H5 Migratie - Herhalingsles

H5 - migratie
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H5 - migratie

Slide 1 - Tekstslide

Elke groep heeft een andere reden om te migreren:
Arbeidsmigranten
Mensenrechtenvluchtelingen
Migratie door gezinshereniging
Sociale redenen
Economische redenen
Politieke redenen

Slide 2 - Sleepvraag

Welk van deze gevolgen is een sociaal-cultureel gevolg van migratie voor herkomstgebieden?
A
Een onevenwichtige bevolkingsopbouw
B
Geldzendingen
C
Braindrain
D
Afname werkeloosheid

Slide 3 - Quizvraag

Waar komt iemand met een westerse migratie-achtergrond vandaan? En iemand met een niet-westerse migratieachtergrond?

Slide 4 - Open vraag

Kettingmigratie is migratie dat het gevolg is van
A
contacten tussen het thuisland-/gebied en reeds gevestigde bewoners
B
het hebben van de juiste contacten om aan huisvesting te komen
C
het beschikken over de juiste informatie om te kunnen migreren
D
het uitwisselen van informatie tussen de overheid en migranten

Slide 5 - Quizvraag

Wat heeft migratie te maken met een multiculturele samenleving?
Tip: wat is migratie ook alweer?

Slide 6 - Open vraag

economische migratie
sociale migratie
fysische migratie
politieke migratie

Slide 7 - Sleepvraag

Hoeveel procent van alle migratie is binnenlandse migratie?
A
50%
B
63%
C
76%
D
80%

Slide 8 - Quizvraag

Sleep de juiste fases naar de juiste plek in het model. 
Men wil wel, maar kan niet
Men wil wel en kan ook
Men kan nog wel, maar wil niet meer
Beperkte migratie
Migratiepiek
Afnemende migratie en retourmigratie

Slide 9 - Sleepvraag

Wat is het verschil tussen binnenlandse migratie en buitenlandse migratie?

Slide 10 - Open vraag

Wanneer ben je een Nederlander met een migratie achtergrond (allochtoon)?
A
Als minimaal een van je ouders in een ander land geboren is.
B
Als je naar het buitenland verhuist bent, maar in Nederland geboren.
C
Als je in Nederland geboren bent
D
als je tijdens het migreren geboren bent

Slide 11 - Quizvraag

Als eenmaal gestarte migratie leidt tot meer migratie noemen wij dat:

Slide 12 - Open vraag

Tweede generatie allochtonen zijn in Nederland geboren
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Sam: 'Mijn vader is geboren in Duitsland, mijn moeder is geboren in Nederland.'
Sam is een...
A
Allochtoon
B
Autochtoon
C
Niet-westerse allochtoon
D
Geen van de antwoorden

Slide 14 - Quizvraag

Hieronder staan 3 begrippen.
Welk begrip hoort er niet bij en leg uit waarom

multiculturele samenleving - herkomstgebied - acculturatie

Slide 15 - Open vraag

Een vluchteling is iemand die
A
opzoek is naar een beter leven
B
zijn land heeft verlaten door geweld, oorlog
C
naar een ander land gaat voor werk
D
naar een ander land gaat om te trouwen

Slide 16 - Quizvraag

Wat houdt een integratiebeleid in en waarom is het verscherpt?

Slide 17 - Open vraag

Wat is een asielzoeker?
A
Een vluchteling die in het dierenasiel wil werken
B
Een vluchteling die in Nederland bescherming vraagt
C
Nederlands die zoeken naar een opvang voor hun huisdieren
D
Iemand die zijn land ontvlucht is omdat het er niet veilig is

Slide 18 - Quizvraag

Economisch voordeel van migratie
Economisch nadeel van migratie
Demografisch nadeel van migratie
cultureel gevolg van migratie
geldzendingen
onevenwichtige bevolkings-opbouw
braindrain
braingain
veranderende sociale stratificatie
versnelde modernisering

Slide 19 - Sleepvraag

 Migratie
Verhuizen naar Nederland
Verhuizen uit Nederland naar het buitenland
Mensen vertrekken naar een ander land of regio om daar te gaan wonen
Immigratie
Emigratie
Migratie

Slide 20 - Sleepvraag

arbeidsmigrant
vluchteling
migrant voormalige kolonie
gezinshereniging

Slide 21 - Sleepvraag

De ouders van Zara stammen af van gastarbeiders. Zara is een
A
Eerste generatie immigrant
B
Tweede generatie immigrant
C
Derde generatie immigrant
D
Allochtoon

Slide 22 - Quizvraag

Vluchtelingen
Arbeidsmigranten
Internationale studenten

Slide 23 - Sleepvraag

Wat zijn nadelen van geldzendingen voor herkomstgebieden
A
Er wordt weinig geproduceerd in eigen land
B
Geld wordt niet goed besteed
C
Afhankelijkheid van geldzendingen
D
Inkomensverschillen kunnen toenemen

Slide 24 - Quizvraag