In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Wat gaan we doen vandaag
Opfrissen persoonlijke voornaamwoorden
Theorie: bezittelijke voornaamwoorden
Slide 1 - Tekstslide
Test jezelf: personal pronouns
1. Wat zijn persoonlijke voornaamwoorden?
2. Hoe schrijf je 'ik' in het Engels?
3. Welk Engels persoonlijk voornaamwoord gebruiken we voor dieren en dingen?
4. Welk persoonlijk voornaamwoord gebruiken we voor jij, u en jullie?
5. Welke twee vormen voor 'zij' hebben we in het Engels?
Persoonlijke voornaamwoorden (personal pronouns) gebruik je om naar iets of iemand of iets te verwijzen.
Ik oftwel ‘I’ in het Engels wordt altijd met een hoofdletter geschreven, ook middenin een zin!
Als je over dieren of dingen spreekt, gebruik je 'it'.
In het Engels gebruiken we 'you' voor zowel jij, u als jullie.
Als het gaat over één persoon dan gebruiken we in het Engels 'she', gaat het over meerdere personen dan gebruiken we 'they'.
Slide 2 - Tekstslide
I
He
She
You
They
It
We
ik
jij
u
hij
zij (enkelvoud)
wij
zij (meervoud)
het
jullie
Slide 3 - Sleepvraag
Persoonlijke voornaamwoorden
Pnv. ond
pnv. niet ond
I
ik
me
mij
You
jij
you
jou
He
hij
him
hem
She
zij
her
haar
It
het
it
het
We
wij
us
ons
You
jullie
you
jullie
They
zij
them
hen
Slide 4 - Tekstslide
Persoonlijke voornaamwoorden
Slide 5 - Tekstslide
Persoonlijke voornaamwoorden
Slide 6 - Tekstslide
Persoonlijke voornaamwoorden
Slide 7 - Tekstslide
Persoonlijke voornaamwoorden zijn in het Engels..
A
I, you, he/she/it, we, they, you
B
My, mine, yours, theirs
C
What, who, where, when, why
Slide 8 - Quizvraag
Wat is het Engelse persoonlijke voornaamwoord voor 'wij'?
A
us
B
we
C
you
D
them
Slide 9 - Quizvraag
"Vertaal" naar een persoonlijk voornaamwoord: dog
A
he
B
it
C
you
D
I
Slide 10 - Quizvraag
'verander' naar een persoonlijk voornaamwoord: Peter
A
you
B
we
C
it
D
he
Slide 11 - Quizvraag
persoonlijk voornaamwoorden verwijzen naar:
A
personen, namen, dieren
B
dieren, namen, woorden
C
Woorden, dingen, personen
D
mensen, dieren of dingen
Slide 12 - Quizvraag
Possessive pronouns
Als je wilt uitdrukken dat iets van jou (of van iemand anders) is, gebruiken we bezittelijke voornaamwoorden, zoals jouw, mijn, zijn, gevolgd door datgene wat jij of iemand anders bezit.
Voorbeelden:
my house
his dog
Bezittelijke voornaamwoorden
Slide 13 - Tekstslide
bezittelijk voornaamwoord: zijn
A
his
B
your
C
its
D
my
Slide 14 - Quizvraag
Bezittelijke voornaamwoorden
That is ............book .
A
my
B
mine
Slide 15 - Quizvraag
Wat zijn bezittelijke voornaamwoorden?
A
my, your, us
B
he, his, hers
C
their, our, mine
D
its, me, our
Slide 16 - Quizvraag
Je gebruikt bezittelijke voornaamwoorden....
A
om te zeggen waar ik naartoe ga
B
om aan te geven van wie iets is
Slide 17 - Quizvraag
Wat is het Engelse bezittelijke voornaamwoord voor 'mijn'
A
my
B
her
C
our
D
their
Slide 18 - Quizvraag
bezittelijk voornaamwoord: jouw
A
my
B
her
C
your
D
their
Slide 19 - Quizvraag
Bezittelijke voornaamwoorden
This is ... pen.
A
his
B
his
C
of his
Slide 20 - Quizvraag
Bezittelijk voornaamwoord: ons / onze
A
us
B
we
C
our
D
hour
Slide 21 - Quizvraag
Wat is geen bezittelijk voornaamwoord?
A
you
B
my
C
his
D
our
Slide 22 - Quizvraag
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in: She is going to wash ............. hands.
Slide 23 - Open vraag
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in: They live with ............ parents.
Slide 24 - Open vraag
Vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in: I saw Steve with .......... wife, Laura.
Slide 25 - Open vraag
Ik begrijp wanneer ik persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden gebruik in het Engels
😒🙁😐🙂😃
Slide 26 - Poll
Ik weet welke verschillende persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden er zijn in het Engels