Hoofdstuk 5 lesbrief 4

Lesbrief 4: Handgereedschap
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

In deze les zitten 29 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Lesbrief 4: Handgereedschap

Slide 1 - Tekstslide

Vak: Profielvak 3
Hoofdstuk: Hoofdstuk 5 lesbrief 4
1.
Lesopening
2.
Lesdoel 
3.
Arrangementen + mini-check
4. 
Instructie
5.
Begeleid inoefenen
6. 
Zelfstandig werken
7.
Evaluatie

Slide 2 - Tekstslide

1. Lesopening
Pak je boek klapper op tafel en open lesbrief 4 van hoofdstuk 5.



Slide 3 - Tekstslide





Na het doorlopen van deze lesbrief kan/ken ik:  
P 3.2 een product maken
De kandidaat kan:
o Werktekening lezen en interpreteren, technieken symbolen begrijpen en aan de hand van de tekening een werkvoorbereiding opstellen.
o Een product in elkaar zetten door gebruik te maken van verbindingen
o Het vervaardigde product controleren op de kwaliteit van de verbinding
o Een product vervaardigen met handgereedschap, elektrische handgereedschap en machines
o Handgereedschappen, elektrische handgereedschappen en machines veilig gebruiken





Verantwoording syllabus:





2. Lesdoelen

Slide 4 - Tekstslide

3.Arrangementen
- Verdiept: kijk of je zelfstandig aan de slag kunt of dat je mee wil doen aan de instructie.


- Basis: doe mee aan de mini-check. Alles goed? Zelfstandig aan de slag. Niet alles goed? Instructie volgen, daarna aan de slag. 
Iedereen van de 3K + 4 k klas doet mee aan het basis arrangement.


- Intensief: doe mee aan de mini-check. Instructie volgen, kom aan de groepstafel zitten. 
-

Slide 5 - Tekstslide

3. Mini-check
Leerlingen in het basis en intensief arrangement doen mee met de mini-check. 

Slide 6 - Tekstslide

4. Instructie

Slide 7 - Tekstslide

Montagegereedschap

Slide 8 - Tekstslide

Schroevendraaier



Platte schroevendraaier
Een schroevendraaien gebruik je om schroeven vast of los te draaien.
Deze schroevendraaier gebruik je bij een schroef met een sleufkop.

Slide 9 - Tekstslide

Kruiskop schroevendraaier

Torx schroevendraaier
Deze schroevendraaier gebruik je bij schroeven met een kruiskop.
Er zijn twee soorten kruiskopschroeven. PH en PZ.
HP: Philipskruiskop (simpel kruis)
PZ: Pozidriv kruiskop (met extra inkeping voor meer grip)

Deze schroevendraaier gebruik je in combinatie met torxschroeven. 

Slide 10 - Tekstslide

Inbussleutel

steeksleutel



De inbussleutel is er in verschillende maten en hebben een zeskantige vorm. Deze gebruik je om inbusbouten vast of los te draaien.
Vaak worden deze gebruikt in de machinebouw en bij bouwpakketten van meubels.

Een steeksleutel is aan een kant open zodat je deze makkelijk om een moer of bout kunt schuiven en dan kunt draaien. 

Slide 11 - Tekstslide

Ringsleutel

Dopsleutel en Ratelset



De Ringsleutel is rondom gesloten. Deze kan je gebruiken als er rondom de bout of moer voldoende ruimte is om rond te draaien. 
Met een dopsleutel heb je weinig ruimte rond om de moer nodig.
Een dopsleutel ziet eruit als een schroevendraaier. Op het uiteinde kun je de juiste maat dop monteren.
Met een ratel kan je blijven ronddraaien en hoef je niet steeds de dop van je moer af te halen en er weer terug op te zetten.

Slide 12 - Tekstslide

Bahco

Pijpsleutel



De bahco is als een steeksleutel aan een kant open. Je kunt de kop van de bahco instellen waardoor je verschillende maten bouten en moeren kunt losdraaien.  
De pijpsleutel bestaat uit een buis met een de uiteinde een zeskantige binnenkant. De zet je op de moer en kun je dan los of vast draaien. 

Slide 13 - Tekstslide

Horlogemakers schroevendraaier

Deze set schroevendraaiers gebruik je bij kleine schroefjes. Bijvoorbeeld bij horloge, speelgoed of een bril.

Slide 14 - Tekstslide

De schroeven

Slide 15 - Tekstslide

De schroeven
De maat van de schroeven staat op de verpakking van de schroeven. Het wordt aangeduid met lengte en de dikte (diameter)
De schroeven op de afbeelding rechts zijn 20 mm lang en hebben een diameter van 4 mm.
Ook zie je een afbeelding van de schroef en welke schroevendraaier of bitje je nodig hebt.

