Week 31 - Formuleren

Week 31 - Formuleren
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Week 31 - Formuleren

Slide 1 - Tekstslide

Welkom th1a!
Ga lekker zitten en ga lezen in je leesboek. Pak ook een pen en je schrift.
 
Je laptop blijft nog in je tas. 
Je zit volgens de plattegrond.










maandag 30 september 2024
donderdag 3 april 2025

Slide 2 - Tekstslide

Lezen in je leesboek
Je leest 10 minuten in stilte.

Na afloop kun je een vraag krijgen over wat je gelezen hebt. 
timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Aan het einde van deze les:
  • kun je benoemen wat de stellende trap, de vergrotende trap en de overtreffende trap zijn.
  • kun je de trappen van vergelijking goed gebruiken in combinatie met als en dan;

woensdag 9 april s.o. - telt 1 x



Planning van deze les :
  • lezen in je leesboek -  10 min
  • Uitleg alle theorie Formuleren §4  Trappen van vergelijking
  • zelf opdrachten maken


Slide 4 - Tekstslide

Video: 030 beter als 020
Taalfout? 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

blikje 

Slide 7 - Tekstslide

§4 Trappen van vergelijking
Wat zijn de drie trappen van vergelijking?
  • De stellende trap - dik, lief.
  • De vergrotende trap - dikker, liever. Die eindigt op -er.
      Een woord dat op -r eindigt, krijgt -der : duurder
  • De overtreffende trap - dikst(e), liefst(e). Die eindigt op -st(e)
      Een woord dat al eindigt op -st of -sch krijgt het woord meest ervoor, anders is de uitspraak lastig: enthousiast- meest enthousiast, fantastisch - meest fantastisch

Slide 8 - Tekstslide

§4 Trappen van vergelijking
Let op: 
De woorden goed, graag, veel en weinig hebben een afwijkende vergrotende trap.
  • goed - beter - best
  • graag - liever - liefst
  • veel - meer - meest
  • weinig - minder - minst

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

§4 Trappen van vergelijking
Na de trappen van vergelijking: als of dan?
  • Mijn buurjongen is net zo groot als ik (als na stellende trap)
  • Een gorilla is veel sterker dan een mens (dan na een vergrotende trap)

Welk woord er na als of dan komt, hoor je als je de zin aanvult met de pv:
 - Femke is even oud als ik (ben).
- Ricardo kan sneller lopen dan ik (kan) met mijn zere knie.
- Hester vindt jou aardiger dan (ze) mij (vindt).


Slide 11 - Tekstslide

§4 Trappen van vergelijking
Hoeveel zinnen zijn er fout geformuleerd?
  • Jij bent beter in wiskunde als ik.
  • Je wordt beter als je veel oefent.
  • Mijn broertje is een paar levels verder bij zijn spel als jij.
  • Deze tulpen vind ik net zo mooi als die narcissen.
  • Tijdens het atletiektoernooi sprong Sietse verder dan Kees.
  • Mijn boek was leuker als jouw boek.

Slide 12 - Tekstslide

Zelf aan de slag
WAT?           Maak opdrachten 1  t/m 5  van §4 Trappen van vergelijking
HOE             op je laptop of in je boek: cursus 6 Formuleren, §4 /
                       blz. 224-225 in je boek                  
HULP?         Lees de theorie blz. 224 of online bij §4
TIJD              10 minuten. 
KLAAR?       Maak opdracht  6 van §4 en de mixopdrachten van cursus                                        Formuleren
           



timer
10:00

Slide 13 - Tekstslide

Evaluatie
  • je kunt de trappen van vergelijking goed gebruiken in combinatie met als en dan;
  • je kunt benoemen wat de stellende trap, de vergrotende trap en de overtreffende trap zijn.

Volgende les maandag 7 april:
  • Huiswerk: maak opdracht 1 t/m 5 van §4 Trappen van vergelijking af op je laptop of in je boek.
  • We herhalen alle paragrafen van cursus Formuleren en oefenen voor de toets

 

Slide 14 - Tekstslide