Een uitkomst is Pareto-optimaal wanneer niemand zijn positie kan verbeteren zonder dat dit ten koste gaat van de ander.
In een marktmodel betekent dit dat de som van consumenten- en producentensuplus maximaal is.
Niemand kan zich nog verbeteren
Slide 26 - Tekstslide
Groen BBP
BBP - Kosten aan verbetering milieu + opbrengsten aan verbetering van het milieu
Kortom: het groene BBP houdt rekening met het milieu.
Slide 27 - Tekstslide
Lorenzcurve
Geeft de verdeling van inkomens weer in een land. Hoe dikker de 'buik', hoe schever de inkomensverdeling is. (En dus een hogere gini).
Slide 28 - Tekstslide
Percentielratio
Rijkste groep : armste groep
Dus hier: 50% : 4% = 12,5
Rijk verdient 12,5x zoveel als arm.
Slide 29 - Tekstslide
Nivelleren / Denivelleren
Nivellering: de buik wordt dunner. Het verschil tussen arm en rijk wordt kleiner. (Oorzaken: progressief stelsel belasting, heffingskorting, belastingvrije voet)
Denivellering: de buik wordt dikker. Verschillen groter. (Aftrekposten, degressief stelsel)
Slide 30 - Tekstslide
Gini-Coëfficiënt
Getal dat iets zegt over de inkomensverdeling
Hoe schever de verdeling, hoe groter de gini-coëfficiënt.
Gini ligt tussen 0 en 1: bij 0 verdient iedereen hetzelfde(diagonaal), 1 is volkomen ongelijk
Slide 31 - Tekstslide
Soorten inkomen
Primair inkomen is inkomen voor belasting
Secundair is inkomen wat je overhoudt na loonheffing en sociale premies.
Slide 32 - Tekstslide
Vermogensongelijkheid
Dit gaat over de ongelijkheid tussen de vermogens in een land. Dit is dus wat anders dan inkomen.
Je kijkt dus naar het vermogen wat mensen op een bepaald moment bezitten (bezittingen - schulden) en hoe groot de verschillen hiertussen zijn.
(Bezit = huis, aandelen, spaargeld ,...)
Slide 33 - Tekstslide
Slide 34 - Tekstslide
Slide 35 - Video
Herverdeling inkomen
Door belastingen wordt het inkomen 'herverdeeld'. Mensen krijgen bijv. een uitkering van de belasting van werkenden
Daardoor
- Als de belasting te hoog is: minder motivatie tot werken - Uitkering hoog: thuis zitten is ook prima
- scholing/ondernemen is niet nodig, minder motivatie om veel te verdienen
Meer prikkels tot migratie of belastingontduiking
Slide 36 - Tekstslide
Belasting
Gemiddeld tarief = Belasting : bruto inkomen x 100
Marginaal tarief: Het percentage wat je over iedere volgende euro betaalt.
Slide 37 - Tekstslide
Belastingwig
Verschil tussen nettoloon en de loonkosten van de werkgever.
De wig is dus de optelstom van belastingen en premies.
Niet verschil tussen bruto en netto!!
Slide 38 - Tekstslide
3 stelsels kennen
Vlaktaks = Iedereen betaalt hetzelfde % belasting. Ook wel proportioneel. Iedereen hetzelfde marginale tarief.
Progressief: hoe hoger het inkomen, hoe hoger het belasting %. Marginale tarief hoger naarmate je inkomen stijgt.
Degressief: hoe hoger je inkomen, hoe lager je belasting %
Slide 39 - Tekstslide
!!!Stappenplan netto inkomen!!!
Stap 1: Bereken het belastbaar inkomen -->
Bruto - aftrekposten
Stap 2: Reken het bedrag uit in de schijven
Stap 3: Verlaag het bedrag uit de schijven met de heffingskorting
Stap 4: Bruto inkomen - belasting = Netto inkomen
Slide 40 - Tekstslide
Som oefenen:
Bruto inkomen €100.000
Hypotheekrente €4000
Heffingskortingen: €3000
Bereken het gemiddelde belasting %
Slide 41 - Tekstslide
Heffingskorting
Bedrag wat je als korting van de belasting af mag halen. Is voor iedereen vaak een vast bedrag.
Korting van €5000 is voor mensen met een laag inkomen relatief veel meer dan mensen met een hoog inkomen = Nivellering
Slide 42 - Tekstslide
Aftrekposten
Aftrekposten in een hoge schijf scheelt iemand een hoger % belasting dan aftrekposten in een lagere schrijf.
Iemand met een laag inkomen heeft dus relatief minder voordeel van aftrekposten door een lager marginaal tarief