NK 3.5 + UL 3.6 gezond leven (2mavo)

Open je boek op blz. 192 - 193
Start meteen met nakijken van opdracht 1 + 2 + 3
1 = De huid houdt schadelijke stoffen en organismen tegen, bijvoorbeeld bacteriën. Als de huid kapot is, kunnen ziekteverwekkers gemakkelijk bij de cellen of in het bloed komen.

2a = Nee, want deze witte bloedcellen maken geen antistoffen. Ze maken alleen de  
           ziekteverwekkers dood.

2b = Doordat het een tijdje duurt voordat de witte bloedcellen voldoende antistof hebben gemaakt.

3a = R        3b = P       3c = In tekening 1. De antistoffen zitten nog niet vast aan de ziekteverwekker.
timer
5:00
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Open je boek op blz. 192 - 193
Start meteen met nakijken van opdracht 1 + 2 + 3
1 = De huid houdt schadelijke stoffen en organismen tegen, bijvoorbeeld bacteriën. Als de huid kapot is, kunnen ziekteverwekkers gemakkelijk bij de cellen of in het bloed komen.

2a = Nee, want deze witte bloedcellen maken geen antistoffen. Ze maken alleen de  
           ziekteverwekkers dood.

2b = Doordat het een tijdje duurt voordat de witte bloedcellen voldoende antistof hebben gemaakt.

3a = R        3b = P       3c = In tekening 1. De antistoffen zitten nog niet vast aan de ziekteverwekker.
timer
5:00

Slide 1 - Tekstslide

4a = Bij een allergie ben je overgevoelig voor bepaalde stoffen.
4b = hooikoorts
5  = Het lichaam houdt lichaamsvreemde stoffen tegen met:
• de huid
• de slijmvliezen in de luchtwegen
• zoutzuur in maagsap
Een infectie betekent dat ziekteverwekkers het lichaam binnendringen.
Witte bloedcellen bestrijden infecties door:
• ziekteverwekkers op te nemen en kapot te maken
• antistoffen te maken tegen de ziekteverwekker
De werking van antistoffen: de antistoffen plakken vast aan de ziekteverwekker. Daardoor wordt de ziekteverwekker onschadelijk. Voor verschillende ziekteverwekkers zijn verschillende antistoffen nodig.
Immuun betekent dat je niet ziek wordt van een ziekteverwekker, doordat de witte bloedcellen snel veel antistof kunnen maken.
Een allergie is overgevoeligheid voor een stof (geen ziekteverwekker).

Slide 2 - Tekstslide

6a = slijmvliezen
6b = Door de dikkere slijmlaag verloopt de gaswisseling langzamer.
6c = Door hoesten gaat het slijm met de bacteriën naar de keelholte. Het slijm wordt 
         daar ingeslikt en komt in de maag.

7a = Door de splinter ontstaat er een opening in de huid waardoor bacteriën kunnen  
         binnendringen. Die bacteriën veroorzaken een infectie.
7b = Bacteriën kunnen je lichaam niet binnendringen. De huid en het bloedstolsel  
         houden de bacteriën tegen.
7c = De ontsteking bevat veel bacteriën. Witte bloedcellen bestrijden de bacteriën  
        door ze in te sluiten. Daarbij gaan de witte bloedcellen zelf ook dood. Pus bestaat          uit gedode bacteriën en dode witte bloedcellen.

8 • Bij wie heeft het lichaam de meeste tijd nodig om antistof te maken? Ilse
   • Bij wie zullen na een week de meeste ziekteverwekkers voorkomen? Ilse
   • Wie is immuun voor waterpokken? Danique
 

Slide 3 - Tekstslide


  1. opdrachten 3.5 zelf aankijken (+HW-controle)
  2. leerdoelen + uitleg 3.6 doornemen 
  3. + daarvan opdrachten online maken 
  4. demonstratie hart (dier)

Slide 4 - Tekstslide

 3.6 - Gezond leven

Slide 5 - Tekstslide

Leerdoel 3.6 = 
Ik kan aangeven hoe je je hart en 
bloedvaten gezond 
kunt houden. 

Slide 6 - Tekstslide

Een gezond leven

Slide 7 - Tekstslide

bloeddruk
lage bloeddruk:
  • meestal geen probleem: 
  • soms wat duizelig of hoofdpijn

hoge bloeddruk:
  • vaak wel een probleem: 
  • kan wanden van slagaders beschadigen.

Oorzaken van te hoge bloeddruk zijn onder ander stress, roken, overgewicht en zout eten.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

slagaderverkalking

Slide 10 - Tekstslide

Slagaderverkalking
Slagaderverkalking; het bloedvat wordt nauwer en minder elastisch. 

