iZone Bridge woensdag 3 februari 2021

Bridge voor beginners
Wat is bridge?
Wat heb je nodig?

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
LOBMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Bridge voor beginners
Wat is bridge?
Wat heb je nodig?

Slide 1 - Tekstslide

Het winnen van een slag:
West komt uit.
Wijzers vd klok.
Wie wint de slag?

Slide 2 - Tekstslide

Bekennen moet, aftroeven mag
Je moet bekennen= je moet een kaart bijspelen van dezelfde kleur.

→Heb je niet meer een kaart van dezelfde kleur, dan moet je een kaart van een andere kleur bijspelen.

Slide 3 - Tekstslide

Aftroeven:
Bepaalde kleur heeft voorrang→ die kleur heet dan troef!
Harten is troef in dit geval.




Dit voorbeeld → aftroeven

Slide 4 - Tekstslide

Aftroeven:
Wanneer een speler niet kan bekennen, mag deze kiezen voor een willekeurige kleur, maar de speler mag ook een troefkaart bijspelen.

Slide 5 - Tekstslide

Overtroeven

Slide 6 - Tekstslide

Overtroeven:
Wanneer je niet kan kennen en kiest om een troefkaart bij te spelen, kan een volgende speler (wanneer deze ook niet kan bekennen) een troefkaart met een hogere waarde bijspelen en daarmee de slag winnen.

Overtroeven is niet verplicht.

Slide 7 - Tekstslide

Troef spelen:
  • een bepaalde kleur heeft voorrang
  • deze kleur heet dan troef
  • de troef kleur wint dan van de andere 3 kleuren

Slide 8 - Tekstslide

Sans atout:
  • zonder troef spelen
  • bij sans atout → belangrijk dat je samen met je partner heel veel kaarten in een kleur hebt.

Slide 9 - Tekstslide

Kaartwaardering:
Aas        = 4 punten
Heer      = 3 punten
Vrouw   = 2 punten
Boer      =  1 punt

Hoeveel punten zitten er in totaal in een spel?

Slide 10 - Tekstslide

Hoeveel punten heb je in je hand?

Slide 11 - Tekstslide

Goede of slechte hand?

Slide 12 - Tekstslide

Goede of slechte hand?

Slide 13 - Tekstslide

Vraag 1:

Slide 14 - Tekstslide

Sans atout (zonder troef): West speelt een kaart voor. Wie wind deze slag?
Vraag 2 a:
Vraag 2 b:

Slide 15 - Tekstslide

Vraag 3

Slide 16 - Tekstslide

Je wilt als zuid zo veel mogelijk slagen maken. 
Met welke kaart begin je?
Vraag 4 a: 
Vraag 4 b:

Slide 17 - Tekstslide

West begint: Hoe kun je als zuid 2 slagen maken?
Vraag 5 a: → V♣
Vraag 5 b: → ♥9

Slide 18 - Tekstslide

Wat is het puntenaantal van de volgende handen?
Vraag 6 a:
Vraag 6 b:

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Mini bridge
  1. eerst schudden
  2. geven van de kaarten
  3. je hand sorteren
  4. dan tellen van de punten

Slide 22 - Tekstslide

Hoeveel punten heb je?
  1. de gever begint met hardop zeggen van zijn/haar punten
  2. daarna de speler links van hem/haar
  3. met de wijzers van de klok

Slide 23 - Tekstslide

Wie gaat spelen?
de spelende partij is het paar met de meest punten
tegenspelers dus het paar met de minste punten
beide partijen evenveel punten? → de gever+partner de spelende partij.

Slide 24 - Tekstslide

Gesloten uitkomen:
→uitkomen betekent dat je de 1e kaart wilt gaan spelen.

Wat is gesloten uitkomen en waarom?

  1. je houd je kaart op de kop (niemand kan zien wat er op de kaart staat) ►dit om te voorkomen dat de verkeerde speler begint met het spel (uitkomen)
  2. wanneer alle spelers bevestigen dat de speler mag uitkomen (beginnen), draait de speler de kaart om

Gesloten uitkomen = een beschermingsmaatregel.

Slide 25 - Tekstslide

Spelende partij:
  • Speler met de hoogste punten → leider (declarer) van het spel.
  • Zijn/haar partner → dummy.
  • Dummy mag niets uit zichzelf doen, of zeggen!!! → niet actief.
  • Dummy doet dus alleen wat de leider zegt!!

Slide 26 - Tekstslide

Bladzijde 19
foto

Slide 27 - Tekstslide