Dag allemaal! Zorg dat je bent ingelogd en je laptop op een kiertje hebt.
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3
In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Dag allemaal! Zorg dat je bent ingelogd en je laptop op een kiertje hebt.
Slide 1 - Tekstslide
Dag allemaal! Zorg dat je bent ingelogd en je laptop op een kiertje hebt.
Slide 2 - Tekstslide
H2.2 - Meer dan één kracht
Slide 3 - Tekstslide
Waar hebben we het de vorige les over gehad?
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Video
Kracht en uitrekking
Het verband tussen de kracht en
uitrekking bij een veer is
rechtevenredig.
D.w.z; 2 keer meer kracht,
dan ook 2 keer meer
uitrekking.
Slide 6 - Tekstslide
Grafiek
Je krijgt een rechte lijn door de
oorsprong. Deze lijn zegt iets
over de stugheid van de veer.
Slide 7 - Tekstslide
Veerconstante formule
C=uF
C = veerconstante
(N/cm)
F = kracht
(N)
u = uitrekafstand
(cm )
Slide 8 - Tekstslide
Een veer is 23,5 cm lang als er niets aanhangt, en 33,1 cm als er een gewichtje van 350 gram aanhangt. Bereken met deze gegevens de veerconstante van de veer.
Slide 9 - Open vraag
Gegevens u = 33.1-23,5 = 9,6 cm
m = 350 g = 0,35 kg
Gevraagd C = ?
Uitwerking F = mg = 0,35 x 9,8 = 3,43 N
C=uF
=9,63,43
= 0,36 N/cm
Slide 10 - Tekstslide
Voorbeeld
De nulstand van een veer is 15 cm. Als de veerconstante 0,42 N/cm is en de kracht op de veer 6N is, wat wordt dan de lengte van de veer ?
Slide 11 - Tekstslide
De nulstand van een veer is 15 cm. Als de veerconstante 0,42 N/cm is en de kracht op de veer 6N is, wat wordt dan de lengte van de veer ?
Slide 12 - Open vraag
Gegevens u nulstand = 15 cm
C = 0,42 N/cm
F = 6N
Gevraagd lengte van veer (u)
Uitwerking
u=CF
=0,426
= 14 cm
dus u = 15 + 14 = 29cm
Slide 13 - Tekstslide
Ellen doet een proef met een spiraalveer (C = 0,35 N/cm). Eerst meet ze de lengte van de veer als er niets aan hangt: 22 cm. Daarna hangt ze een blokje van 250 g aan de veer.
Bereken hoe groot de lengte van de veer nu wordt. Schrijf de hele berekening overzichtelijk op.
Slide 14 - Open vraag
Slide 15 - Video
Opdracht resulterende krachten
Slide 16 - Tekstslide
Ga nu zelf aan de slag
Wat? Maak H2.2 - 1, 2, 3a, 4a, 5, 6, 7, 8, 9 en +10