Te hoog cholesterol kan slagaderverkalking veroorzaken.

De kans wordt kleiner als je niet rookt, gezond eet en regelmatig beweegt. 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Hartinfarct 
Hartinfarct; Verstopping van kransslagader.
Kransslagader is verkalkt 
(en een bloedstolsel kan de slagader afsluiten).  
Hierdoor krijgt een deel van het hart geen bloed meer...... .

Slide 13 - Tekstslide

Hartinfarct (kransslagader is verstopt):

Slide 14 - Tekstslide

hartinfarct... 
1
2
3

Slide 15 - Tekstslide

Stress en spanning
Stress en spanning vergroten de kans op hoge bloeddruk en op hart- en vaatziekten.
Stress
  • Gespannen kaken en gezicht
  • Snelle/hoge ademhaling
  • Druk op de borst
  • Snel boos, gefrustreerd of bang
-> Probeer daarom stress te voorkomen

Slide 16 - Tekstslide

Een gezonde levensstijl:
1 - niet roken
2 - drink geen alcohol, na je 18de niet         meer dan 1 glas per dag.
3 - eet gezond en gevarieerd
4 - beweeg regelmatig 
      (minimaal 30 min. per dag)
5 - voorkom stress en zorg voor                   voldoende ontspanning

Slide 17 - Tekstslide

Maak nu in de les online:



van 3.6 - opdrachten 1 t/m 8  

 
Heb je de les gemist (LINA + DIYAE);
 bekijk onderstaand filmpje voordat je aan je HW begint en/of komt naar een I-uur:
https://www.youtube.com/watch?v=UAbERi9V0_c&list=PLr1tx9agautHvb7prH9yuyw_W9DirB76I&index=6
demonstratiepracticum hart (dier)
Als je wilt zien hoe deze onderdelen eruit zien:
- kransslagader
- aorta
- boezems
- kamers (en de dikte van de wanden)
- hartkleppen 
- halvemaanvormige kleppen
- etc.

Slide 18 - Tekstslide

M2A;  10 april = 

  • Proefwerk;
leer van thema 3, basisstof 3.1 t/m 3.6  

  • Neem ook je boek 2B mee naar de toetsles!
  • Inleveren PO in de les + in classroom

Slide 19 - Tekstslide

3.5 Het immuumsysteem

Slide 20 - Tekstslide

Doelen
8 Je kunt beschrijven hoe antistoffen bescherming bieden tegen infecties.
9 Je kunt beschrijven op welke manieren immuniteit kan ontstaan.
10 Je kunt omschrijven wat er aan de hand is bij een allergie.

Slide 21 - Tekstslide

Lichaamsvreemde stoffen
stoffen die niet in je lichaam thuishoren en waarvan je ziek kunt worden

Zoals: bacteriën, schimmels, virussen en parasieten

Slide 22 - Tekstslide

Antigenen

eiwitten op de buitenkant van een cel of van een virus

Slide 23 - Tekstslide

Antistoffen
stoffen die ziekteverwekkers onschadelijk maken

Slide 24 - Tekstslide

Witte bloedcel

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Video

Vorming antistoffen

Slide 27 - Tekstslide

Immuum
niet ziek worden, omdat witte bloedcellen meteen een antistof kunnen maken

Slide 28 - Tekstslide

Hoeveelheid antistof

Slide 29 - Tekstslide

Natuurlijke immuniteit
Iemand is ziek geweest

Slide 30 - Tekstslide

Kunstmatige immuniteit
immuniteit die ontstaat door vaccinatie

Slide 31 - Tekstslide

Vaccinatie programma NL

Slide 32 - Tekstslide

Allergie
overgevoeligheid voor bepaalde stoffen

Slide 33 - Tekstslide

allergische reactie
reactie van het afweersysteem op de stof waar je overgevoelig voor bent

Slide 34 - Tekstslide

anafylactische reactie
ernstige allergische reactie die kan ontstaan wanneer het lichaam vaker in contact komt met de stof waar diegene allergisch voor is

Slide 35 - Tekstslide

Antistof en Antigen. Wat is waar?
A
Antistoffen zitten aan de buitenkant van cellen
B
Een antistof past op een antigen.

Slide 36 - Quizvraag

Een infectie is ...
A
Een ziekteverwekker
B
Een antigen
C
Een bacterie
D
Een bacterie die je lichaam is binnen gekomen

Slide 37 - Quizvraag

Heeft iemand van jullie een allergie?
A
Ja, ik heb een allergie
B
Nee, ik heb geen allergie

Slide 38 - Quizvraag