Katheters/ blaasspoelen/ nefrostomiekatheter

Katheteriseren

Opfrissen anatomie
Doel en vormen katheteriseren
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Katheteriseren

Opfrissen anatomie
Doel en vormen katheteriseren

Slide 1 - Tekstslide

Wat hoort bij nummer 1 t/m 4 te staan?

Slide 2 - Tekstslide

De urineleider is de verbinding tussen..
A
rectum en blaas
B
urineleider en urinebuis
C
nieren en blaas
D
blaas en urinebuis

Slide 3 - Quizvraag

Een andere naam voor de urinebuis
A
Ureter
B
Urethra

Slide 4 - Quizvraag

Bij hoeveel ml gaat er een prikkel via het ruggenmerg naar de hersenen
A
200
B
300
C
400
D
500

Slide 5 - Quizvraag

Urine bestaat voor het grootste gedeelte uit..
A
Zouten
B
Afvalstoffen
C
Water
D
Lichaamsvreemde stoffen

Slide 6 - Quizvraag

Katheteriseren man en vrouw

Slide 7 - Tekstslide

Vrouw
Urinebuis 3-5 cm lang 
 Loopt recht naar beneden

Slide 8 - Tekstslide

Man



 20-25 cm lang
s-vormige bocht
vergrote prostaat kan de urinebuis vernauwen

Slide 9 - Tekstslide

Redenen om te katheteriseren

Slide 10 - Woordweb

Redenen om te katheteriseren
Retentie (obstructie/neurologisch)
Incontinentie 
Medicinaal
Voor een operatie
Urineproductie controleren

Slide 11 - Tekstslide

Complicaties bij inbrengen katheter

Slide 12 - Open vraag

complicatie bij inbrengen katheter

Bloeding
Weerstand
Urine loopt niet af
Beschadiging wand urethra
(niet zichtbaar)

Slide 13 - Tekstslide

Verblijfskatheter

Slide 14 - Tekstslide

Eenmalige katheter
Intermitterend (met tussenpozen)
4 á 6 keer per dag
Door de cliënt (minder gevoelig voor infecties)
Meer zelfredzaam

Slide 15 - Tekstslide

Katheters
enkel lumen: afloop urine
dubbel lumen: afloop urine en ballon
triple lumen: afloop urine, ballon en spoelen
Maatvoering: dikte katheter in Ch (Charriere) 
Lengte man 41-45 cm en vrouwenkatheters 25 cm

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Tiemann katheter
  • Stugge gebogen tip,  bij bijv.     prostaathypertrofie.       
  • In opdracht van huisarts of   uroloog inbrengen. 
  • Tip moet omhoog wijzen bij het       inbrengen.

Slide 18 - Tekstslide

Waarom een suprapubische katheter?

Slide 19 - Open vraag

Indicatie suprapubische katheter

  • acute retentie door obstructie
  • schrompelblaas (<200 ml)
  • dwarslaesie
  • blijvende incontinentie
  • bij langdurig verblijfskatheter

Slide 20 - Tekstslide

Voordelen suprapubische katheter

Slide 21 - Woordweb

Voordelen
  • minder kans op infectie
  • verwisselen is aangenamer
  • blaastraining makkelijker
  • sociaal beter functioneren
  • normaal seksueel functioneren
  • minder kans op fecale infectie (vrouw)
  • minder kans op prostatitis (man)

Slide 22 - Tekstslide

Moet je de suprapubische katheter draaien of dompelen?
A
Draaien wel, maar dompelen mag niet
B
Wekelijks draaien en dompelen.
C
Dagelijks dompelen
D
Helemaal niet draaien en dompelen

Slide 23 - Quizvraag

Verzorgen suprapubische katheter
  • Eerste week splitgaas
  • Inspectie fistel: rood, ontstekingsverschijnselen, wild vlees?
  • Zit de katheter nog goed vast?
  • Schoonmaken met water van binnen naar buiten
  • Katheter fixeren op buik of bovenbeen

Slide 24 - Tekstslide

Waarom moet een nieuwe suprapubische katheter binnen 4 uur opnieuw worden ingebracht?
A
Anders komen er bacteriën in de blaas
B
Om pijn tegen te gaan
C
Anders groeit de fistel dicht
D
Om retentie tegen te gaan

Slide 25 - Quizvraag

Blaasspoelen

- met spoelzakje
- met blaasspuit

Slide 26 - Tekstslide

Waarom blaasspoelen?

Slide 27 - Open vraag

Indicaties blaasspoelen
Om (eiwit)vlokken, gruis en/of stolsels te verwijderen
 Medicinale spoeling
Bij blaaskanker

Het is niet zinvol om zorgvragers met een katheter standaard te spoelen om urineweginfecties te voorkomen!

Slide 28 - Tekstslide

Wat is het verschil in spoelen katheter en spoelen blaas?

Slide 29 - Woordweb

KATHETER SPOELEN

Om de katheter doorgankelijk te houden en aanslag te voorkomen en/of verwijderen.

