1. Met wat voor verhaalbegin hebben we te maken?
2. Wie is de protagonist in het verhaal?
3. Met wat voor soort perspectief hebben we in dit verhaal te maken?
4. Maakt de schrijver gebruik van een flashback, licht je antwoord toe.
5. Is er in het verhaal sprake van intertekstualiteit? Licht je antwoord toe.
6. Is de ik-figuur een flat character of een round character? Licht je antwoord toe waarbij je de inhoud van het verhaal in je antwoord betrekt.
7. Is Gerrit een flat character of een round character? Licht je antwoord toe waarbij je de inhoud van het verhaal in je antwoord betrekt.
8. Wat is het thema van het verhaal?
9. Waarom is de titel niet 'De' maar 'Een onbekende trekvogel'?
10. De ik identificeert zich sterk met een onbekende trekvogel. Uit welke passages blijkt dat?