CG A1: Unidad 7: deel 3_oef 13 t/m Panam_lesweek 5 les 2

silencio y concentración
TT 05-06 

 

max 20 minutos. 
Eerder klaar? start in stilte met voorbereiden van 15abc TB p. 70
We controleren en bespreken de toets na 20 minuten
timer
20:00
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansHBOStudiejaar 1

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

silencio y concentración
TT 05-06 

 

max 20 minutos. 
Eerder klaar? start in stilte met voorbereiden van 15abc TB p. 70
We controleren en bespreken de toets na 20 minuten
timer
20:00

Slide 1 - Tekstslide

Unidad 7
El placer de viajar

  1. Pretérito Perfecto (repaso)
  2. onregelmatige vormen (repaso)
  3. gebruik muy/mucho
  4. klagen/zich verontschuldigen en excuses aanvaarden

 

Slide 2 - Tekstslide

primero: herhaling en bespreken hw
verbos (werkwoorden)
¿preguntas sobre los deberes?


Slide 3 - Tekstslide

extra oefenen met gustar 
https://www.profedeele.es/actividad/me-gusta-no-me-gusta-gustos/

maak 'ejercicios' 4,6,en 10 in tweetallen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

(maandag) afwezig geweest?
zelfstandig stof bestuderen vóór volgende les

¿Quién puede explicar el "perfecto"?

Slide 6 - Tekstslide

Entonces.... ¿Cómo formar el Perfecto
haber = verplicht hulp werkwoord
1. he 
2. has                    + participio
3. ha                               =
1. hemos               + stam           + ado (-ar werkwoorden)
2. habéis                                        + ido   (-er en -ir werkwoorden)
3. han 

Slide 7 - Tekstslide

Formas irregulares

Onregelmatige vormen 

(Zie paragraaf 7.4 p.126)


abrir - abierto
decir - dicho
hacer - hecho
poner - puesto
ver - visto
escribir - escrito
volver - vuelto
morir - muerto
Ojo:
ir - ido
ser - sido
leer - leído



Slide 8 - Tekstslide

Signaalwoorden
Op de dag zelf: hoy – vandaag; esta tarde – vanmiddag; despues de comer – na het eten.
Hoy he descansado todo el día. – Vandaag heb ik de hele dag geluierd.
De tijd heeft nog verband met het heden: este mes – deze maand; este fin de semana – dit weekend.
Esta semana he trabajado mucho. – Deze week heb ik hard gewerkt.
Geen concrete tijdsaanduiding: ya – al; nunca – nooit; muchas veces – vaak.
Nunca he estado en Argentina. – Ik ben nog nooit in Argentinië geweest.

Slide 9 - Tekstslide

Esta semana yo__________ mucho café

A
ha bebido
B
hemos bebido
C
he bebido
D
has bebido

Slide 10 - Quizvraag

Esta mañana nosotros no_______________ clase.
A
has tenido
B
hemos tenido
C
ha tenido
D
han tenido

Slide 11 - Quizvraag

Het voltooid deelwoord van escribir is:
El participio de escribir es:
A
escrito
B
escribido
C
escribo
D
escribe

Slide 12 - Quizvraag

¿Qué has hecho este fin de semana?
Wat heb je dit weekend gedaan?
A
He visto muchas películas.
B
Has visto muchas películas.
C
He vido muchas películas

Slide 13 - Quizvraag

 vamos a practicar más
Noteer in complete zinnen 2 activiteiten van het afgelopen weekend. Werk volgens de volgende stappen:
1. noteer eerst de activiteiten (de Spaanse werkwoorden), bijv. 'hacer deporte'
2. vervoeg dit werkwoord in de juiste vorm/tijd.
3. voeg een dag en een dagdeel toe
4. Check nu of je 2 zinnen goed lopen

Slide 14 - Tekstslide

noteer hier je zinnen. "Este fin de semana... "

Slide 15 - Open vraag

a trabajar en grupo
1. Hablamos español
forma grupos de 4

1.  Maak opdracht 23 WB samen

Stel veel vragen als het niet meteen lukt!!

2. Maak de extra opdracht

Slide 16 - Tekstslide

Flamenco y más..
"Flamenco is een muziekgenre en een bijbehorende dans afkomstig uit de zuidelijke provincies van Spanje. Kenmerkend voor deze muziekvorm zijn de soms Arabisch aandoende klanken, de uitbundige muzikale versieringen rondom het thema en het sterke ritme binnen een twaalftelsysteem"


de kracht van cultuur, kijk- en luistervaardigheid 
Netflix (Sara Baras), radio, YouTube

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Link

Tekstboek nr. 13 p.68
 
Grizel habla de sus vacaciones.  Lee las frases de 13b. 
a. Escucha y contesta
- ¿Adónde ha ido?
- ¿En qué medio de transporte?
- ¿Qué tal el viaje? 
b. Marca las informaciones correctas



b. Ma
50
Yucatán
en avión y autobús
lindo

Slide 19 - Tekstslide

Het gebruik van muy/mucho TB p.127-128
  • Muy (heel, erg) staat vóór: - bijvoeglijke naamwoorden                                                                        - bijwoorden
  • Mucho (heel, veel, vaak) is als bijwoord onveranderlijk en staat bij het werkwoord of alleen
  • Mucho (veel, vele) is als bijvoeglijk naamwoord veranderlijk en richt zich in getal/geslacht naar het zelfstandig naamwoord.

