In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 20 min
Onderdelen in deze les
3.4 Wereldhandel
Slide 1 - Tekstslide
Je begrijpt dat globalisering leidt tot de internationale arbeidsverdeling.
Je kent de voor- en nadelen van de internationale arbeidsverdeling.
Je kent de rol van multinationale ondernemingen bij het ontstaan van een arbeidsverdeling.
Slide 2 - Tekstslide
Het productieproces van een iPhone vindt over de hele wereld plaats. De processor komt uit ZuidKorea, de wifiontvanger uit Japan, het ontwerp uit California, maar de iPhone wordt gefabriceerd in China. Het is allemaal mogelijk dankzij de globalisering van de wereldhandel.
Slide 3 - Tekstslide
Wereldwijde specialisatie waarbij ieder land produceert waar het goed in is.
Het proces waarbij onder invloed van multinationals het economische zwaartepunt op de wereld verschuift van Europa en de VS naar Zuidoost-Azië.
De afname van de kosten per product wanneer een bedrijf meer en efficiënter produceert.
Het voordeel van een land waardoor het relatief, in vergelijking met andere landen, een product goedkoper kan produceren.
Maatregelen van een land die gericht zijn op het beschermen van de eigen handel en industrie door bijvoorbeeld hoge invoerrechten.
Een land sluit zich doelbewust af van de buitenwereld.
internationale arbeidsverdeling
global shift
schaalvoordeel
comparatief voordeel
protectionisme
isolationisme
Slide 4 - Sleepvraag
Slide 5 - Video
00:33
Wat betekent protectionisme?
Slide 6 - Open vraag
01:01
Welk begrip hoort bij de uitleg dat gebieden voor minder kosten een product goedkoper kunnen maken dan een ander gebied?
A
Vrijhandel
B
protectionisme
C
comperatief voordeel
D
relatieve afstand
Slide 7 - Quizvraag
01:12
Welke "afstand" hoort bij dat transport makkelijker en goedkoper werd in de vorige eeuw?
Slide 8 - Open vraag
02:49
Wat doet de " World Trade Organisation"(WTO)
Slide 9 - Open vraag
03:38
Voorbeelden van protectionisme
Slide 10 - Woordweb
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Video
Bij een handelsoorlog
A
proberen landen te voorkomen dat er veel goedkope import hun land binnenkomt, door het heffen van belasting op import
B
voeren landen oorlog met elkaar omdat ze het niet met elkaar eens zijn over de voorwaarden voor de handel
C
voeren landen oorlog met elkaar omdat ze boos zijn dat importgoederen niet aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen
D
zijn consumenten blij omdat importproducten steeds goedkoper worden
Slide 16 - Quizvraag
wie heeft het meeste last van de handelsoorlog?
A
China
B
VS
C
de bevolking van beide landen
D
de gehele wereld
Slide 17 - Quizvraag
Waarom is voor een multinational als Apple vrije handel (dus zonder importheffingen) belangrijk?
A
De producten van Apple moeten door de hele wereld, het is veel goedkoper voor een bedrijf als apple om geen import kosten te betalen. Dan zou dat bij elk land moeten
B
zo kunnen ze de telefoons duurder maken
C
Apple vervoert verschillenden onderdelen uit verschillende landen en door importheffing worden de onderdelen duurder
D
worden de producten ook goedkoper en gaan dus meer mensen hun producten kopen
Slide 18 - Quizvraag
Voor welk land kondigt Trump een flinke importheffing aan?
A
Rusland
B
China
C
Mexico
D
Israël
Slide 19 - Quizvraag
President Trump van de VS wil importheffingen op staal uit Europa. De EU reageert met een dreiging met heffingen op producten uit de VS.