4.2 Verstedelijking -form

4.2 Verstedelijking
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

4.2 Verstedelijking

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een nadeel van het wonen in een stadskern?
A
Het is vaak druk en lawaaiig, en de huizen zijn duur.
B
Er is weinig sociale cohesie en gemeenschapszin.
C
Er is weinig cultuur en geschiedenis te vinden.
D
Er zijn weinig voorzieningen en faciliteiten in de buurt.

Slide 2 - Quizvraag

Wat is een voordeel van het wonen in een stadswijk?
A
Je hebt veel voorzieningen en faciliteiten in de buurt, zoals winkels en openbaar vervoer.
B
Je hebt meer ruimte en groen dan in een stadskern.
C
Je hebt meer privacy dan in een moderne woonwijk.
D
Je hebt meer rust en stilte dan in een landelijk gebied.

Slide 3 - Quizvraag

Wat is een 'stadswijk'?
A
Een woonwijk in een stad
B
Een industrieel gebied
C
Een landelijk gebied
D
Een historische wijk

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een stadskern?
A
Een moderne woonwijk
B
Een industrieel gebied
C
Een landelijk gebied
D
Het historische centrum van een stad

Slide 5 - Quizvraag

Welk type woningen vind je typisch in een buitenwijk?
A
Tiny houses op wielen
B
Vrijstaande huizen met een tuin
C
Appartementen in hoogbouw
D
Rijtjeshuizen zonder tuin

Slide 6 - Quizvraag

Wat betekent bevolkingsdichtheid?
A
Het totaal aantal inwoners in dat op een plek woont
B
Het gemiddeld aantal inwoners dat op een plek woont
C
Het gemiddeld aantal inwoners per vierkante kilometer
D
Het gemiddeld aantal inwoners per vierkante meter

Slide 7 - Quizvraag

Hoe bereken je de bevolkingsdichtheid?
A
Oppervlakte x Inwoneraantal
B
Inwoneraantal + Oppervlakte
C
Oppervlakte - Inwoneraantal
D
Inwoneraantal : Oppervlakte

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een ander woord voor verhuizen?
A
Migratie
B
Urbanisatie
C
Kolonisatie
D
Suburbanisatie

Slide 9 - Quizvraag

Hoe noem je de migratie van het platteland naar de stad?
A
Urbanisatie
B
Suburbanisatie

Slide 10 - Quizvraag

Hoe noem je de migratie van de stad terug naar het platteland?
A
Urbanisatie
B
Suburbanisatie

Slide 11 - Quizvraag

urbanisatie
infrastructuur
voorzieningen

Slide 12 - Sleepvraag

Opdracht: Sleep de uitleg naar het juiste begrip.
Push-factor
Pull-factor
Redenen om ergens weg te gaan. Ook wel afstotingsfactoren.
Redenen om ergens naartoe te verhuizen. Ook wel aantrekkingsfactoren.

Slide 13 - Sleepvraag

Bij welk begrip horen push- en pull-factoren het best?
A
Migratie
B
Urbanisatie
C
Suburbanisatie
D
Kolonisatie

Slide 14 - Quizvraag

Opdracht: Sleep de voorbeelden naar het juiste onderdeel.
Push-factoren
Pull-factoren
Veel werk
Armoede
Vrijheid
Oorlog
Overstromingen
Mooie omgeving
Hoge belastingen
Hoge inkomens

Slide 15 - Sleepvraag