Het examen SCHRIJVEN 2F - fouten herkennen (4)

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 2,3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?

Van alles herhalen wat je nodig hebt bij het examen SCHRIJVEN.

Jullie kijken elkaars e-mail na en geven feedback daarop.



Slide 2 - Tekstslide

Herhalen - de beste manier van leren

Slide 3 - Tekstslide

De kippen hebben deze week nog weinig eieren ..... (leggen, volt. tijd)
A
gelegt
B
gelegd
C
geleggen
D
geligd

Slide 4 - Quizvraag

Hebben jullie de tuin van opa al .....? (spitten, volt. tijd)
A
gespit
B
gespid

Slide 5 - Quizvraag

Samen met mijn buurman ..... ik morgen onze oprit. (verbreden)
A
verbreed
B
verbreedt
C
verbreedde
D
verbreedden

Slide 6 - Quizvraag

Ze .... elkaar na lange tijd toch het beste toe. (toewensen)
A
wensten
B
wenstten
C
wensden
D
wensdden

Slide 7 - Quizvraag

De toestand van de patiënt is iets ....... (verbeteren)
A
verbetert
B
verbeterd

Slide 8 - Quizvraag

Welke samenstelling is correct geschreven?
A
stekenblind
B
stekeblind

Slide 9 - Quizvraag

Welke samenstelling is correct geschreven?
A
geboortecijfer
B
geboortencijfer

Slide 10 - Quizvraag

Welke samenstelling is correct geschreven?
A
nachtegaal
B
nachtengaal

Slide 11 - Quizvraag

Je kunt een zin prima
beginnen met IK.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Geachte heer/mevrouw,
A
Juiste aanhef voor een zakelijke mail
B
Onjuiste aanhef voor een zakelijke mail

Slide 13 - Quizvraag

Met Vriendelijke Groet,
A
Juiste afsluiting van een zakelijke mail
B
Onjuiste afsluiting van een zakelijk mail

Slide 14 - Quizvraag

In een e-mail staan minstens twee komma's. Waar staan deze?
A
In de aanhef en in de eerste alinea
B
In de afsluiting en na de laatste zin
C
Aan het eind van de aanhef en de afsluiting
D
Aan het eind van de eerste zin en het eind van de laatste zin

Slide 15 - Quizvraag

Waar of niet waar over een zakelijke e-mail?

In de inleiding schrijf je kort waarom je de e-mail schrijft.
A
waar
B
niet waar
C
soms
D
alleen bij een klacht

Slide 16 - Quizvraag

Wat zet je in het slot van een e-mail?
A
Je mening
B
Een conclusie
C
Wat er van de lezer verwacht wordt
D
Een samenvatting

Slide 17 - Quizvraag

Een zakelijke e-mail stuur je
A
naar je beste vrienden.
B
naar bedrijven of instellingen.
C
naar je klanten.
D
naar familie.

Slide 18 - Quizvraag

Waar of niet waar?

De begeleidende brief van een offerte moet zakelijk en betrouwbaar overkomen.

A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Waar of niet waar?

Een offerte is gericht aan één opdrachtgever, en niet aan meer klanten tegelijk.
A
waar
B
niet waar

Slide 20 - Quizvraag