MH2 les voor de toets

Toetsstof oefenen: formuleren Paragraaf 1 t/m 6!
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Toetsstof oefenen: formuleren Paragraaf 1 t/m 6!

Slide 1 - Tekstslide

Voegwoorden

Slide 2 - Woordweb

Een samengestelde zin, heeft twee persoonsvormen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag

Maak een samengestelde zin met het woord: 'terwijl'

Slide 4 - Open vraag

Maak twee losse zinnen:

Ik vind mijn buurman niet aardig, omdat hij geen gedag zegt.

Slide 5 - Open vraag

Verwijswoorden

Slide 6 - Woordweb

Met welke verwijswoorden kun je verwijzen naar het-woorden?
A
zij/ze, haar, die, deze
B
het, zijn, dat, dit
C
zij/ze, hen, hun, die, deze
D
hij/hem, zijn, dat, deze

Slide 7 - Quizvraag

Laura was haar tas vergeten. .......... is teruggefietst naar huis.

Slide 8 - Open vraag

Waar verwijst 'die'?

Zie je de auto die daar rijdt?

Slide 9 - Open vraag

Zij is de persoon ..... ik graag samen sport.
A
waarmee
B
met wie
C
waardoor
D
hoezo

Slide 10 - Quizvraag

Dat is de spatel ........ ik elke avond mijn eten kook.
A
waarmee
B
met wie
C
met wat

Slide 11 - Quizvraag

De jongen ... ik op vakantie ga is leuk.
waarmee/ met wie

Slide 12 - Open vraag

Het vakantiebaantje .... ik veel geld verdien is leuk.
waarmee / met wie

Slide 13 - Open vraag

De stoel .... ik gisteren heb gekocht is stuk.
die/ dat

Slide 14 - Open vraag

Het meisje ... naast mij zit is mooi.
die / dat

Slide 15 - Open vraag

.... fietsen zijn gisteren gestolen.
Hun / hen

Slide 16 - Open vraag

Ik geef het boek aan ...
hun/ hen

Slide 17 - Open vraag

Ik ben ... jas vergeten
me / mijn

Slide 18 - Open vraag

Ik zou ... jas ook wel willen hebben!
Jou
Jouw
Joun

Slide 19 - Poll

De tafel ... ik gisteren heb gekocht is mooi.
dat
die

Slide 20 - Poll

Het meisje ... ik gisteren sprak was erg aardig!
die
dat

Slide 21 - Poll

De man ... ik getrouwd ben is knap!
waarmee
met wie

Slide 22 - Poll

... fietsen staan verkeerd geparkeerd.
Hen
Hun

Slide 23 - Poll

Ik geef het boek aan ...
Hen
Hun

Slide 24 - Poll

Hij kan beter schaken .... ik.
als/dan

Slide 25 - Open vraag

Hij is even groot .... ik.
als/ dan

Slide 26 - Open vraag

Komisch - Komischer - ..........

Slide 27 - Open vraag

Weinig - ...........-...........
A
weiniger - weinigst
B
weiniger - minst
C
minder - minst
D
minder - weinigst

Slide 28 - Quizvraag

Laatste onderdeel: Vaste voorzetsels bij werkwoorden

Slide 29 - Tekstslide

Werkwoorden met
vaste voorzetsels

Slide 30 - Woordweb

Het hotel kampte
...
wateroverlast door de uitzonderlijke regenval.
A
door
B
met
C
voor
D
naast

Slide 31 - Quizvraag

Amsterdam behoort
...
de meest toeristische steden van Europa.
A
bij
B
voor
C
naast
D
tot

Slide 32 - Quizvraag