Spoelen gebeurt met een kleine hoeveelheid spoelvloeistof.
BLAASSPOELEN

Om medicatie in te brengen in de blaas of stolsels en bezinksel uit de blaas te verwijderen.

Spoelen gebeurt met een ruime hoeveelheid spoelvloeistof.
Spoelvloeistof moet een periode inwerken in de blaas. Dit kan per zorgvrager verschillen.

Slide 30 - Tekstslide

Het inbrengen van een katheter in de blaas is een voorbehouden handeling en het spoelen van de blaas is een risicovolle handeling.

A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 31 - Quizvraag

Actieve blaasspoeling

Bij een actieve spoeling wordt de vloeistof onder druk ingebracht in de blaas. De vloeistof wordt met enige kracht in de blaas gespoten. Deze handeling kun je meerdere keren herhalen.
Passieve blaasspoeling

Bij een passieve blaasspoeling wordt de vloeistof aangesloten op het kathetersysteem en opgehangen aan bijvoorbeeld een infuuspaal. De vloeistof loopt onder invloed van de zwaartekracht de blaas in

Slide 32 - Tekstslide

Aandachtspunten
  • Altijd blaasspoelen in opdracht van de arts.
  • Soort spoelvloeistof in opdracht van de arts.
  • Zorg ervoor dat de spoelvloeistof op lichaamstemperatuur is.
  • Werk aseptisch en volgens protocol.
  • Observeer de teruggelopen spoelvloeistof op kleur, samenstelling en hoeveelheid. 
  • De hoeveelheid die inloopt moet er ook weer uit.
  • Voel je weerstand, stop dan de blaasspoeling en waarschuw een arts.

Slide 33 - Tekstslide

Nefrostomie
katheter
- nefrodrain
- pigtaildrain

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video

indicaties nefrostomiekatheter

Slide 36 - Woordweb

Indicaties
nierstenen in de nier of de urineleider
een vernauwde urineleider (strictuur of stenose)
een tumor in de urineleider, de blaas of de prostaat
een abnormale verbinding tussen de urinebuis en het perineum (urinaire fistels)
vochtcollecties rondom de nier (abces of urinoom)

Slide 37 - Tekstslide

Mogelijke complicaties
Een infectie: de fistelopening en het nierbekken zijn gevoelig voor infecties door bacteriën die via de katheter binnen kunnen dringen. 

Een geïnfecteerde opening is rood, pijnlijk en bevat soms pus. Er kan ook sprake zijn van koorts, koude rillingen en hevige pijn in de flanken of rug.

 Waarschuw zo snel mogelijk een arts als je vermoedt dat een zorgvrager een infectie heeft.

Slide 38 - Tekstslide

Mogelijke complicaties
Lekkage: urine lekt langs de katheter als het slangetje niet goed open is. Dit kan komen door een knik in de slang of een verstopt lumen.  
Het verschuiven of uitglijden van de katheter: neem contact op met een arts als de katheter verschuift of uitglijdt. Je mag een verschoven katheter niet terugduwen of verder uittrekken. Maak hem in plaats daarvan stevig op de huid vast. Ga in overleg met de verantwoordelijke arts (voor evt. een nieuwe)
De drain raakt verstopt: kan gebeuren door steengruis of bloedstolsels.

Slide 39 - Tekstslide

Verzorgen nefrostomiekatheter
  • Volg altijd het protocol van het ziekenhuis.
  • Ga na hoe de nefrostomiekatheter is gefixeerd.
  • Meet lengte katheter buiten het lichaam zodra cliënt in zorg komt, noteer lengte in dossier.
  • Werk steriel omdat de katheter rechtstreeks in verbinding staat met de nier. 
  • Verzorg een geïrriteerde fistelgang of fistelgang met pus dagelijks.
  • Zorg dat de katheter niet verschuift wanneer je de fixatiepleister verwisselt.
  • Plak de insteekopening met folie af als de cliënt onder de douche gaat. 
  • Korstjes rond de insteek voorzichtig verwijderen. Het kan wondjes veroorzaken die kunnen infecteren.

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Aandachtspunten
 
Vervang de urineopvangzak volgens protocol.
Geen kocher gebruiken ivm beschadigen nefrostomiekatheter. 
De opvangzak en de slang van de zak lager hangen dan de nier.
Om nierstuwing te voorkomen is het zeer belangrijk dat de urine ongehinderd kan aflopen.

Slide 42 - Tekstslide

Spoelen nefrostomiekatheter
Om verstopping op te heffen of te voorkomen, kun je de nefrostomiekatheter spoelen met  NaCl 0,9%. Doe dit alleen in opdracht van de arts.

Je hoeft niet te spoelen zolang er urine geproduceerd wordt. Zodra er geen urine meer geproduceerd wordt, moet je nagaan of de katheter verstopt is, of bijv. ergens geknikt is. 

Door te spoelen kun je controleren of katheter verstopt is of spoelen als er bloed bij de urine zit of als de zorgvrager blijvende pijn in zijn flank heeft.

Slide 43 - Tekstslide