In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
Welk beloningssysteem hoort er bij de omschrijving?
De werknemer krijgt een vast bedrag per periode
De werknemer krijgt een vast basisloon en daarbovenop een premie
Een extraatje dat een werknemer soms aan het eind van het jaar krijgt
De beloning van de werknemer is afhankelijk van zijn prestatie
Tijdloon
Premieloon
Gratificatie
Prestatieloon
Slide 14 - Sleepvraag
brutoloon is...
A
loon voor belastingaftrek en premies
B
loon na belanstingaftrek en premies
Slide 15 - Quizvraag
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Welke personeelskosten zijn er?
Slide 20 - Woordweb
Slide 21 - Tekstslide
Slide 22 - Tekstslide
Youssef exploiteert een kledingzaak in herenkleding. Hij heeft Mark als retailspecialist in dienst. Mark werkt per week 22 uur. Zijn brutoloon is € 12 per uur. De vakantietoeslag bedraagt 8% over het bruto jaarsalaris. Met kerst ontvangt hij een gratificatie van € 300. Het werkgeversaandeel in de premies van de sociale werknemersverzekeringen (swv), inclusief pensioenpremie, bedraagt 17,6%. Als reiskostenvergoeding krijgt Mark € 20 per maand.
Bereken de jaarlijkse loonkosten die Youssef heeft voor zijn medewerker Mark.