Slide 16 - Tekstslide

Welke schroef hoort bij welk materiaal?

Hout: De houtschroef kan je gebruiken zonder eerst voor te boren. Is het een dikke schroef of is de kans groot dat het hout gaat splijten dan moet je eerst voorboren. Het voorboren doe je met een boor die qua diameter net iets kleiner is als wat op de verpakking staat.
Muur: Als je een schroef in de muur wilt vastdraaien boor je eerst een gat. In het gat moet een plug en daar draai je de schroef in. De plug zet uit door de schroef waardoor deze goed vast komt te zitten in de muur. 


Metaal: Wil je metaal vastzetten dan boor je altijd eerst een gat. Bij metaal kan je kiezen uit een van de volgende verbindingen:

Slide 17 - Tekstslide

Schroefjes/boutjes en moeren
Als je metaal gaat verbinden met een boutje dan boor je eerste een gat, in de twee delen, iets groter (0,2 mm) dan de diameter van het boutje. Vervolgens kan je de twee delen verbinden doormiddel van een boutje met een moertje.




Zelftappers of parkers
Als je metaal gaat verbinden met een parker of zelftapper dan boor je eerst een gat in de twee delen die net iets smaller is kwa diameter. Vervolgens snijdt de parker of zelftapper zelf de schroefdraad in het gat.
Om de diameter van de boor te bepalen moet je de diameter van de parker weten.
De doorsnede van de boor is 0,8 x Ø parker.









Slide 18 - Tekstslide

Schroefjes/boutjes in tapgaten


Je tapt zelf schroefdraad in het materiaal.
Hiervoor moet je eerst een gat boren met een diameter dunner dan de schroef of bout. En tap je het gat zodat er schroefdraad in komt. Vervolgens kan je er een boutje in draaien.


Slide 19 - Tekstslide

Tangen

Slide 20 - Tekstslide

Kniptang
Buigtangen

Er zijn verschillende kniptangen op de afbeelding zie je een zijkniptang en kopkniptang. Je gebruikt de tang voor het knippen van hardere materialen. Zoals staaldraad.


Bij de zijkniptang zit het knipgedeelte aan de zijkant.
Bij de kopkniptang zit het knipgedeelte op de kop.

Rondbektang


Met een buigtang buig je dun materiaal zoals dun ijzer of zilver draad. 
Met de rondbektang kan je bochten buigen of ringetjes. 

Slide 21 - Tekstslide

Buigtangen
Buigtangen

Platbektang

Vaak wordt de figuurzaag in combinatie met een figuurzaag plakje gebruikt. Dit is een hulpstuk om je zaag tussen te bewegen

Telefoontang

Met de telefoon tang kan je knippen en buigen. Deze tang heeft vaak een kromme bek.

Slide 22 - Tekstslide

Combinatietang

Nijptang

De combinatie tang kan je gebruiken om de knippen, klemmen en buigen.
De nijptang wordt gebruik om spijkers uit het hout te halen.


Met de ronde kop rol je de spijkers uit het hout.

Slide 23 - Tekstslide

Striptang

Griptang

Deze tang wordt gebruikt om het isolatiedraad weg te halen rond de stroomdraad. 
De griptang gebruik je om materiaal tijdelijk krachtig vast te houden.
De tang heeft een getande bek met een ronde uitsparing. Je kunt hier platte maar ook ronde mee vast zouden.


Slide 24 - Tekstslide

Waterpomptang
Popnageltang

Bij de waterpomptang kan je de bek verstellen waardoor je grote en kleine diameters van materialen kunt vastklemmen.  
Met de popnageltang verbind je twee onderdelen van een product aan elkaar met popnagels. 


Slide 25 - Tekstslide

6. Zelfstandig werken
Je maakt zelfstandig de opdrachten van  lesbrief 3 hoofdstuk 5




Ben je klaar?
Maak je werk af. 
timer
1:00

Slide 26 - Tekstslide

7. Evaluatie 
Hoe ging de les?
Zijn er opdrachten waar je moeite mee had?
Heb je nog ergens vragen over? 


- kan je vragen beantwoorden over een tekst?

Slide 27 - Tekstslide

Evaluatie Check
Vandaag doen wij de evaluatie over de les mondeling.

Slide 28 - Tekstslide

Huiswerk & Toetsen
Huiswerk: 






Toetsen: 


Slide 29 - Tekstslide