- De kandidaat kan aangeven wanneer iemand, niet zijnde een
beroepsvisser, gerechtigd is om te vissen.
- De kandidaat kan een toestemming van de rechthebbende, geldend voor de visserij, controleren op geldigheid.
- De kandidaat kan aan de hand van een voorbeeld waarbij de Visserijwet 1963 wordt overtreden, vaststellen van welke aanvullende opsporingsbevoegdheid uit de Visserijwet 1963 gebruik kan worden
gemaakt.