2mh_Kapitel 8 Aussehen - können, dürfen, müssen, wissen

Modalverben Kapitel 8
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Modalverben Kapitel 8

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoel
-Je kent de betekenis van de werkwoorden (können, dürfen, müssen, wissen) en kunt ze correct gebruiken.

Slide 2 - Tekstslide

Das Thema von Kapitel 8:
das Aussehen

= het uiterlijk

Slide 3 - Tekstslide

Grammatik 

Slide 4 - Tekstslide

Wiederholung
Wir wiederholen Grammatik  "regelmatige werkwoorden".
Was weißt du noch?

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Hoe verdeel je esttenten?
A
e-st-t-en-t-en
B
est-te-n-te-n
C
es-t-t-en-t-en
D
ik weet het niet

Slide 7 - Quizvraag

er (kaufen)
A
er kaufest
B
er kauft
C
er kaufet
D
er kauf

Slide 8 - Quizvraag

sie (enkelvoud) ...
A
kaufst
B
kaufet
C
kaufest
D
kauft

Slide 9 - Quizvraag


ich (kaufen)
A
kaufst
B
kaufen
C
kaufe
D
kauft

Slide 10 - Quizvraag

du (kaufen)
A
kaufet
B
kaufe
C
kaufen
D
kaufst

Slide 11 - Quizvraag

Vertaal 'jullie kopen'

kaufen (= kopen)
A
ihr kauft
B
sie kauft
C
er kauft
D
du kauft

Slide 12 - Quizvraag

Welke twee vervoegingsvormen hebben het hele werkwoord?
A
er/sie/es + wir
B
ich + wir
C
er/sie/es + ihr
D
wir + sie/Sie

Slide 13 - Quizvraag

Vertaal 'hij speelt'

spielen (= spelen)
A
er spielt
B
er spielst
C
du spielst
D
du spielt

Slide 14 - Quizvraag

Vertaal 'jij praat'

reden (= praat)
A
du redst
B
du redest
C
er redt
D
er redet

Slide 15 - Quizvraag

Dit was de herhaling van het regelmatige werkwoord, nu gaan we de hulpwerkwoorden vervoegen!

Slide 16 - Tekstslide

Kapitel 8: Grammatik
De hulpwerkwoorden:

können, dürfen, müssen, wissen



Slide 17 - Tekstslide

Betekenis van de hulpwerkwoorden

können, dürfen, müssen, wissen

Slide 18 - Tekstslide

können
dürfen
wissen

müssen
mogen
kunnen
weten
moeten (het kan niet anders)

Slide 19 - Sleepvraag

Regels - vervoegen hulpwerkwoorden



- klinkerwisseling enkelvoud (ich, du, er/sie/es)
- ich + er/sie/es wordt hetzelfde vervoegd, denk maar aan het Nederlands (ik kan, hij kan)
- meervoud (wir, ihr, sie/Sie) als regelmatige werkwoorden --> (FE)esttenten-regel

Slide 20 - Tekstslide

We starten met het hulpwerkwoord

können
Tip! Gebruik je overzicht als je er niet uitkomt.

Slide 21 - Tekstslide

können
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie (2)
können
könnt
kannst
kann
können
kann

Slide 22 - Sleepvraag

dürfen
ich
du
er/ sie/ es
wir
Ihr
sie/Sie (2)
dürfen
dürft
darfst
darf
dürfen
darf

Slide 23 - Sleepvraag

het werkwoord 'müssen'
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
musst
müssen
müsst
muss
muss
müssen

Slide 24 - Sleepvraag

ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
wissen
weißt
weiß
wisst
wissen
wissen
weiß

Slide 25 - Sleepvraag

Ich habe alles verstanden!
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll


Grammatica: Na deze les, 
wil ik...
de uitleg nog 1 keer horen
meer voorbeelden krijgen
meer oefeningen maken
de leerstof thuis nog even bekijken
overgaan naar nieuwe leerstof

Slide 27 - Poll

Ende
ENDE

Slide 28 - Tekstslide