Persoonlijke voornaamwoorden

De school gaat om 8 uur open.
A
Ze gaat om 8 uur open.
B
Het gaat om 8 uur open.
C
Hij gaat om 8 uur open.
1 / 10
volgende
Slide 1: Quizvraag
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

De school gaat om 8 uur open.
A
Ze gaat om 8 uur open.
B
Het gaat om 8 uur open.
C
Hij gaat om 8 uur open.

Slide 1 - Quizvraag

Het huis is groot.
A
Hij is groot.
B
Het is groot.
C
Ze is groot.

Slide 2 - Quizvraag

De appels zijn in de aanbieding.
A
Hij is in de aanbieding.
B
Het zijn in de aanbieding.
C
Ze zijn in de aanbieding.

Slide 3 - Quizvraag

De auto is in de garage.
A
Het is in de garage.
B
Ze is in de garage.
C
Hij is in de garage.

Slide 4 - Quizvraag

Praten over dingen
de-woorden (de auto, de winkel) = hij
het-woorden (het huis, het boek) = het
meervoud (de appels, de schoenen) = ze

Slide 5 - Tekstslide

Ali snapt de opdracht niet.
Ahmed helpt ....
A
hij
B
hem
C
mij
D
haar

Slide 6 - Quizvraag

Soraya vertelt wat Hassan moet doen.
Hassan luistert goed naar...
A
hem
B
zij
C
mij
D
haar

Slide 7 - Quizvraag

Soraya ziet twee vriendinnen.
Soraya groet ....
A
zij
B
jullie
C
hen
D
haar

Slide 8 - Quizvraag

Soraya zegt tegen haar vriendinnen:
'Wat leuk om .... te zien!'
A
hen
B
jullie
C
zij
D
jou

Slide 9 - Quizvraag

Ik help Ali.      Ali helpt mij.
ik -mij      jij-jou      u-     hij-hem      zij-haar
wij - ons     jullie-jullie       zij - hen

Slide 10 - Tekstslide