Begrippen:
Schaarste, vrije goederen, alternatief aanwendbaar, arbeidsdeling, directe ruil (in natura), transactiekosten, indirecte ruil, ruilmiddel, rekenmiddel, spaarmiddel.
Begrijpen:
- De economische invalshoek: Behoefte, middelen en schaarste.
- Soorten ruil en bijbehorende transactiekosten, functies van geld.
- Sectoren en formele en informele circuit.