week 13 - bezittelijk vnw.

Buenos días
¿Qué vamos a hacer?
  • corregir los deberes
  • bezittelijk vnw.
Miércoles, 26 de marzo
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Buenos días
¿Qué vamos a hacer?
  • corregir los deberes
  • bezittelijk vnw.
Miércoles, 26 de marzo

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Deberes
Huiswerk voor donderdag 3 april:
  • Leren woordjes blok 2
  • Leren bezittelijk vnw.
  • maken LE: 3.28, 3.29, 3.30
Morgen spullen meenemen voor waarneming!!!!


Do 10 april SO
(zie planner)

Slide 4 - Tekstslide

A corregir
LE: 3.24, 3.25, 3.26, 3.27

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Bezittelijk vnw.
Wat is een bezittelijk vnw in het Nederlands?
Een woord wat het bezit aangeeft: mijn, jouw, zijn, haar etc.
LEERDOEL: bezittelijk voornaamw.

Slide 7 - Tekstslide

Bezittelijk vnw.
mijn
jouw
zijn/haar/uw
ons/onze
jullie
hun/uw
mi
tu
su
nuestro
vuestro
su
mi
tu
su
nuestra
vuestra
su
mis
tus
sus
nuestros
vuestros
sus
mis
tus
sus
nuestras
vuestras
sus
enkelvoud
meervoud
mnl.
mnl.
vr.
vr.
LEERDOEL: bezittelijk voornaamw.
Welke verschillen zien jullie?

Slide 8 - Tekstslide

Bezittelijk vnw.
  • Het bezittelijk vnw. richt zich in het Spaans naar het bezit en niet naar de bezitter zoals in het Nederlands. 
  • Is het bezit meervoud, dan wordt het bezittelijk vnw. ook meervoud. Bij nuestro/vuestro heb je ook nog een vrouwelijke vorm --> nuestra/vuestra. 
  • Kijk naar het woord wat erachter staat. Is dat meervoud, dan wordt het bez. vnw. ook meervoud. Is het vrouwelijk dan verandert nuestro/vuestro in nuestra/vuestra
LEERDOEL: bezittelijk voornaamw.
Módulo pág. 20, 21, 

Slide 9 - Tekstslide

voorbeelden:
  • mi casa                         =   mijn huis
  • tus libros                      =   jouw boeken
  • nuestra profesora        =   onze lerares
  • sus amigos                   =   zijn/haar vrienden
LEERDOEL: bezittelijk voornaamw.
Módulo pág. 20, 21, 

Slide 10 - Tekstslide

Ahora vosotros.

Slide 11 - Tekstslide

Esta es _______ amiga.
A
mi
B
mis

Slide 12 - Quizvraag

¿Dónde están ________ libros?
A
tu
B
tus

Slide 13 - Quizvraag

__________ abuela es muy simpática.
A
nuestro
B
nuestra

Slide 14 - Quizvraag

__________ mochilas están en la clase.
A
vuestros
B
vuestras

Slide 15 - Quizvraag

___________ amigos están en casa.
A
su
B
sus

Slide 16 - Quizvraag

__________ alumnos están en casa.
A
nuestros
B
nuestras

Slide 17 - Quizvraag