3.2 Democratie in Nederland

H3 Burgers en stoommachines
3.2 Democratie in Nederland 
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H3 Burgers en stoommachines
3.2 Democratie in Nederland 

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Leerdoelen
  • Herhaling
  • Nieuwe uitleg
  • Zelf aan de slag
  • Huiswerk + PO deadline

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Je kunt uitleggen:

  • hoe Nederland vanaf 1815 werd bestuurd
  • wat veranderde door de grondwet van 1848
  • hoe het kiesrecht werd uitgebreid

Slide 3 - Tekstslide

Constitutionele monarchie
Nederland was een constitutionele monarchie
De grondwet regelde het bestuur zo:



De koning had alle macht!
Koning
Staatshoofd
De hoogste persoon in de staat
Regeringsleider
Regering = koning + alle ministers
Kiest politici
Kiest ministers en parlement
Ministers
Dienaren
Moeten doen wat de koning zegt
Dagelijks bestuur
Zorgen voor het dagelijks bestuur
Parlement
Staten-Generaal
Eerste en Tweede Kamer
Goedkeuring
Keurt de plannen(wetten) van de koning goed
Machteloos
Heeft amper wat te zeggen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

1840: Willem II wordt koning

Slide 6 - Tekstslide

Liberalisme
Mensen met dezelfde ideeën gingen meer samenwerken
Zo ontstonden politiek-maatschappelijke stromingen
De eerste was het liberalisme onder leiding van Thorbecke
Zij wilden drie dingen:
Vrijheid
Burgers moesten vrij zijn
1
Stemrecht
Niet de koning, maar de burgers moesten het parlement kiezen
2
Macht
Het parlement moest echt wat te zeggen krijgen
3
Een politieke stroming die streeft naar meer vrijheid.
Liber is Latijn voor vrijheid.

Slide 7 - Tekstslide

1848
De liberalen kregen het volk in opstand
Zij wilden dat het volk de macht kreeg
Koning Willem II moest hier wel aan toegeven
Onder leiding van Thorbecke werd een nieuwe grondwet gemaakt

Slide 8 - Tekstslide

Wat is een grondwet?
A
Wet waarin staat wat de grondrechten van burgers zijn
B
Wet waarin staat welk stuk land van de koning is
C
Wet waarin staat tot welke stand iedereen behoort

Slide 9 - Quizvraag

De liberalen zijn voor meer..
A
Gelijkheid
B
Vrijheid
C
Gelovigen
D
Macht van de koning

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Video

Verzet tegen macht koning: Liberalen
Johan Thorbecke
- Meer vrijheid voor de burgers!!!
- Einde aan de macht van de koning!!!
- Bescherm de rechten van de burgers!!!

Slide 12 - Tekstslide

De koning moet zich aan de wet houden
Ministers niet meer gekozen door de koning
Wat is er in 1848 veranderd aan de Grondwet?

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Willem I
Willem II
Willem III

Slide 16 - Tekstslide

Tekst
Deze regels gelden nog steeds
Vakantie!!!

Slide 17 - Tekstslide

Wat is het parlement?
A
1e kamer
B
2e kamer
C
1e en 2e kamer
D
de ministers

Slide 18 - Quizvraag

Wie was de minister-president die de grondwet ging wijzigen?
A
Thorbecke
B
van Houten
C
Kuyper
D
Troelstra

Slide 19 - Quizvraag

Kiesrecht!

  • 1917 Algemeen mannen kiesrecht

  • 1919: Algemeen Kiesrecht

  • Iedereen kiesrecht vanaf 25 jaar

Slide 20 - Tekstslide

Deadline PO
De praktische opdracht moet 26 februari af zijn. Je stuurt hem naar de docent en elke dag dat die te laat is gaat er een punt vanaf.

Slide 21 - Tekstslide

Voor de volgende les 
Maken van 3.2 opdrachten 
Samenvatting van 3.2 met alle begrippen en jaartallen er in
Niet af of niet mee = strafwerk 

Slide 22 - Tekstslide