Basiszorg: palliatieve terminale zorg en bevorderen van welzijn en comfort

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de terminale fase?

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mantelzorger 
Ook krijgt de mantelzorger te maken met de confrontatie dat de cliënt gaat overlijden, met beslissingen die genomen moeten worden rondom het levenseinde, het afscheid nemen en gevoelens, zoals angst, verdriet en onzekerheid die daarbij horen.​

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verandering en behoeften
Palliatieve zorg is complex, omdat er sprake is van verandering en behoeften op lichamelijke, psychologische, sociale en spirituele dimensies.
De manier waarop je ‘zorgt’ bij deze cliënten is belangrijk. De beleving van je cliënt kan existentiële aspecten hebben, omdat het levenseinde in zicht is.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is palliatief sederen?

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan je iemand herkennen in de stervensfase?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

bloedingen 
lijkvlekken 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

herkenning van terminale fase  
  • Stijve pupillen; de oogpupillen, die normaal gesproken kleiner worden als reactie op licht, reageren niet meer.
  • Oogleden niet meer kunnen sluiten. Het hoornvlies kan daardoor uitdrogen. Kunsttranen of een oogzalf kunnen enige verlichting geven.
  • Grommende stembanden, ook wel reutelen genoemd. Dit komt door slijm in de mond, keel en longen.
  • Bloeding in de slokdarm of maag, soms te herkennen aan het ophoesten van bloed.
  • Verminderde reactie op verbale prikkels, zoals aanspreken.
  • Kwijlen uit de mondhoeken.
  • Strekken van de nek.
  • Verminderde reactie op visuele prikkels, zoals een hand voor de ogen zwaaien.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij terminale zorg is er een levensverwachting van 3 maanden of minder
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

tips tijdens het waken
  • Praat, praat en praat! ...​
  •  Professionele emotionaliteit. ...​
  •  Zet (als het kan) je telefoon op stil of geef       je pieper af wanneer je in gesprek bent met de     patiënt en naasten. ...​
  •  Vraag of advies gewenst is voordat je het geeft. ...​
  •  Rust en continuïteit.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meneer A. zal niet meer genezen van zijn ziekte, de zorg richt zich op het wegnemen van zijn pijn.
Welke soort zorg krijgt hij?
A
Palliatieve zorg
B
Terminale zorg

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Verklaring van overlijden.
Wanneer de zorgvrager overleden is, wordt het lichaam doorgaans door de behandelend arts geschouwd. De arts mag alleen een verklaring van overlijden afgeven als hij ervan overtuigd is dat de patiënt door een natuurlijke oorzaak is overleden. Bij twijfel moet hij de gemeentelijke lijkschouwer (schouwarts) inschakelen.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Na het overlijden
Na een overlijden moet er veel geregeld worden:

1. Akte van overlijden (A- en B-verklaring) 
  • Vóór de uitvaart, binnen 6 dagen na overlijden
  • Aangifte bij de gemeente (zelf of uitvaartondernemer)
  • Uittreksel van akte van overlijden = toestemming uitvaart


Slide 29 - Tekstslide

Akte van overlijden:
  • De datum en de plaats van overlijden
  • De naam en het adres van de overleden persoon
  • De geboorteplaats
  • Oorzaak overlijden
  • Gegevens van de persoon die het overlijden heeft aangegeven
  • voor- en achternaam van persoon waarmee de overledene getrouwd was of een geregistreerd partnerschap had
Verschil tussen A- en B-verklaring
klik hier
Wat doe je als iemand overleden is?

Slide 30 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Jouw rol als verpleegkundige op dit moment.
- Je schouwt de overledene en geeft daarbij je condoleance aan de naasten. 
- Je belt de arts voor een overdacht en vraagt om te komen voor het schouwen. 
- Je bied de naasten koffie en thee  aan in een rustige ruimte.
- Bij een verwacht overlijden; Je bekijk de overledenen en legt de overledenen   (in overleg) op de rug, handen netjes bij elkaar op de buik.  - Netjes onder een deken/laken en evt het kussen verschonen. 
- Je ruimt de kamer op zodat het netjes oogt.  
- Je begeleid de naasten in de volgende stappen (contact begrafenisonderneming) 
- Je doet de deur op slot zodat er niemand zomaar naar binnen loopt en schrikt.  Je brengt familie hiervan op de hoogte en maakt afspraken. 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies