Oefenen les 39 WW M3

Les 39 oefenen 
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Les 39 oefenen 

Slide 1 - Tekstslide

Zet het werkwoord tussen haakjes in de tijd die erachter staat:
De verdachte ....... (ontkennen, -tt) de beschuldiging.

Slide 2 - Open vraag

Welk antwoord past het beste aan het einde van deze zin:
De politie heeft bedacht waar de dader ....
A
zich bevind
B
zich bevindt
C
zich bevindde
D
is bevind

Slide 3 - Quizvraag

Wat is het correcte voltooid deelwoord dat hier ingevuld moet worden :
Ik heb me... over dit plan.
A
verwondert
B
geverwondert
C
verwonderd
D
geverwonderd

Slide 4 - Quizvraag

Zet het werkwoord tussen haakjes in de tijd die erachter staat:
De afloop ...... (verbazen, -vt) haar.

Slide 5 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord dat hier ingevuld moet worden :
De politie heeft ... waar de dader zit.
A
beredeneerd
B
beredeneert
C
beredeneerde
D
geberedeneerd

Slide 6 - Quizvraag

Vul in:
........(worden, -tt) hij ......(vervolgen -volt dlw) voor dat misdrijf?

Slide 7 - Open vraag

Vul in, bepaal zelf de meest logische tijd:
De rechter .... morgen de straf ..... (vaststellen)
A
stelde vast
B
doet vaststellen
C
stelt vast
D
heeft vastgesteld

Slide 8 - Quizvraag

Vul in, bepaal zelf de meest logische tijd:
Wat kan dat hebben ...? (betekenen)
A
betekend
B
betekent
C
betekende
D
betekenend

Slide 9 - Quizvraag

Vul in, bepaal zelf de meest logische tijd:
Ik hoop dat je goed .. bent (verzekeren)
A
geverzekert
B
geverzekerd
C
verzekert
D
verzekerd

Slide 10 - Quizvraag

Maak een zin met het woord 'verdampen' in de verleden tijd

Slide 11 - Open vraag

Maak een zin met het woord 'beloven' in de verleden tijd

Slide 12 - Open vraag

Einde 
Lees alvast hst 27 
Tot morgen 

Slide 13 - Tekstslide