Slide 20 - Tekstslide

muy 
1. Muy + bijvoeglijk nw. (adjetivo)
  • Es una ciudad muy bonita
  • Tiene plazas muy antiguas.
  • También es muy grande.
  • Los edificios son muy altos.

Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.

Slide 21 - Tekstslide

muy 
2. Muy + bijwoord (adverbio)
  • Llego a casa muy tarde.
  • Vive muy lejos.
  • Son las 6 de la mañana. Es muy temprano.
  • Tú hablas muy bien español.

Bijwoord zegt iets over een werkwoord, een bijv.nmw., een ander bijwoord of een hele zin. (tarde, lejos, temprano, bien), maar niet over een zelfst.nw

Temprano (vroeg)

Slide 22 - Tekstslide

mucho  
3. Mucho + werkwoord of alleen

  • He viajado mucho en avión.
  • Los bares me han gustado mucho
  • ¿Te gusta? - Sí, mucho.

Slide 23 - Tekstslide

mucho-a/-os/-as
4. Mucho/-a/-os/-as + zelfstandig naamwoord (sustantivo) 

  • En Mallorca hay mucho turismo
  • También hay mucha oferta cultural.
  • Sevilla tiene muchos  monumentos .
  • También hay muchas plazas
Sevilla

Slide 24 - Tekstslide

TB 13d p. 68 
muy - mucho/a/os/as 
Lees de tekst en vul in:
     "muy" of "mucho/muchos"


En maak nu samen oefening 19 van het WB pag. 73.
let op: el problema (=mnl), el turista (=mnl)
timer
10:00

Slide 25 - Tekstslide

TB nr.14 p.69 No hay nada perfecto
  1. Luister naar de dialogen.
  2. Wat is het probleem?
  3. Hoe spreek je iemand aan?
  4. Hoe vertel je wat je klacht/probleem is.
  5. Hoe verontschuldig je je?
  6. Hoe reageer je op een klacht?
51
52
53
54

Slide 26 - Tekstslide

Iemand aanspreken
  • oiga/oye
  • buenos días,buenas tardes..
  • por favor,...
  • mire/mira
  • perdone / perdona
Klagen
  • Perdone, pero no he pedido sopa, sino ensalada.
  • Mire, es que tengo un pequeño problema. He reservado la habitación con bañera y sólo tengo ducha.
  • Tenemos un problema. El aire acondicionado no funciona.

Slide 27 - Tekstslide

Zich verontschuldigen
  • ¿Ensalada? Disculpe, ahora mismo la traigo.
  • Lo siento. Ha sido un error. Enseguida le damos una con bañera.
  • Ah sí, perdone las molestias. Ya tenemos otro coche para usted.
Reageren
  • No pasa nada.
  • Está bien, gracias.
  • Gracias, muy amable (de usted).

Slide 28 - Tekstslide

Schrijf 5 zinnen over jezelf: Noem 4 feiten die waar zijn en  1 feit die niet waar is:
1.  He estado en Mexico una vez.
2. No he hecho Kitesurf nunca. 
3. Este carnaval he visitado Granada.
4. Esta mañana he venido en bicicleta a mi trabajo.
5. Esta mañana he visto un ratón en mi casa.
extra oefening

Slide 29 - Tekstslide

Nr. 15a TB p. 70 check 
viaje
por España
de una semana
en tren
al Caribe
con familia
hotel
de 3 estrellas
con piscina
barato
a 10 minutos del centro
habitación
doble
con bañera
ruidosa
con dos camas
para una semana
interior
con balcón
con vistas al mar

restaurante
con cocina tradicional
con terraza
típico
elegante


Slide 30 - Tekstslide

comunicación
- Start met 14c TB: spreekopdracht 'dialogen': schrijf 3 dialogen uit. 
2. 15b en c TB: schrijf de zinnen op
3. vamos a la pagina 73: Mirador
en parejas, haz el ejercicio 2a+b
bedenk bij b nog een andere passende reactie
timer
15:00

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Panamericana Ecuador
Zoek de volgende zinnen op in de tekst, vertaal en schrijf op:
 
 
 



TB blz. 71
4. Ik denk dat het een heel goed idee is om tijd in de natuur door te brengen.
5. Ik vind het heel leuk
om mijn land aan jullie
te presenteren. 
2. Het zijn traditionele huizen waar je kan slapen en ook de mogelijkheid hebt om excursies te doen.

 3. Daar kun je geweldige dieren observeren zoals leguanen en schildpadden. 
1. Een andere plek die ik heel leuk vind is het uitkijkpunt van Catequilla. 

Slide 33 - Tekstslide

Panamericana Ecuador
input -> output
¿Qué se puede hacer en Ecuador?

Maak 4 zinnen in het Spaans met de 'se impersonal' die antwoord geven op de vraag hierboven. Baseer je op de tekst van p. 71.

Slide 34 - Tekstslide

A trabajar

- WB: alles afmaken, start met 19 t/m 25 
- R&S Unidad 7 verder invullen (in volgende les
wordt deze besproken)



Slide 35 - Tekstslide

Deberes
  1. Maken oefeningen WB. U7
  2. Maken R&S U.7
  3. leer voca modulo 4 
  • Vóór maandag: doorloop Unidad 8  en bereid de TT Un. 7+8 voor (wordt dinsdag in les afgenomen)

Slide 36 - Tekstslide