Onregelmatige werkwoorden / Bijzondere werkwoorden
Naast de sterke en zwakke werkwoorden is er nog een kleine groep onregelmatige of bijzondere werkwoorden: hebben, kunnen, mogen, willen, zijn en zullen. Deze werkwoorden hebben ook (deels) afwijkende vormen in de tegenwoordige tijd (zoals ik ben, maar hij is, ik heb en hij heeft en ik wil, jij wilt, maar hij wil)
Ook de verleden tijd is niet altijd voorspelbaar (zoals hij wilde, zij was en jij mocht).