§4 Trappen van vergelijking
Na de trappen van vergelijking: als of dan?- Mijn buurjongen is net zo groot als ik (als na stellende trap)
- Een gorilla is veel sterker dan een mens (dan na een vergrotende trap)
Welk woord er na als of dan komt, hoor je als je de zin aanvult met de pv:
- Femke is even oud als ik (ben).
- Ricardo kan sneller lopen dan ik (kan) met mijn zere knie.
- Hester vindt jou aardiger dan (ze) mij (vindt).