandse vertaling. 
yo
él/ella
le
me
te

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

EJERCICIO
Koppel de werkwoord "gustar" in meervoud of enkelvoud 
met het onderwerp.

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El verbo gustar
Sleep het Spaanse woord naar de Nederlandse vertaling. 
escuchar música
el chocolate
los gatos
la pizza
las albóndigas
la guitarra
gustan
gusta
gusta
gustan
gusta
gusta

Slide 41 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tarea
Welke vorm van gustar ontbreekt?

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Me ____(gustar)____ los hoteles.

Slide 43 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Nos ____(gustar)____ la sandía.

Slide 44 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


¿Te ____(gustar)____ ir de compras?

Slide 45 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


¿Os ____(gustar)____ la pizza?

Slide 46 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


¿Te ____(gustar)____ las canciones románticas?

Slide 47 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met "gustar".
(me-te-le-nos-os-les)

Slide 49 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Qué has aprendido=Wat heb je geleerd?

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies