5.2 Transport van warmte

5.2 Transport van warmte
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

5.2 Transport van warmte

Slide 1 - Tekstslide

Warmtetransport
We vergelijken:
Geleiding met Doorgeven
Stroming met Meenemen
Straling met Gooien en Vangen


Slide 2 - Tekstslide

Warmtetransport

Geleiding vereist een vaste stof
Stroming vereist een gas of vloeistof
Straling vereist geen stof

Geleiding is ook mogelijk door een vloeistof maar is dan vaak kleiner dan het warmtetransport door stroming, en geleiding door een gas is vaak verwaarloosbaar.


Slide 3 - Tekstslide

Goede warmtegeleiding vereist

(meerdere antwoorden mogelijk)
A
vaste stof
B
vloeistof
C
gas
D
geen stof

Slide 4 - Quizvraag

Warmtestroming vereist

(meerdere antwoorden mogelijk)
A
vaste stof
B
vloeistof
C
gas
D
geen stof

Slide 5 - Quizvraag

Warmtestraling vereist

(meerdere antwoorden mogelijk)
A
vaste stof
B
vloeistof
C
gas
D
geen stof

Slide 6 - Quizvraag

In het water is er warmtetransport door
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling
D
Geen

Slide 7 - Quizvraag

In het glas is er warmtetransport door
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling
D
Geen

Slide 8 - Quizvraag

In de lucht is er warmtetransport door
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling
D
Geen

Slide 9 - Quizvraag

Leg uit waarom je onder een dekbed warm blijft.
timer
1:00

Slide 10 - Open vraag

Welke soort transport wordt door de compartimenten tegen gegaan?
timer
0:30

Slide 11 - Open vraag

De thermoskan

Slide 12 - Tekstslide

Het zilverkleurige glas is tegen
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling
D
Geen

Slide 13 - Quizvraag

De vacuum ruimte is tegen
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling
D
Geen

Slide 14 - Quizvraag

De rubber ring onder de dop is tegen
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling
D
Geen

Slide 15 - Quizvraag

Kan je een thermoskan ook gebruiken om iets koud te houden?
A
Ja, dat werkt op dezelfde manier
B
Ja, maar niet onder de 0 graden Celsius
C
Ja, maar dat werkt niet zo goed
D
Nee

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide

Debiet
Debiet (Q) is de hoeveelheid vloeistof/gas die door een leiding stroomt per seconde.

Let op! Het symbool voor warmte en debiet is hetzelfde, maar het betekent totaal iets anders!






Slide 18 - Tekstslide

Debiet
A=πr2
A=41πd2

Slide 19 - Tekstslide

Warmtestroom
Hoeveelheid warmte die per seconde ergens door heen stroomt.

Slide 20 - Tekstslide

Voorbeeldsom
Door de leiding in een ketel stroomt 500 L water per uur.
Toon aan dat het debiet gelijk is aan                 m³/s.
1,39104

Slide 21 - Tekstslide

Voorbeeldsom
Het warme water geeft 11 MJ per uur af aan de radiator
Bereken de gemiddelde warmtestroom (P) uitgedrukt in W.

Slide 22 - Tekstslide

Voorbeeldsom
Bereken hoeveel m³ (Gronings) aardgas hiervoor minimaal per uur verbrand moet worden.

Slide 23 - Tekstslide

Voorbeeldsom
De binnendiameter van de buis is 22 mm.
Bereken de snelheid van het water in de buis.

Slide 24 - Tekstslide