3.2 Temperatuurverschillen op aarde

3.2 Temperatuurverschillen op aarde
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

3.2 Temperatuurverschillen op aarde

Slide 1 - Tekstslide

Planning

--> Temperatuur
--> Filmpje!
--> De stand van de zon
--> Aan de slag!

Leerdoelen

- Je kunt de invloed van land, zee en hoogteligging op het klimaat uitleggen.
- Je weet hoe de atmosfeer de temperatuur op aarde beïnvloed.
- Je begrijpt welke invloed de stand van de zon en de geografische breedte heeft op de temperatuur.

Slide 2 - Tekstslide

Temperatuur
  • De aarde is leefbaar (gelukkig maar!)

  • Dat komt door: de zon en de atmosfeer

= luchtlaag rondom de aarde, ook wel dampkring

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

De stand van de zon
De zon is in de middag het krachtigst. De zon staat in de middag op het hoogste punt aan de hemel. 

‘s Ochtends en vlak voor de
zonsondergang zie je de zon laag
staan en geeft zij minder warmte af.


Slide 5 - Tekstslide

De stand van de zon
De stand van de zon verschilt met de breedteligging 

Zonnestralen vallen op elke breedte onder een andere hoek in, dat is de
invalshoek van de zon

's nachts koelt het af!
= de hoek waaronder de zonnestralen het aardoppervlak raken

Slide 6 - Tekstslide

De stand van de zon verschilt met de breedteligging

Slide 7 - Tekstslide

Kortgolvige straling
Langgolvige  straling
De atmosfeer wordt indirect verwarmd door de zon 

VWO

Slide 8 - Tekstslide

Zonnestralen afkomstig van de zon gaan dwars door de atmosfeer > kortgolvige straling 

De verwarmde grond straalt vervolgens langgolvige straling uit. Niet te zien met het oog!

VWO

Slide 9 - Tekstslide

De temperatuur neemt af met hoogte, gemiddeld 6 graden per kilometer
De atmosfeer wordt van onderaf opgewarmd
De temperatuur neemt af met de hoogte, gemiddeld met zo'n 6 graden per kilometer
De invloed van hoogte

Slide 10 - Tekstslide

Invloed zee en land
Hoe kan het zand op een warme zomerdag heet is, terwijl de zee nog vrij koel is?


Slide 11 - Tekstslide

Verschil in opwarming van land en van zee
1. De zon verwarmt een dun laagje zand. Land warmt snel op, koelt snel af.
2. De zon verwarmt een dikke laag water. Water warmt langzaam op en koelt langzaam af.

Slide 12 - Tekstslide

Opwarming land en zee

Slide 13 - Tekstslide

Hoe zit het ook al weer met de opwarming van land en zee?

Slide 14 - Tekstslide

Afsluiting
Maak van par 3.2 opdr:

Slide 15 - Tekstslide

Afsluiting
1. Je kunt de invloed van land, zee en hoogteligging op het klimaat uitleggen.
2. Je weet hoe de atmosfeer de temperatuur op aarde beïnvloed.
3. Je begrijpt welke invloed de stand van de zon en de geografische breedte heeft op de temperatuur.

Slide 16 - Tekstslide

De stand van de zon zorgt voor de seizoenen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 17 - Quizvraag

Wat zorgt ervoor dat de aarde warm blijft en is een soort deken om de aarde?
A
Steenkool
B
De dampkring
C
Windmolens
D
De lucht

Slide 18 - Quizvraag

De zon legt een lange afstand af
De zon legt een korte afstand af
De zon lheeft schuine zonnestralen
De zon lheeft rechte zonnestralen

Slide 19 - Sleepvraag

Wat is de reden dat er seizoenen zijn op aarde?
A
Doordat de aarde draait om de zon
B
Door de schuine stand van de aarde om de zon
C
Doordat de aarde om zijn eigen as draait

Slide 20 - Quizvraag