In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Zinnen beoordelen: Hoe goed ben jij?
Slide 1 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Leerdoel
Aan het einde van de les kun je zinnen beoordelen op juistheid en begrijpelijkheid.
Slide 2 - Tekstslide
Vertel de leerlingen wat ze aan het einde van de les zullen kunnen.
Wat weet je al over het beoordelen van zinnen?
Slide 3 - Woordweb
Deze slide heeft geen instructies
Wat zijn zinnen?
Zinnen zijn groepen woorden die samen een betekenisvolle boodschap vormen.
Slide 4 - Tekstslide
Leg kort uit wat zinnen zijn en dat ze betekenisvol moeten zijn.
Juiste en onjuiste zinnen
Juiste zinnen zijn grammaticaal correct en logisch. Onjuiste zinnen bevatten fouten of zijn moeilijk te begrijpen.
Slide 5 - Tekstslide
Beschrijf het verschil tussen juiste en onjuiste zinnen.
Grammaticale fouten
Grammaticale fouten zijn bijvoorbeeld verkeerde woordvolgorde, ontbrekende werkwoorden of onjuiste verbuigingen.
Slide 6 - Tekstslide
Geef voorbeelden van grammaticale fouten en bespreek waarom ze een zin onjuist maken.
Onbegrijpelijke zinnen
Onbegrijpelijke zinnen zijn bijvoorbeeld te lang, vaag of bevatten onbekende woorden.
Slide 7 - Tekstslide
Geef voorbeelden van onbegrijpelijke zinnen en leg uit waarom ze moeilijk te begrijpen zijn.
Oefening: Juist of onjuist?
De kat springt hoog in de lucht. (Juist/Onjuist)
Slide 8 - Tekstslide
Geef de leerlingen de oefening en laat ze individueel antwoorden.
Oefening: Begrijpelijk of onbegrijpelijk?
De abnormale kangoeroe struikelde over de aurora borealis. (Begrijpelijk/Onbegrijpelijk)
Slide 9 - Tekstslide
Geef de leerlingen de oefening en laat ze individueel antwoorden.
Bespreken van de oefeningen
Laten we de antwoorden bespreken. Wie had de kat-zin als juist? Wie had de kangoeroe-zin als onbegrijpelijk?
Slide 10 - Tekstslide
Bespreek de oefeningen met elkaar en geef uitleg waar nodig.
Belang van zinnen beoordelen
Het beoordelen van zinnen helpt ons om duidelijk te communiceren en begrepen te worden.
Slide 11 - Tekstslide
Leg uit waarom het belangrijk is om zinnen te beoordelen voordat we ze gebruiken.
Oefening: Verbeter de zin
De jongen loopt naar winkel. (Verbeter de zin)
Slide 12 - Tekstslide
Geef de leerlingen de oefening en laat ze individueel de zin verbeteren.
Oefening: Maak een begrijpelijke zin
Gebruik het woord 'bibliotheek' in een begrijpelijke zin.
Slide 13 - Tekstslide
Laat de leerlingen individueel een zin maken met het gegeven woord.
Bespreken van de oefeningen
Wie heeft de zin verbeterd? Wie heeft een begrijpelijke zin met 'bibliotheek' gemaakt?
Slide 14 - Tekstslide
Bespreek de oefeningen en geef feedback op de antwoorden van de leerlingen.
Samenvatting
Tijdens deze les hebben we geleerd hoe we zinnen kunnen beoordelen op juistheid en begrijpelijkheid.
Slide 15 - Tekstslide
Vat samen wat er tijdens de les is behandeld en herhaal het leerdoel.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Slide 16 - Open vraag
De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Slide 17 - Open vraag
De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.
Slide 18 - Open vraag
De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.