5.5 Sociale zekerheid

           5.5 Sociale zekerheid
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) verzorgt uitkeringen zoals WW en WAO en helpt werkzoekenden bij het vinden van werk.
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

           5.5 Sociale zekerheid
Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) verzorgt uitkeringen zoals WW en WAO en helpt werkzoekenden bij het vinden van werk.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 5.5
In deze paragraaf leer je:
  • Wat er gebeurt als iemand onvoldoende geld heeft om voor zichzelf te zorgen.
  • En hoe ziet de sociale zekerheid eruit?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we deze les doen?
H4A donderdag 13 maart
Zelfstandig aan de slag:
  1. Huiswerk:  Maken van 5.4 opdrachten: 2, 4, 6, 9 en 11
  2. Lezen 5.5 op blz. 172 t/m 179
  3. Maken van 5.5: 2, 3, 5, 6 en 8
  4. Nakijken 5.4 en 5.5 met nakijkblad
  5. Lezen 5.6 blz. 176 t/m 179

Klassikaal gedeelte: 
  • uitleg 5.6 Werken nu en in de toekomst
  • Huiswerk: vrijdag 14 maart maken van 5.6 opdracht 2, 3, 4, 6 en 9
timer
20:00

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Check in duo's
1. Huiswerk in duo's bespreken. Pas je antwoord ook aan als dit nodig blijkt.
2. Vraag om input voor je PO
- hoe ver sta je nu? Hoe ben je te werk gegaan?
- wat is jouw uitdaging m.b.t. de verzorgingsstaat?
- welke gevolgen zie je in de samenleving?
- wat zijn tot nu toe jouw oplossingen?
- welke bronnen heb je gebruikt?
- en vraag hoe jouw duo dit ziet: wellicht kom je op nieuwe inzichten
3. Lezen 5.5 Sociale zekerheid op blz. 172 t/m 179
timer
10:00

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kijken (t/m 16:47 lang) (t/m 5:35 kort)
'De appel moet goedkoper en de frikandel duurder'

Bedenk een argument voor deze stelling.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk:

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 terreinen waar de verzorgingsstaat het meeste geld aan uit geeft:
1. Onderwijs
2. Gezondheidszorg
3. Sociale zekerheid
Een herhaling:

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding sociale zekerheid
Het lukt niet iedereen om voldoende geld te verdienen om voor zichzelf te zorgen. Dat geldt voor ouderen (die werken niet meer), maar ook voor mensen met een beperking of mensen die langdurig ziek of werkloos zijn. 

In onze verzorgingsstaat is geregeld dat de overheid deze personen helpt. 

Dat gebeurt met een systeem van regelingen zoals uitkeringen, voorzieningen en toeslagen, ook wel sociale zekerheid genoemd.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale zekerheidsstelsel (BRON 14)

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale zekerheidsstelsel 
  • Iedereen krijgt te maken het stelsel van sociale zekerheid. (blz. 158/159)
  • Achterliggende idee: SOLIDARITEIT (= samen de risico's dragen)
  • Als werknemer en belastingbetaler draag je geld af om jezelf te verzekeren tegen verlies van inkomen, maar je draagt ook bij aan de zorg voor anderen. 
  • Niet iedereen kan in dezelfde mate hieraan bijdragen: mensen die weinig verdienen betalen minder en kunnen toeslagen aanvragen.

Slide 12 - Tekstslide

Solidariteit houdt in dat de mensen in de samenleving de risico’s zo veel mogelijk samen dragen. 

Mijn eigen situatie: Na 18 jaar heb ik ontslag genomen op mijn school. Ik had het naar mijn zin maar ik was ook wel nieuwsgierig naar een andere school, nieuwe collega's en leerlingen. Wel heb ik pas ontslag genomen nadat ik een nieuwe baan had gevonden en aan het einde van het schooljaar. Het blijft altijd een risico een nieuwe baan: stel dat ik het niet mijn zijn krijg of dat ik weg moet. Maar ik denk dat ik met mijn diploma's dit risico wel kan dragen. Daarbij heeft mijn partner ook een baan.

Even terug naar solidariteit:
Ik betaal elke maand al 20 jaar lang een bepaald geldbedrag, ook wel een premie genoemd. Met dat geld verzeker ik niet alleen mezelf tegen werkloosheid (als ik hier niet mag blijven), ziekte en ouderdom, maar ook anderen. 

Het kan dat ik nooit werkloos wordt, maar anderen wel en die krijgen dan uit de geldpot waar ik aan bijgedragen heb een werkloosheidsuitkering. 
Dat is solidariteit!
Sociale verzekeringen (premies)

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werknemersverzekeringen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volksverzekeringen

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale voorzieningen (belasting)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe blijft de sociale zekerheid betaalbaar?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe blijft sociale zekerheid betaalbaar?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Positieve discriminatie en emancipatiebeleid

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Huiswerk: 
wo. 12 maart maken van 5.5 opdrachten 2, 3, 5, 9 en 11
en van 5.4: 2, 4, 6, 9 en 11
*Let op: deze les HUISWERKCONTROLE
KEUZE:
  • Aan de slag met de opdrachten van 5.5 Sociale zekerheid
  • Aan de slag met PO
  • Inleverdatum PO: donderdag 20 maart voor 16:00

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Arbeidsmarkt

  • De arbeidsmarkt is de plaats waar vraag en aanbod van arbeidskrachten elkaar ontmoeten. 
  • Het aanbod wordt bepaald door de beroepsbevolking, alle personen die geheel of gedeeltelijk beschikbaar zijn voor werk. 
  • De vraag naar arbeidskrachten noemen we werkgelegenheid.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Link

Deze slide heeft geen instructies


Werkloosheid

  • Iemand is officieel werkloos als de persoon:
  • tussen de 15 en 75 jaar is;
  • niet werkt of minder dan 12 uur per week werkt;
  • actief op zoek is naar een baan van 12 uur per week of meer;
  • ingeschreven staat als werkzoekende bij het UWV.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbeidsmarkt in ontwikkeling
Op dit moment hebben we vier ontwikkelingen in de arbeidsmarkt:
  1. Automatisering 
  2. Opkomst en verdwijnen van bedrijfstakken
  3. Flexibilisering
  4. Globalisering

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Automatisering


  • ICT komt op in bijna alle sectoren van de arbeidsmarkt
  • Er zijn grote voordelen door efficiënter te werken
  • Gevolg: verlies van banen door overname ICT maar opkomst banen in de ICT.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Oude en nieuwe bedrijfstakken

  • Veel arbeidsintensief en laaggeschoold werk is verdwenen en verplaatst naar lagelonenlanden.
  • In veel bedrijfstakken is het antal banen voor hooggeschoolde medewerkers toegenomen. Denk aan de chemische industrie, ontwikkeling van nieuwe producten en machinebouw.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Flexibilisering
  • Vroeger kozen mensen een baan voor het leven. Tegenwoordig veranderen werknemers sneller van baan.
  • Hierdoor stijgt de vraag naar flexibele arbeidsrelaties: alle werksituaties met een variabele inzetbaarheid. 
  • 2 miljoen werknemers hebben een tijdelijk contract en meer dan 1 miljoen mensen werken als zzp'er.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Globalisering
De globalisering heeft geleid tot een toename van:
 
  • wereldwijde handel en multinationals
  • grotere internationale kapitaalstromen 
  • arbeidsmigranten

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke werkloosheid is niet tijdelijk?
A
seizoenswerkloosheid
B
structurele werkloosheid
C
regionale werkloosheid
D
frictie werkloosheid

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er bij conjuncturele werkloosheid?
A
Een bedrijf gaat anders produceren
B
De bedrijfscultuur verandert
C
Een bedrijf ontslaat zomaar medewerkers
D
Er is geen vraag meer naar het product

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Structurele werkloosheid is tijdelijk
A
Juist
B
Onjuist

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een strandtent gaat failliet. Wat voor werkloosheid is dat?
A
Conjuncturele werkloosheid
B
Structurele werkloosheid
C
Seizoen werkloosheid
D
Frictiewerkloosheid

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij een groeiende economie stijgt de werkloosheid.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Automatisering leidt altijd tot structurele werkloosheid.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Conjuncturele werkloosheid is blijvend
A
Waar
B
Niet waar

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oost-Europeanen die in Nederland een bouwbedrijf beginnen zijn een voorbeeld van
A
Automatisering
B
Flexibilisering
C
Verdwijnen nieuwe arbeidstakken
D
Globalisering

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een robot die voor een leraar praktische opdrachten nakijkt, dat is een voorbeeld van
A
Globalisering
B
Automatisering
C
Flexibilisering
D
Verdwijnen bedrijfstakken

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

9 juni t/m 20 juni

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
KEUZE:

1. Huiswerk: donderdag 9 juni maken van par. 6 :   2 - 5 - 7 - 8 - 9 - 11 - 12
2. Werk aan het PO in het computerlokaal of hier in de klas
3. donderdag 2 juni (feest) geen les + maandag 6 juni (Pinksteren) geen les 
4. donderdag 9 juni: presentaties


Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies