-Leg uit wat passief transport is en noem voorbeelden.
-Leg uit wat actief transport is.
-Leg uit wat osmotische waarde betekent.
-Leg uit wat een hypotone, isotone en hypertone oplossing is.
-Teken een cel in een hypertone oplossing.
-Teken een celmembraan met:
-Fosfolipiden, membraaneiwitten en geef transport weer van: CO2/O2, -glucose, Na+, water en een eiwit